In 2025 zijn meer dan een kwart miljoen mensen aan de slag gegaan als flexi-jobber. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Het mediane inkomen van zo'n flexi-job bedraagt 1.900 euro op jaarbasis.
Flexi-jobs populairder dan ooit: recordaantal van kwart miljoen Belgen aan de slag
Samenvatting:
In 2025 werkten meer dan 261.000 mensen als flexi-jobber, een stijging van 14 procent tegenover het jaar daarvoor. Bijna 53.000 bedrijven deden een beroep op flexi-jobbers, ook 12 procent meer dan in 2024.
De extra inkomsten blijven bescheiden: de mediane flexi-jobber verdient zo'n 1.900 euro per jaar. De meeste flexi-jobbers zijn tussen 25 en 39 jaar oud, maar ook 65-plussers zijn in opmars.
Arbeidseconoom Ive Marx (UAntwerpen) waarschuwt voor de verdere uitbreiding van het systeem naar alle sectoren: "We moeten ons de vraag durven te stellen: krijgen mensen die al in een goede positie zitten nu jobs ten koste van mensen die geen werk hebben?"
Concreet combineerden vorig jaar 261.868 werknemers of gepensioneerden hun statuut met een flexi-job. Dat is een stijging van 14 procent in vergelijking met het jaar daarvoor. Samen voerden ze bijna 360.000 flexi-jobs uit, eveneens een stijging van 14 procent.
De regering voerde de flexi-jobs in 2015 in zodat werkenden en gepensioneerden een centje konden bijverdienen in de horeca. Sindsdien kwamen er stelselmatig sectoren bij, en vanaf juli wil de regering het systeem uitbreiden naar alle sectoren. Vandaag werken de meeste flexi-jobbers nog altijd in de horeca en de handel, zoals in supermarkten.
Populair bij werknemers én werkgevers
Het aantal flexi-jobbers stijgt elk kwartaal. "De flexi-jobs zijn in een mum van tijd uitgegroeid tot een enorme hit op de arbeidsmarkt", zegt Jasper Hubeau, directeur van de financiële en statistische dienst van de RSZ.
Met een mediaan rond de 1.900 euro gaat het duidelijk om een aanvullende verdienste
Jasper Hubeau, directeur van de financiële en statistische dienst van de RSZ.
Ook werkgevers omarmen het systeem, merkt de RSZ op. Bijna 53.000 ondernemingen deden in 2025 een beroep op flexi-jobbers, een stijging van 12 procent tegenover 2024. De grote meerderheid (88,3 procent) van die werkgevers heeft ook klassieke werknemers in dienst.
"We hebben de flexi-jobs destijds ingevoerd om het personeelsbestand op drukke momenten snel aan te vullen met flexibele arbeidskrachten", legt Hubeau uit. "En dat is blijkbaar ook hoe bedrijven het systeem hoofdzakelijk gebruiken."
65-plussers in opmars
De gemiddelde flexi-jobber is relatief jong: de grootste groep is tussen de 25 en 39 jaar oud. Toch zijn ook vijftigers en vooral 65-plussers aan een opmars bezig. Het merendeel klopt minder dan 100 uur per jaar op een flexi-job, al zijn er uitzonderingen die veel meer uren draaien.
De extra inkomsten blijven al bij al bescheiden, blijkt uit de RSZ-cijfers. "Het merendeel verdient ruim minder dan 12.000 euro per jaar. Met een mediaan rond de 1.900 euro gaat het duidelijk om een aanvullende verdienste", stelt de RSZ. Tot slot valt op dat iets meer vrouwen (52 procent) dan mannen een flexi-job uitoefenen.
Niet goed voor begroting?
Via flexi-jobs kunnen gepensioneerden en werknemers die minstens viervijfde werken een centje bijverdienen. Dat gebeurt zonder belastingen of sociale werknemersbijdragen, met een plafond tot 18.000 euro per jaar voor de werknemers.
Nu er steeds meer flexi-jobbers zijn, rijst de vraag: loopt de overheid zo geen inkomsten mis? Volgens Hubeau is het een genuanceerd verhaal. "De overheid wint én verliest geld. De werknemer betaalt inderdaad geen belastingen of sociale bijdragen, maar de werkgever betaalt wel 28 procent in plaats van 25 procent werkgeversbijdrage. Bovendien gaat dit systeem zwartwerk tegen."
Arbeidseconoom Ive Marx (UAntwerpen) spreekt dat tegen. "Ik denk dat het netto geen goede zaak is voor de begroting. De regering zoekt naar geld, maar creëert tegelijk massaal werk waar de staat eigenlijk niets aan verdient. Dat lijkt me niet verstandig."
Volgens Joran Ceulebroeck van zelfstandigenorganisatie Unizo gaat het vaak om werk dat anders simpelweg niet zou gebeuren. Op die manier krijgt de overheid volgens hem net wel inkomsten. "Je kan moeilijk spreken over een verlies voor de staatskas als het gaat over extra werk dat officieel wordt geregistreerd en waarop bijdragen worden betaald."
Ten koste van vaste werknemers
Volgens Marx zijn de flexi-jobs oorspronkelijk wel om de juiste redenen in het leven geroepen. "Toen beperkte het stelsel zich nog tot de horeca, waar er echt nood is aan flexibele werkkrachten afhankelijk van de drukte en het weer."
Ondertussen is dat veranderd. "Het stelsel nog verder uitbreiden naar sectoren waar eigenlijk geen sprake is van schommelingen en waar geen nood is aan flexibiliteit? Zo schiet het zijn doel totaal voorbij", vindt Marx.
Het mag nooit een verdringing van het reguliere werk worden
Arbeidseconoom Ive Marx (UAntwerpen)
Ceulebroeck van Unizo begrijpt de bezorgdheid. "Vaste jobs mogen zeker niet onder druk komen te staan. Maar aangezien 83 procent van de flexi-jobbers die job combineert met een vaste job, toont dat aan dat ze de reguliere arbeidsmarkt niet verlaten."
Toch vreest Marx dat flexi-jobbers de plaats kunnen innemen van vaste werknemers. "We weten dat nooit helemaal zeker. Wat we wel weten, is dat flexi-jobs vaak om werk gaan waar weinig scholing of ervaring voor nodig is. Juist daaraan hebben mensen die nu werkloos zijn nood."
"We moeten ons echt de vraag durven te stellen: krijgen mensen die al in een goede positie zitten en minstens vier vijfde werken, nu jobs ten koste van mensen die geen werk hebben en wel een job nodig hebben? Het mag nooit een verdringing van het reguliere werk worden", besluit Marx.


