De verkiezingen in Bosnië hebben weinig verschuivingen opgeleverd in het politieke landschap. Daardoor zal Bosnië ook de komende 4 jaar blijven vastzitten in de verdeeldheid die het land al tekent sinds de oorlog in de jaren 90. De opkomst was ook historisch laag. “Er is een algehele afkeer van de politiek”, zegt correspondent Marjolein Koster.
Verkiezingen in Bosnië met historisch lage opkomst bevestigen verdeeldheid in het land
De verkiezingen in Bosnië en Herzegovina zijn gehouden op heel wat niveaus. De uitslag wordt sterk beïnvloed door de verdeeldheid tussen de verschillende bevolkingsgroepen in het land.
De staatsstructuur van Bosnië en Herzegovina is voor een groot deel bepaald door de Bosnische oorlog, die eindigde in 1995 met de vredesakkoorden van Dayton.
Die hebben Bosnië en Herzegovina opgedeeld in 2 entiteiten: de Servische Republiek of Republika Srpska, waar vooral Bosnische Serviërs wonen, en de Federatie van Bosnië en Herzegovina, waar vooral Bosniakken (Bosnische moslims) en Bosnische Kroaten wonen.
De entiteiten komen grotendeels overeen met het gebied dat de strijdende partijen op het einde van de oorlog in handen hadden.
De Bosnische oorlog (1992-1995)
De Bosnische oorlog breekt uit wanneer Bosnië en Herzegovina zich afscheuren van Joegoslavië, in 1992.
De bevolking in Bosnië bestaat uit Bosnische moslims, Bosnische Serviërs, die orthodox-christelijk zijn, en katholieke Kroaten.
De Bosnische Serviërs willen geen onafhankelijk Bosnië, waar ze een minderheid zouden worden tegenover de Bosnische moslims. Ze roepen daarom hun eigen staat uit: de Republika Srpska.
De Bosnische Serviërs vallen de hoofdstad Sarajevo aan. De troepen van de Republika Srpska veroveren snel bijna twee derde van Bosnië.
De Bosnische Serviërs voeren etnische zuiveringen uit op iedereen die niet Servisch is. Vooral de Bosnische moslims zijn daar het slachtoffer van. Ze worden vermoord, hun huizen worden in brand gestoken, ze worden opgesloten in concentratiekampen en vrouwen worden massaal verkracht. In 1995 begaan de Bosnische Serviërs, onder leiding van generaal Ratko Mladic, een genocide op Bosnische moslims in Srebrenica.
De 2 entiteiten hebben allebei een eigen parlement en een president. Er is ook een nationaal parlement. Het presidentschap op nationaal niveau wordt ook gedeeld door de verschillende bevolkingsgroepen. Een Kroaat, een Bosniak en een Serviër zijn elk om de beurt 8 maanden lang president, en dat voor een termijn van 4 jaar.
Naast de nationale verkiezingen, presidentsverkiezingen en de verkiezingen op het niveau van de 2 entiteiten, is er in de Federatie van Bosnië en Herzegovina ook gestemd over het regionale bestuur.
Weinig verandering, minder eenheid
Het verkiezingsresultaat moeten we bijeen puzzelen op al die verschillende niveaus.
Over het algemeen doen bij de 3 etnische groepen de nationalistische partijen het goed. Dat wil zeggen, partijen die dus vooral opkomen voor hun eigen bevolkingsgroep.
Bij de presidentsverkiezingen hebben de Kroaten en de Serviërs voor een nationalistische kandidaat gekozen. Enkel de vertegenwoordiger van de Bosniakken is een voorstander van meer eenheid tussen de verschillende bevolkingsgroepen.
“Dat presidentschap heeft minder macht dan het parlement, maar vertegenwoordigt Bosnië wel in het buitenland. Dus als de meerderheid uit nationalistische partijen komt, draagt dat wel een beeld uit van meer verdeeldheid en minder eenheid”, zegt correspondent Marjolein Koster.
In het nationale parlement kan er waarschijnlijk ook geen coalitie gevormd worden zonder de nationalistische partijen. Die werken niet goed samen, en daardoor blijven hervormingen in Bosnië uit.
Dat bemoeilijkt ook de weg naar EU-lidmaatschap. Bosnië is al sinds 2022 kandidaat-lidstaat van de EU, maar de toetredingsgesprekken zijn nog altijd niet begonnen, omdat aan sommige basisvoorwaarden, zoals bijvoorbeeld wetgeving tegen corruptie, nog niet is voldaan.
Partij van Dodik blijft sterk
Wat ook opvalt, is dat de nationalistische partij van Milorad Dodik de sterkste blijft in de Republika Srpska. Dodik was tot vorig jaar zelf president van de Republika Srpska, maar werd uit die functie gezet omdat hij het gezag van de Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië en Herzegovina niet respecteerde. Die internationale vertegenwoordiger ziet erop toe dat het vredesakkoord van 1995 wordt nageleefd.
Dodik wil dat de Republika Srpska zich afscheurt van Bosnië en Herzegovina. Die separatistische boodschap is tegen de grondwet van het land. Daarom moest hij een stap terugzetten, en is het hem ook voor 6 jaar lang verboden om deel te nemen aan verkiezingen.
Toch is hij allerminst weg uit het politieke landschap. Dodik, die ook gesteund wordt door de Russische president Poetin, leidde de campagne van zijn partij. Die heeft volgens de voorlopige resultaten het Servische zitje in het presidentschap gewonnen, het presidentschap van de Republika Srpska en de meerderheid in het parlement van de entiteit.
“Veel mensen hadden verwacht dat Dodik wel wat zou verliezen, maar dat is dus anders uitgedraaid”, zegt correspondent Marjolein Koster.
“Hij zou ook geprofiteerd hebben van de lage opkomst, omdat de mensen die dan wel komen stemmen vooral trouwe aanhangers zijn.”
Lage opkomst en afkeer van de politiek
Van de 3,4 miljoen mensen met stemrecht is maar zo’n 42 procent komen opdagen voor de verkiezingen. Ook Koster zegt dat de verkiezingen echt niet leefden: “In het straatbeeld zag je natuurlijk veel verkiezingsaffiches, maar onder de mensen was het echt geen gespreksonderwerp.”
“Ze hebben het gevoel dat verkiezingen toch niks veranderen, en daardoor is er een algehele afkeer van de politiek.”
Het is volgens haar dan ook moeilijk om te besluiten dat dit verkiezingsresultaat weergeeft wat mensen echt willen. “De nationalistische partijen hebben gewonnen, maar met zo’n lage opkomst kan je niet zeggen dat ze ook het meest populair zijn, maar er gewoon het beste in zijn om kiezers te mobiliseren.”


