Onze woningen en publieke ruimte zijn nog onvoldoende aangepast aan hitte. Dat zegt architect Joost Declercq, die onderzoek doet naar hittebestendige architectuur. Volgens hem zijn niet alleen grote ingrepen in het straatbeeld nodig om steden af te koelen. Ook kleine aanpassingen in huis kunnen de (gevoels-)temperatuur merkbaar verlagen. "Het is onterecht dat de plafondventilator uit de mode is geraakt."
"Wij zijn vergeten hoe we met hitte moeten omgaan": onze steden en huizen zijn onvoldoende voorbereid op volgende hittegolf
Samenvatting:
Onze gebouwen en openbare ruimte zijn onvoldoende aangepast aan de toenemende hitte. Architect Joost Declercq: "Bij het ontwerp van openbare plaatsen en huizen gaat er nog te weinig aandacht naar zomercomfort."
Slechte voorbeelden zijn er volop: glazen gebouwen, geasfalteerde speelplaatsen en pleinen zonder schaduw, zoals het Schumanplein in Brussel, slaan overdag warmte op en geven die 's nachts weer af.
Toch zijn er eenvoudige oplossingen: de warmte buiten houden met schaduwdoeken, 's nachts verluchten en een plafondventilator gebruiken – die kan de gevoelstemperatuur met 3 à 4 graden verlagen en verbruikt nauwelijks energie.
De hittegolf wordt geholpen door de architectuur van onze woningen en hoe we de openbare ruimte hebben ingericht. Onze huizen en steden zijn onvoldoende aangepast aan het warmere klimaat dat met de klimaatverstoring op ons afkomt.
"Bij het ontwerp van openbare plaatsen en huizen gaat er nog te weinig aandacht naar zomercomfort", stelt Joost Declercq, directeur Onderzoek bij Archipelago Architects en al lang bezig met de klimaatrobuuste architectuur.
Verloren kennis
Vroeger was die kennis er nochtans wel, zegt Declercq. "Toen Europese landen vroeger in het warmere zuiden kolonies gingen stichten, wisten ze perfect hoe om te gaan met de hitte", legt hij uit. "Zo plaatsten ze de straten perfect in de hoofdwindrichting, zodat er meer doorspoeling van de wind was."
"De breedte en hoogte van straten werden aangepast aan het lokale klimaat. Breder voor meer winddoorspoeling en een groter aandeel hemelkoepel (toegang tot open lucht, red.) zodat de oppervlaktes ‘s nachts beter afkoelden. De stedelijke morfologie is dus heel belangrijk. Wij zijn dat compleet vergeten."
Declercq moet niet lang nadenken over slechte voorbeelden in ons straatbeeld. "Het nieuwe Schumanplein is een voorbeeld van hoe het echt niet moet", zegt hij. Tegelijk benadrukt hij dat hij de architecten niet wil viseren, want in het initiële plan was sprake van een luifel en veel groen.
Zowel die luifel als dat groen is er dus uiteindelijk om budgettaire redenen (voorlopig) niet gekomen. "Het plein bestaat helemaal uit minerale materialen en heeft geen schaduw, waardoor het overdag veel warmte opslaat en die 's nachts weer afgeeft."
"Steden kunnen zelf koele openbare ruimtes organiseren als het binnenshuis te warm wordt", gaat hij voort. "Niet iedereen kan naar een museum of een zwembad. Je kunt kerken openstellen en waterpartijen aanleggen. Kijk naar de Provence in Zuid-Frankrijk, en hoe ze daar beschaduwde dorpspleinen hebben."
Te veel glazen gebouwen
We bouwen volgens de architect ook nog veel te veel glazen gebouwen. "Het zijn de hittebommen van de toekomst, en eigenlijk ook al van vandaag."
Veel scholen lieten de voorbije dagen ook weten over te schakelen op een hitteplan, met aangepaste activiteiten, kortere lesdagen of zelfs een sluiting van de school. Ook wat betreft hun bouwkundig ontwerp zijn nog stappen te zetten.
In scholen zijn er vaak zelfs geen opengaande ramen meer, wat ook problemen heeft gegeven tijdens de covidperiode
Joost Declercq, directeur Onderzoek bij Archipelago Architects
"Tegenwoordig zijn er vaak zelfs geen opengaande ramen meer, wat ook problemen heeft gegeven tijdens de covidperiode. Zonwering wordt meestal ook als eerste geschrapt uit het budget en speelplaatsen zijn nog te veel geasfalteerd."
"Oude schoolgebouwen zijn vaak wel nog intelligent gebouwd", gaat Declercq voort. "Ze hebben veel thermische massa, door de dikke muren en hoge plafonds, en kunnen dus veel warmte vasthouden, maar we koelen ze ‘s nachts onvoldoende af. Doordat de kleine raampjes er niet meer zijn, of kapot zijn gegaan, of omdat mensen niet meer weten hoe ermee om te gaan."
Zon buiten houden hoeft niet duur te zijn
Het is volgens Declercq ook belangrijk dat mensen weten hoe ze met hun huis om moeten gaan. "De zon buiten houden en ‘s nachts de wind binnenlaten", zegt hij. Het departement Volksgezondheid verwijst daarvoor naar de 'ladder van koeling', een trapgewijs schema dat aangeeft hoe je best je woning afkoelt.
Stap één is de warmte buiten houden, door ramen te sluiten en af te dekken van de zon. Stap twee is passief koelen door 's avonds en 's nachts de woning te luchten. Daarna kan je de luchtcirculatie in de woning stimuleren met ventilatoren en pas in een laatste fase worden koelsystemen zoals een airco aangeraden.
Die zijn heel geschikt om de temperatuur in een ruimte te doen dalen, maar creëren daarbij ook restwarmte. Die kan, zeker in bijvoorbeeld een stad, de directe omgeving extra opwarmen. Bovendien verbruikt die meer energie, wat met de huidige energiepieken een dure zaak kan zijn.
"De zon buiten houden kost nochtans niet veel geld. Ik hang zelf schaduwdoeken aan mijn ramen en die blokkeren de zon perfect. In Barcelona zie je nu vaak doeken aan de balkons hangen. Die houden de zon buiten en de wind speelt erdoor. Het hoeven zeker niet altijd hoogtechnologische oplossingen te zijn."
Plafondventilator kan gevoelstemperatuur met 4 graden laten zakken
Joost Declercq, directeur Onderzoek bij Archipelago Architects
Zelf verluchten kan al met héél eenvoudige maatregelen, zoals bijvoorbeeld een plafondventilator. "Die is in België onterecht helemaal uit de mode geraakt, maar is heel efficiënt, kan de gevoelstemperatuur met 3-4 graden laten zakken en verbruikt bijna niets."
"Maar we leven tegelijk ook in een plug and play-maatschappij, waarbij we graag naar de winkel gaan, iets kopen dat we in het stopcontact steken, en hopla, probleem opgelost."




