Vandaag speecht de Belgische premier Alexander De Croo op de VN-Klimaatconferentie in Azerbeidzjan. Hij is een van de 140 Belgen daar. Die Belgische delegatie is dit jaar kleiner dan op de vorige klimaatconferentie, in Dubai. Bij de Belgische industrie leeft de COP iets minder dan vorig jaar. 3 kleppers uit de klimaateconomie blijven zelfs weg. En voor onze politici, zeker die van de afscheidnemende federale regering, is het maar de vraag in welke mate ze kunnen meepraten zodra het over de centen gaat.
Kleinere delegatie dan vorig jaar en van de 5 politici kunnen er 4 geen toezeggingen doen: dit is België op de VN-klimaatconferentie
"Wat een verrassing. In juni had ik niet verwacht dat ik hier vandaag nog zou staan voor jullie", zo opende federaal minister van Klimaat Zakia Khattabi (Ecolo) eind oktober een persbriefing over de klimaatconferentie. "Maar de klimaatcrisis wacht op niemand, ook niet op een volgende federale regering."
Daarmee benoemde ze meteen de olifant in de kamer. Het is nog steeds wachten op een nieuwe federale regering, maar ook een nieuwe Brusselse. Daardoor vertegenwoordigen 4 van de 5 Belgische ministers in Azerbeidzjan een afscheidnemende regering.
Naast Khattabi zelf vertegenwoordigen premier De Croo (Open VLD) en minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) de federale regering in lopende zaken. En ook het mandaat van de Brusselse minister van Klimaat, Alain Maron (Ecolo), loopt af. Zij kunnen geen grote toezeggingen doen. Nieuwe, ingrijpende engagementen moeten immers afgedekt zijn door de volgende regering.
Enkel Vlaams minister van Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit) vertegenwoordigt een regering die ook de volgende jaren aan zet blijft, en die dus beloften mag doen. Alleen al het feit dat ze naar de COP gaat, is een stijlbreuk met haar voorganger Zuhal Demir (N-VA). Het is van 2019 geleden dat er nog een Vlaamse minister op een klimaatconferentie was.
"Deze Vlaamse regering wil een stuk ambitieuzer zijn op het vlak van klimaat", zei Depraetere zondag. "Maar ik wil ook niet dat anderen in onze plaats beslissen. Want als je daar niet aanwezig bent, is dat wat er gebeurt: dan worden er toch internationale klimaatafspraken gemaakt en ben je er niet bij om daarover te beslissen."
Kleppers van de Belgische industrie ontbreken
Vorig jaar lobbyden de Belgische politici vooral voor de Belgische industrie. Die was afgezakt naar Dubai om contracten in de wacht te slepen voor grote bouwprojecten in de energietransitie, bijvoorbeeld voor waterstofinstallaties (John Cockerill) of offshore windmolenparken (Jan De Nul).
Sommige van die Belgische bedrijven lijken dit jaar wat minder enthousiast dan toen. Ja, Jan De Nul, Fluxys, North Sea Port en Elia sturen ook dit jaar weer hun vertegenwoordigers. Maar enkele absolute kleppers ontbreken: Bekaert (staal), John Cockerill (waterstof) en Euroclear (financiële dienstverlening).
Van der Straeten roemde die 3 vorig jaar nochtans nog als Belgische bedrijven die inzetten op de klimaat- en energietransitie.
De belangrijkste reden: te weinig investeringsmogelijkheden in Azerbeidzjan. Dat zeggen alle drie de bedrijven. Verder klinkt het onder andere dat deze COP te weinig zichtbaarheid biedt (Bekaert) of dat er "al genoeg projecten lopende" zijn (Cockerill).
Die Belgische bedrijven zijn trouwens lang niet de enige. De weinig sexy locatie in het autoritaire Azerbeidzjan staat in schril contrast met Dubai vorig jaar. Dat doet bedrijven, ngo's en politici van over de hele wereld afhaken. In Bakoe worden er zo'n 40.000 deelnemers verwacht, amper de helft van het aantal op de klimaatconferentie vorig jaar.
Alexander De Croo, naast premier in lopende zaken ook het Belgische delegatiehoofd, is het er echter niet mee eens dat de Belgische industrie dit jaar minder goed vertegenwoordigd zou zijn.
"Er is nog altijd een grote Belgische delegatie", vindt De Croo. "De transitie naar een klimaatvriendelijke economie zal er een zijn mét onze bedrijven, niet zonder. Het is een goede zaak dat wij onze klimaatoplossingen meebrengen. Want als de industrie wegtrekt uit Europa, zal die verhuizen naar landen met minder strenge klimaatregels."
Hoe fair is de Belgische ontwikkelingssteun?
Maar zelfs zonder de Belgische industrie staat er voor ons land wel degelijk iets op het spel op deze COP. Het gaat dit jaar immers over de centen. En dat zal ook voor ons gevolgen hebben.
Nu betalen 25 geïndustrialiseerde economieën jaarlijks 100 miljard dollar aan klimaatfinanciering aan de armere landen. Daarmee kunnen de armere landen zich aanpassen aan het veranderende klimaat, of hun eigen uitstoot terugdringen. Maar die overeenkomst loopt dit jaar af. Er moet een nieuw bedrag afgesproken worden. De armere landen hopen op een veelvoud van 100 miljard, als het even kan 1.000 miljard of zelfs meer. De klimaatuitdagingen zijn er immers alleen maar groter op geworden.
Zolang er geen nieuwe regering is, valt er weinig te zeggen over toekomstige Belgische klimaatsteun. "Reden te meer om snel een regering te hebben", besluit De Croo fijntjes
Bij de rijke landen is er erg weinig animo om het bedrag zo hoog op te trekken. Maar wat het ook wordt, ook ons land zal moeten bijdragen aan die pot.
De Belgische uitgaven voor klimaatfinanciering zijn de laatste jaren sterk gestegen. Alleen al die van het federale niveau, goed voor bijna 90 procent van alle Belgische steun, zijn de voorbije legislatuur verdrievoudigd van 70 miljoen euro in 2020 tot 216 miljoen euro vorig jaar.
Dat geld gaat voor een groot stuk naar Afrikaanse landen, bijvoorbeeld voor de Great Green Wall tegen verwoestijning in de Sahel, onderzoek in het Congolese regenwoud en verbeterde weermetingen in samenwerking met het KMI.
Het gaat bovendien om zeer bruikbare steun. 70 procent van het Belgische klimaatgeld wordt geschonken in de vorm van beurzen. Andere OESO-landen doen het meestal anders. De meeste klimaatsteun door rijke landen, Frankrijk op kop, wordt uitgekeerd in de vorm van leningen. Daardoor komt dat geld uiteindelijk niet alleen terug naar het Westen, de donorlanden verdienen er bovendien ook vaak nog iets aan.
Maar of die Belgische klimaatsteun volstaat? Dat hangt af van wie je het vraagt, en hoe je de berekening maakt. Volgens de gezaghebbende klimaatwebsite Carbon Brief betaalde België in 2020 al voldoende om zijn historische aandeel in de huidige klimaatopwarming te compenseren.
Maar toen de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken onlangs de oefening maakte, landde die op een veel hoger bedrag dan wat België nu uitgeeft: 540 miljoen euro. Dat is als je rekening houdt met het huidige totaal van 100 miljard. Wordt er op deze COP een nieuw bedrag afgesproken dat een veelvoud is van die 100 miljard, dan zal je volgens die berekening ook het Belgische aandeel moeten vermenigvuldigen met dezelfde factor. Dan land je dus al snel op 1 miljard euro of meer.
Haalbaar en betaalbaar
De vraag is hoe realistisch dat is, of in politieke termen: "haalbaar en betaalbaar".
Premier De Croo wil het (enorme) gat tussen wat de armere landen vragen en de rijkere willen geven, dichtfietsen met private financiering. Dat kan bijvoorbeeld door pensioenfondsen in te zetten voor klimaatinvesteringen in het Zuiden, of door het bedrijven gemakkelijker te maken om er te investeren. Maar de armere landen staan achterdochtig tegenover dat geld uit de private sector. Ze vinden dat westerse overheden hun verantwoordelijkheden ontlopen.
"Haalbaar en betaalbaar, dat is een kwestie van politieke prioriteiten", zegt Kiki Berkers, expert klimaatbeleid bij 11.11.11. Ook zij vindt dat overheden uit de pijp moeten komen, en meer publiek geld moeten investeren. "Voor de covidcrisis werden er terecht miljarden vrijgemaakt. Hetzelfde kan blijkbaar voor defensie-uitgaven. Maar de klimaatcrisis zien we helaas te weinig als een veiligheidskwestie."
Berkers verwijst, net zoals minister Depraetere, naar de prijs van nietsdoen. "De waterbom van 2021 kostte België een slordige 2,9 miljard euro. Dat is meer dan het viervoud van de 500 miljoen die België zou moeten betalen voor een faire klimaatbijdrage."
Toch lijkt de politieke realiteit de andere richting uit te gaan. In de beruchte supernota's van federaal formateur Bart De Wever (N-VA) was er sprake van minder ontwikkelingssteun in plaats van meer. Daardoor zou onvermijdelijk ook het budget voor klimaatsteun dalen.
Maar of die nu daalt of stijgt: zolang er geen nieuwe federale regering is, en dus ook geen nieuwe begroting, valt er eigenlijk weinig zinnigs te zeggen over de toekomstige Belgische klimaatsteun. Dat kunnen ook de meeste Belgische politici op de COP dus niet. "Reden te meer om snel een nieuwe Belgische regering in volheid van bevoegdheden te hebben", besluit De Croo enigszins fijntjes.
Meer weten over de VN-klimaatconferentie in Bakoe? Gisteren zoomden we in op de grote kwestie op deze COP: het klimaatgeld voor de armere landen. Dit weekend hadden we het over het gas- en olieland Azerbeidzjan, de weinig voor de hand liggende keuze als gastland, en vertelden we je alles over de inzet van COP29.




