Wat kan Europa doen tegen de vloed van Chinese producten die de Europese markt overspoelt? Van chemie tot staal en auto’s: talloze sectoren klagen over oneerlijke concurrentie vanuit China. Vandaag wijdt de Europese Commissie er een speciale vergadering aan. Tegen eind juni zou er duidelijkheid moeten zijn over het Europese antwoord.
China overspoelt onze markt, maar hoe (fors) reageert Europa?
"De industriële basis van Europa is bedreigd. China is een systemische rivaal geworden, en een systemische bedreiging. We moeten dat als van regeringsleiders erkennen, en ernaar handelen." Dat schreef premier Bart De Wever op 18 maart in een brief aan Europees Commissievoorzitter Von der Leyen.
De moet maatregelen voorbereiden, schreef de premier nog, en de regeringsleiders moeten dit op een Europese top in april bespreken. Het heeft wat langer geduurd dan de premier wou (onder meer door de oorlog in het Midden-Oosten), maar de discussie over China gaat deze week echt van start.
Ook Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland en Litouwen hebben een brief gestuurd naar de Europese Commissie. Minder alarmistisch van toon dan die van De Wever, maar ook met een concrete lijst van maatregelen die Europa zou moeten nemen tegen de Chinese exportgolf.
China-schok 2.0
Op zoek naar zonnepanelen? De kans is groot dat je uiteindelijk niet anders kan dan Chinese zonnepanelen op je dak leggen. Waren het vroeger Europese fabrikanten die onderdelen exporteerden naar China, dan zijn de rollen nu omgedraaid.
Hetzelfde gebeurt nu ook met de autosector en andere sectoren. In een rapport van vorige week noemt de denktank Center for European Reform wat er nu aan het gebeuren is 'China-schok 2.0'.
De eerste schok vond plaats in 2001, toen China lid werd van de . Toen sloeg de handelsbalans om, en voerde China voor het eerst meer goederen uit naar Europa, dan dat het goederen uit Europa invoerde.
In 2025 bedroeg dat handelsoverschot al 350 miljard euro, en het blijft stijgen. De eerste maanden van dit jaar steeg de import in sommige sectoren met 20 procent.
Bewuste strategie?
Het is een bewuste Chinese strategie, zeggen waarnemers. China wil in zoveel mogelijk sectoren dominant zijn, en niet meer afhankelijk van import. Ze willen zelf auto's, machines, chips en vliegtuigen maken. Fabrikanten krijgen goedkope grond, goedkope leningen, subsidies. Goed voor 800 miljard dollar (687 miljard euro) per jaar, schat het IMF.
In eigen land geraken al die goederen niet verkocht en China doet geen moeite om de binnenlandse consumptie aan te zwengelen. China dumpt de overproductie op de wereldmarkt, en dus ook in Europa. Ze houden daarbij de koers van de Chinese munt renminbi kunstmatig laag, zeggen critici.
Wat kan Europa doen?
Wat kan Europa eraan doen? Premier De Wever deed in zijn brief verschillende voorstellen, en ook de 5 andere landen doen dat in hun brief. Meer personeel inzetten om onderzoek te voeren naar Chinese dumping. Geen tegenmaatregelen nemen die alleen maar bepaalde producten viseren, maar beter meteen een hele sector afschermen.
Zoiets gebeurde onlangs om de staalsector te beschermen tegen stijgende import. Europa heft intussen ook al hogere invoerrechten op Chinese elektrische auto’s. Als het van de Franse president Macron afhangt, moet Europa de Amerikaanse aanpak volgen: hogere tarieven op Chinese producten om strategische sectoren te beschermen.
Wat al op tafel ligt: voorrang geven aan producten die 'made in Europe' zijn. Nog een mogelijkheid: Chinese producten weren wanneer ze een gevaar vormen voor onze veiligheid.
Onlangs besliste de Europese Commissie dat er met Europees geld geen Chinese omvormers meer gekocht mogen worden bij hernieuwbare energieprojecten. Uit schrik voor Chinese sabotage, want ook dat speelt een rol in de hele discussie: zijn we niet alleen economisch, maar ook technologisch te veel afhankelijk van China, en daardoor te kwetsbaar en chanteerbaar geworden?
Hoe ver wil Duitsland gaan?
De grootste economie van Europa is de Duitse economie. Duitsland zette zijn handtekening niet onder de brief van de 5 landen. Tot nu toe verdienden Duitse bedrijven goed geld in China. Ze exporteerden machines en auto’s naar China, en hebben daar fors geïnvesteerd.
Maar ook daar zijn de rollen nu omgedraaid. De export naar China daalt. Er zijn daardoor al 400.000 banen verloren gegaan. Er wordt nu in veel sectoren meer uit China ingevoerd dan naar China uitgevoerd.
Die dalende export naar China is volgens het Center for European Reform de échte reden voor de Duitse industriële neergang. Ook de hoge energieprijzen en Europese bureaucratie waar Duitsland steevast over klaagt, maar die zijn niet doorslaggevend. China is dat wel.
Tot nu toe stond Duitsland steevast op de rem om harde maatregelen te nemen tegen China. Uit schrik dat China tegenmaatregelen zou nemen, die de Duitse economie zwaarder zouden treffen dan andere. Gaat die houding veranderen?
Chinese dreiging "als een kanker bestrijden"
EU-buitenlandvertegenwoordiger Kaja Kallas vergeleek de Chinese overcapaciteit met een kanker die de Europese economie bedreigt. Een vergelijking die haar in China niet in dank werd afgenomen.
Kanker kan je volgens Kallas op twee manieren aanpakken. Met morfine, dan voel je geen pijn. Of met chemotherapie, en dat is wel pijnlijk.
Morfine, dat zijn de subsidies die lidstaten nu geven aan bedrijven om de concurrentie met China aan te kunnen. Maar zelfs rijke landen gaan op een bepaald moment door hun budget heen zijn en moeten stoppen met het geven van subsidies, zegt Kallas.
De chemotherapie, dat zijn maatregelen om de Chinese import tegen te houden. Met als vrij grote zekerheid dat er pijn zal volgen, in de vorm van Chinese tegenmaatregelen. China kan Europa toegang ontzeggen tot kritieke grondstoffen, investeringen in Europa annuleren, het kan zijn markt sluiten voor Europese producten, van varkensvlees uit België tot cognac uit Frankrijk.
Waar ligt de pijngrens van de EU?
“Zijn we klaar om de pijn te doorstaan?”, vroeg premier De Wever in maart in zijn brief aan Von der Leyen. “Mijn antwoord is ja. We zijn op het punt gekomen dat we op korte termijn moeilijke beslissingen moeten nemen over China om onze economie en het welzijn van onze burgers op lange termijn te beschermen”.
Gisteren gaf Europees commissaris voor Industriebeleid Stéphane Séjourné in kranteninterviews al aan wat het Europese antwoord zal worden: invoerquota (dus een maximumhoeveelheid) voor sommige sectoren, en invoertarieven voor alles boven dat maximum.
Is iedereen evenveel bereid als Bart De Wever om pijn te lijden?
Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken reageerde meteen: "Dit is Europees protectionisme". Er is geen bewuste Chinese strategie. Als Europa maatregelen neemt, dan zullen wij reageren. Dat was de teneur.
China kent de gevoeligheden en pijnbestendigheid van alle lidstaten meer dan genoeg, weet hoe ze Europa en individuele lidstaten economisch kan raken, en zal er alles aan doen om de Europese landen uit elkaar te spelen.
De eenheid bewaren is dus ook in dit verhaal cruciaal voor Europa. Eerst moet die gevonden worden natuurlijk. Is iedereen evenveel bereid als Bart De Wever om pijn te lijden? Misschien weten we eind juni, na de G7-top in Evian en de Europese top van regeringsleiders in Brussel, meer.





