Van de ruim 99.000 mensen die dit jaar hun werkloosheidsuitkering geschrapt zagen, heeft 53 procent een leefloon aangevraagd bij het OCMW. Dat schrijft De Tijd op basis van nieuwe cijfers over de instroom van langdurig werklozen naar het leefloonstelsel. De federale regering had gerekend dat slechts een derde een leefloon zou aanvragen.
Ruim helft van werklozen die uitkering verliezen, vraagt leefloon aan
Van de 99.166 langdurig werklozen die dit jaar hun uitkering hebben verloren, vroegen er 52.593 (53 procent) een aan bij het .
Dat blijkt uit de doorrekening van de programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie . Het gaat om cijfers van januari tot en met juni.
Aan ruim 43.600 mensen die een leefloon hadden aangevraagd, werd dat uiteindelijk ook toegekend.
Omgerekend is dat 83 procent van degenen die er een aanvroegen en 44 procent van alle langdurig werklozen die door de hervorming zonder uitkering vielen.
Gerekend op een derde
Toen de regering-De Wever de hervorming van de werkloosheidsuitkering aankondigde, zei minister van Werk David Clarinval (MR) dat hij ervan uitging dat 1 op de 3 een leefloon zou aanvragen. Die schatting werd ook bevestigd door een studie van KU Leuven.
Nu blijkt dus dat dat aandeel vooralsnog veel hoger ligt. Dit is het geval in alle gewesten. In het Vlaamse Gewest vroeg 42 procent een leefloon aan, in het Brusselse Gewest 51 procent en in het Waalse Gewest loopt het op tot 59 procent.
Wie krijgt nu een leefloon?
Duiken we dieper in de cijfers, dan zien we dat iets meer dan de helft van de mensen die vandaag na de uitsluiting van de werkloosheidsuitkering een leefloon krijgen, alleenstaand is.
Daartegenover staat dat zowat 31 procent minstens 1 kind ten laste heeft. De rest - net geen 17 procent - deelt een huishouden met bijvoorbeeld een partner of ouders.
Verschillende golven
De beperking van de werkloosheid in de tijd werd op 1 januari van dit jaar ingevoerd. Het zelfverklaarde "koninginnenstuk" van de regering-De Wever moet meer mensen in België aan het werk krijgen.
De beperking gebeurt in golven, volgens de tijd die mensen al werkloos zijn. In januari verloor een eerste groep het recht op een uitkering. Het ging om werklozen die al 20 jaar of langer niet gewerkt hadden en schoolverlaters die al langer dan een jaar leven van een inschakelingsuitkering.
In maart volgden de werklozen die tussen de 8 en 20 jaar zonder werk zaten. En in april verloor de grootste groep werklozen hun uitkering. Het ging toen om mensen die 2 tot 8 jaar werkloos waren.
Alles samen verloren volgens de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) 99.166 mensen hun werkloosheidsuitkering. Over het hele traject, tot juli 2027, zullen zo’n 180.000 mensen hun uitkering verliezen.
1 op 10 vond werk
Hoeveel mensen na het verlies van hun werkloosheidsuitkering alsnog aan het werk gingen of een andere uitkering kregen, is niet duidelijk.
Uit de eerste cijfers van de RVA blijkt dat bijna 1 op de 10 langdurig werklozen die in de eerste 3 maanden van dit jaar hun uitkering verloren, werk heeft gevonden.
Concreet gaat het om iets meer dan 4.200 mensen van de 45.591 die toen hun uitkering hadden verloren.
Minister Clarinval verwacht dat die cijfers voor de daaropvolgende golven beter zullen worden. "Waardoor we uiteindelijk tegen eind dit jaar ongeveer zullen landen op een derde dat werk vindt", maakt hij zich sterk.




