Er zijn "eerste aanwijzingen dat flexi-jobs reguliere banen in de horeca verdringen", zo kopt De Standaard op basis van een gelekt document van de Nationale Arbeidsraad. Bij vakbonden en werknemers, maar ook binnen de regering, spitsen minnaars en critici van het systeem de oren. Dan is de vraag: wat staat nu echt in die studie?
Verdringen flexi-jobs nu toch gewone banen? Dit staat (niet) in gelekte studie
Flexi-jobs die gewone jobs zouden verdringen: is dat ooit al met harde cijfers bewezen?
Simulaties die de studiedienst van onlangs maakte voor VRT NWS toonden het al aan: het is in veel gevallen voor een werknemer financieel voordeliger om 4/5 te werken en een dag te flexi-jobben dan om gewoon voltijds in een reguliere job te werken. Dan schreeuwt het buikgevoel: natuurlijk zullen flexi-jobs dan op termijn knabbelen aan de 'gewone' tewerkstelling.
Alleen: er zijn tot dusver nog geen studies die dat punt al erg hard hebben kunnen bewijzen. Integendeel: in maart kwam de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) met een cijferanalyse die dat buikgevoel van hierboven net wat tegensprak.
Zo bleek maar 17 procent van de flexi-jobbers een deeltijdse job te hebben. Het gaat in 7 op de 10 gevallen over vrouwen. De overgrote meerderheid van de flexi-jobbers is dus voltijds (of correcter: op z'n minst voor 95 procent) aan de slag.
"Dat druist in tegen het idee dat werknemers hun gewone job terugschroeven om een flexi-job te kunnen doen", klonk het toen bij de RSZ. Die komt volgende week trouwens met nieuwe cijfers, maar volgens onze informatie is er aan de trend in de voorbije maanden nauwelijks iets veranderd.
Spreekt die analyse van de Nationale Arbeidsraad dat dan niet tegen?
Laten we daar eens in duiken. Het gaat om precies te zijn over een studie van het en het . Die moesten de aanpassingen aan het flexi-jobsysteem van eind 2023 analyseren. In januari van dit jaar lag die analyse op tafel bij de , die er tegen deze zomer een evaluatie van moest maken en moest bezorgen aan de regering.
De analyse levert onder meer algemene cijfers en evoluties aan binnen de flexi-jobs en identificeert wat voor mensen die jobs uitvoeren. Maar ze zoomt specifiek ook in op de horeca, de sector waar het systeem al het langst bestaat. Daar kijkt ze naar de flexi-jobbers die in 2017 aan de slag zijn gegaan.
Uit de resultaten blijkt dat flexiwerk in de horeca hier en daar reguliere arbeid verving of verdrong, maar, zo concluderen de onderzoekers ook, "die evolutie blijft beperkt in intensiteit en duur". Kijk je naar de hele sector, dan lijkt de verdringing zich vooral voor te doen bij bijvoorbeeld nieuwe aanwervingen en - toch eerder positief - bij zwartwerk.
Het arbeidsvolume van flexi-jobbers steeg ook - ze gingen dus over het algemeen meer werken - net als hun totale verloning. Maar ook dat effect was maar tijdelijk.
De studie merkt voorts op dat het succes van het flexi-jobsysteem in Vlaanderen (meer dan 8 op de 10 flexiwerkers zijn Vlamingen) op grotere schaal misschien wel een regionaal verschil kan verklaren. Reguliere werkgelegenheid groeit in de Vlaamse horecasector sinds 2016 namelijk trager dan in Wallonië.
Zeker in deeltijdse werkregelingen, interimwerk en seizoensarbeid valt dat op, net de contracten waar flexi-jobs mee concurreren. Maar ook hier houdt de studie een serieuze slag om de arm: "Mogelijk hebben ook andere regionale bijzonderheden die verschillen in de hand gewerkt."
Wat kan je daar dan uit concluderen?
Door de zeer voorzichtige formulering in het rapport van het Rekenhof en het Planbureau kan je er eigenlijk alles en niets uit halen. De socialistische vakbond ziet er bijvoorbeeld de bevestiging in dat flexi-jobs reguliere banen verdringen, terwijl volgens de vakbond de voordelen van flexi-jobs net niet uit de verf komen.
De onderzoekers spreken zelf over beperkte effecten en beschikken buiten de horeca niet over voldoende gegevens om brede conclusies te trekken
Ondernemersorganisatie Unizo
Maar tegelijk lijkt het meest pertinente cijfermateriaal vrij oud, voornamelijk gericht op de horeca en zijn de conclusies eerder flou. Dat merken ze ook op bij ondernemersorganisatie Unizo. Volgens hen laat deze evaluatie helemaal niet toe om te besluiten dat flexi-jobs knabbelen aan gewone jobs.
"De onderzoekers spreken zelf over beperkte effecten en beschikken buiten de horeca niet over voldoende gegevens om brede conclusies te trekken. Ook over de impact op zwartwerk en de inkomsten van de sociale zekerheid blijft het beeld onvolledig."
Welke impact kan dit rapport dan hebben?
De flexi-jobs liggen ook bij de begrotingsgesprekken op tafel, hoewel het systeem nog maar pas is uitgebreid naar alle sectoren. In dat opzicht is de vaagheid van deze studie geen cadeau voor die discussies.
Minister van Begroting Vincent Van Peteghem (CD&V) herhaalde dit weekend nog dat hij vragen heeft bij de tegenstrijdigheden van het flexi-jobsysteem en dat hij zich zorgen maakt over de manier waarop dat de arbeidsmarkt onder druk zet.
In de Kamer wees hij er gisteren ook op dat de flexi-jobs de overheid vorig jaar naar schatting een kleine 500 miljoen euro hebben gekost, door de lagere belastinginkomsten en sociale lasten. In een context waarin elke euro telt om de begroting recht te trekken, kan dat relevant zijn.
Het is maar een kwestie van goed beheer om te kijken waar we verbeteringen kunnen aanbrengen
Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA)
De N-VA en de MR zijn binnen de regering dan weer de grootste voorstanders van het huidige flexi-jobsysteem. In die context is het hoogst opvallend dat minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) zopas zelf een opening liet om aanpassingen te doen.
In de HLN-podcast 'Het Rapport van de Wetstraat' opperde hij dat "misschien eens moet bekeken worden of de flexi-jobs kannibalisme van de normale tewerkstelling inhouden". "Ik heb daar nu geen antwoord op, maar ik vind het logisch dat dat eens kan bekeken worden."
Hij stelt de recente uitbreiding van de flexi-jobs niet in vraag, maar: "Elk systeem heeft voordelen en heeft nadelen. Het is maar een kwestie van goed beheer om te kijken waar we verbeteringen kunnen aanbrengen." Het is overigens een citaat dat hij bij VRT NWS niet wilde herhalen.
Was het dan wel verstandig om het systeem van de flexi-jobs al uit te breiden?
Dat is - zeker na deze nieuwe studie met onduidelijke conclusies - misschien nog wel de meest prangende vraag.
Doordachte beleidsmakers evalueren eerst vooraleer een beleidsmaatregel in de hele economie uit te rollen
Socialistische vakbond ABVV
Isolde Van den Eynde, politiek journalist bij Het Laatste Nieuws, zei dat ook met zoveel woorden in De Ochtend op Radio 1: "Ik ben zeker niet tegen het systeem van de flexi-jobs, maar als je het uitbreidt, doe je dat best wel op basis van evaluaties. En die zijn er zelfs na deze studie nog te weinig."
ABVV verwoordt het als volgt: "Het is cynisch dat dit eerder kritische rapport verschijnt nadat de regering heeft beslist om vanaf april 2026 de flexi-job te veralgemenen naar alle sectoren. Doordachte beleidsmakers evalueren eerst vooraleer een beleidsmaatregel in de hele economie uit te rollen."
Minister Jambon trekt debat over flexi-jobs open




