Vanaf vandaag moeten Chinese autoconstructeurs hogere taksen betalen als ze elektrische wagens willen importeren in de Europese Unie. Sinds juli golden er al voorlopige tarieven, maar nu zijn de definitieve bekend. De taksen gelden voor 5 jaar, maar de Europese Unie houdt de deur open voor een onderhandelde oplossing met China of individuele merken.
Europa legt definitieve importtaksen vast voor elektrische wagens uit China: SAIC moet het meest betalen, Tesla het minst
Al sinds juni weten we dat de Europese Commissie nadenkt over importtaksen voor Chinese elektrische wagens. De Commissie vindt dat die een oneerlijk concurrentievoordeel genieten omdat ze overgesubsidieerd worden door de Chinese staat, in de vorm van voordelige leningen, belastingvrijstellingen of goedkope prijzen voor grondstoffen voor batterijen.
Sinds juli waren er voorlopige tarieven van kracht, in afwachting van definitieve. Die definitieve tarieven zijn nu vastgelegd. Ze gelden meteen, en dat voor de volgende 5 jaar. Grote verrassingen zijn er niet. De definitieve tarieven wijken amper af van de voorlopige.
De tarieven verschillen van constructeur tot constructeur. Ze hangen af van de (volgens de Commissie ongeoorloofde) staatssteun die de constructeurs krijgen, en hoe goed de constructeur in kwestie meewerkte met het onderzoek dat de Commissie daarnaar voerde.
Laagste tarief voor Tesla
Het Chinese staatsbedrijf SAIC zal het diepst in de buidel moeten tasten. Het is een van de grootste Chinese fabrikanten van elektrische wagens en maakt onder andere de merken MG, IM Motors en Rising Auto. SAIC krijgt het hoogste tarief van 35,3 procent toegewezen.
Voor die andere Chinese reus, BYD, geldt het tarief van 17 procent. Geely, dat onder andere Volvo maakt, moet 18,8 procent betalen. Voor Volvo zouden de gevolgen beperkt blijven. Dat produceert alleen grote aantallen van het model EX30 in China, en die productie verhuist in april naar Gent.
Het Amerikaanse Tesla bouwt ook in China elektrische wagens voor de Europese markt, en zal voor die wagens importtaksen moeten betalen. Maar het komt relatief goed weg. Anders dan de andere constructeurs had het in juni nog geen voorlopig tarief toegewezen gekregen.
Nu is beslist dat Tesla 7,8 procent aan importtaksen zal moeten betalen voor "Chinese" wagens die het in Europa wil verkopen. Dat is het laagste tarief.
Voor de andere constructeurs gelden 2 standaardtarieven. 20,7 procent voor zij die voldoende hebben meegewerkt aan het onderzoek van de Commissie, en 35,3 procent voor de constructeurs die dat niet hebben gedaan.
De nieuwe tarieven komen bovenop het huidige tarief van 10 procent dat nu al gold voor Chinese elektrische wagens. Daardoor loopt het hoogste importtarief, dat dus onder andere voor SAIC geldt, op tot 45,3 procent in het totaal.
Blijven praten
De importheffingen zorgden al in juni voor heel wat wrijving. China noemt ze oneerlijk en protectionistisch.
China dreigde op zijn beurt om importtaksen te heffen op Europese producten, zoals varkensvlees uit Spanje of Franse cognac. Daardoor was er ook onder de lidstaten onenigheid.
Frankrijk, het huis van automerken zoals Citroën of Peugeot, was ervoor te vinden. Duitsland (o.a. BMW en Volkswagen) dan weer niet, omdat het vreesde dat het minder elektrische wagens zou kunnen verkopen in China.
Europese autobouwers hebben te lang gewacht om elektrische wagens te produceren én om goedkopere modellen te produceren
Stef Cornelis, Transport & Environment
Maar de EU geeft ook nu het signaal dat het wil blijven praten met China. De tarieven gelden normaal gezien 5 jaar, maar er wordt op minstens 2 sporen verder onderhandeld: zowel tussen China en de EU onderling, als tussen de Commissie en de verschillende autoconstructeurs. Die onderhandelingen zouden kunnen leiden tot versoepelingen, als constructeurs bijvoorbeeld akkoord zouden gaan met een minimumprijs voor hun auto's.
Bovendien kondigt de Commissie aan dat het de inkomsten van de taks onder de voorlopige tarieven niet zal innen. De Chinese constructeurs zullen dus pas vanaf vandaag moeten betalen.
Worden Chinese elektrische wagens duurder?
Voorlopig is het niet duidelijk of de hogere tarieven de Chinese elektrische wagens voor de klant ook duurder zullen maken. Veel verdelers putten nog uit hun voorraad van voor er sprake was van de tarieven. En de constructeurs zelf willen er voorlopig niet al te veel over kwijt.
Zeker is dat nogal wat Chinese autoconstructeurs in principe de ruimte hebben om hogere kosten op te vangen. Ze maken veel winst in Europa, waar dezelfde modellen veel meer kosten dan in China. Deze zomer nog wees de financiële instelling BBVA op die "verbijsterende" verschillen. Zo kost een BYD Dolphin, een vijfdeurs basismodel, in China 12.947 euro, in België 29.900 euro en in Nederland 35.490 euro.
Volgens Jochen de Smet van EV Belgium, de Belgische sectorfederatie van elektrische mobiliteit, lijkt het er voorlopig niet op dat de prijzen bij ons zullen stijgen. Wel zou de vraag naar Chinese elektrische wagens de voorbije maanden gedaald zijn, door de negatieve sfeer errond.
Maar BYD ontkent dat. Volgens woordvoerder Thomas De Meuter is de vraag net gestegen. "Vorig jaar hebben we 559 auto's ingeschreven. Dit jaar zaten we eind september al aan 1.800."
Ook Stef Cornelis van de milieukoepel Transport & Environment verwacht dat de grote Chinese merken geen prijsstijgingen zullen doorvoeren, al zou dat bij kleinere constructeurs wel het geval kunnen zijn. Hij wijst erop dat de grote spelers sowieso al verder denken en hun productie naar Europa verschuiven. Zo heeft BYD een fabriek in Hongarije en plant het er een in Turkije om de invoertarieven te omzeilen.
Toch kunnen de taksen Europese autobouwers op korte termijn even ademruimte geven, denkt Cornelis. "Die hebben te lang gewacht om elektrische wagens te produceren én om goedkopere modellen te produceren. Dat zal vanaf volgend jaar veranderen. Citroën en Renault zullen bijvoorbeeld goedkopere modellen maken. Maar Europese autobouwers moeten de tijd die ze krijgen nu zo goed mogelijk gebruiken om te versnellen."


