Als het aan België ligt, moet de zware industrie de volgende jaren minder betalen voor zijn uitstoot dan de Europese Commissie voorstelt. De Commissie presenteerde in juli al plannen om de CO2-taks minder snel te verhogen dan aanvankelijk het plan was, maar volgens ons land gaan die versoepelingen nog niet ver genoeg. België stelt een nog lagere stijging voor tot 2035, weliswaar uitgebalanceerd met een verhoging tegenover het Commissievoorstel nadien. Dat bleek op een vergadering van Europese klimaatministers, waar Vlaams minister van Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit) België vertegenwoordigde.
België wil Europese uitstoottaks voor industrie nog meer versoepelen tot 2035
In juli stelde de Europese Commissie verschillende versoepelingen voor aan het ETS-systeem. Dat verplicht energiebedrijven en de zware industrie om certificaten te kopen voor elke ton CO2 die ze uitstoten. Om bedrijven aan te zetten om te vergroenen, wordt het totale aantal beschikbare certificaten elk jaar verminderd, waardoor de prijs omhoog gaat. Het klimaat opwarmen, wordt dus elk jaar duurder.
Deze zomer stelde de Commissie voor om de industrie meer ademruimte te geven door het aantal certificaten minder snel af te bouwen. Het aantal certificaten zou tussen 2031 en 2035 nog slechts moeten dalen met 3,7 procent per jaar, en daarna met 1,7 procent.
Momenteel wordt jaarlijks 4,4 procent van de certificaten vernietigd.
"Verdere afbouw is aangewezen"
De lidstaten moeten wel hun akkoord nog geven voor dat plan.
Vandaag vergaderden de Europese klimaatministers erover. Daar vertegenwoordigde Vlaams minister van Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit) het standpunt van België. Dat is het standpunt dat de federale, Vlaamse, Brusselse en Waalse klimaatministers overeengekomen zijn om gezamenlijk uit te dragen bij Europa.
Tijdens de vergadering stelde Depraetere dat België het voorstel van de Commissie om de afbouw te versoepelen "verwelkomt", "maar niettemin vindt dat een verdere vermindering (van de afbouw, red.) tussen 2031 en 2035 aangewezen is." De technologie zou nog niet klaar zijn.
Decarbonisering en industriële competitiviteit moeten hand in hand gaan
Melissa Depraetere, Vlaams minister van Klimaat, vertolkt het Belgische standpunt
"België gelooft dat decarbonisering en industriële competitiviteit hand in hand moeten gaan, en dat het voorstel van de Europese Commissie in die zin verbeterd moet worden", zei Depraetere.
Ook het plan om bedrijven te verplichten hun klimaatplannen voor te leggen aan de Commissie in ruil voor meer gratis uitstootrechten, moet volgens ons land worden aangepast. Het huidige voorstel "weerspiegelt de industriële realiteit niet en vormt een te grote administratieve last", zei Depraetere.
Businesscase voor groene technologieën wordt ondergaven
België pleit dus voor nog verregaandere klimaatversoepelingen dan de Europese Commissie al had voorgesteld.
Toch laat het kabinet-Depraetere weten aan VRT NWS dat België het ETS op zich niet in vraag stelt, anders dan bijvoorbeeld Polen en Italië. De voorgestelde verdere versoepeling zou ook geen afbreuk doen aan de Europese klimaatambities. België pleit ervoor om de toegift tussen 2031 en 2035 immers te compenseren met meer ambitie in de periode erna.
België zegt de zware industrie met die extra versoepelingen meer zekerheid te willen geven over welke klimaatkosten er de komende jaren aankomen.
Maar nieuwe, opkomende klimaattechnologieën hebben er net baat bij dat het Europese klimaatbeleid ongewijzigd blijft. Anders zijn bedrijven die nu nog zwaar afhangen van fossiele brandstoffen, minder geneigd om te investeren in elektrificatie of klimaatoplossingen zoals koolstofafvang.
Dat maakt de businesscase voor zulke nieuwe projecten dan weer moeilijker. Zo loopt de nieuwe CO2-pijpleiding die Fluxys wil aanleggen van Duitsland naar Zeebrugge vertraging op, onder andere omdat de vraag van de industrie trager op gang komt dan vooraf gedacht. Dat project heeft net baat bij een hoge CO2-prijs.
Greg van Elsen, beleidscoördinator van de klimaatactiegroep Climate Action Network, merkt dan weer op dat verdere versoepelingen de klimaatlasten dreigen te verplaatsen van de industrie naar de burger. "Tot nu toe was het ETS het werkpaard van het Europese klimaatbeleid, terwijl er in de gebouwen en in het transport veel minder vooruitgang was." Maar als Europa de industrie langer wil sparen en toch dezelfde klimaatdoelstellingen wil blijven behalen, zouden bijvoorbeeld verwarming en brandstof duurder moeten worden.
"Wij hopen dat België voldoende ambitie kan blijven tonen rond het klimaat en om onze industrie te vernieuwen, en niet enkel de petrochemie te blijven sparen", besluit hij.




