"Gemeenten kunnen lokaal proberen het kadastraal inkomen (KI) te actualiseren, maar de echte oplossing ligt bij de federale regering, die het systeem al 50 jaar niet grondig heeft aangepast." Dat zegt professor Fiscaal Recht Michel Maus nu verschillende gemeenten het KI van woningen opnieuw willen berekenen. Waarom ligt een hervorming van dat systeem al jarenlang zo gevoelig in de Wetstraat?
Gemeenten nemen het heft in eigen handen: waarom ligt de hervorming van het kadastraal inkomen zo gevoelig?
Samenvatting:
Het kadastraal inkomen (KI) – de fictieve huurwaarde die de overheid gebruikt om belastingen zoals de onroerende voorheffing te berekenen – is al 50 jaar niet grondig aangepast. Daardoor betalen sommige huiseigenaars veel minder belastingen dan anderen met een vergelijkbare woning.
Verschillende gemeenten, zoals Willebroek en Leuven, sturen bewoners vragenlijsten om de werkelijke toestand van hun woning in kaart te brengen. Zo hopen ze hun inkomsten beter af te stemmen op de realiteit.
De echte oplossing ligt bij de federale minister van Financiën, maar die schrikt terug voor een hervorming. Professor Fiscaal Recht Michel Maus (VUB): "De minister van Financiën die zo'n opdracht geeft aan zijn administratie, zal daar politiek op afgerekend worden."
Heeft u een badkamer? Beschikt uw huis over centrale verwarming? Of staat er een zwembad in uw tuin? Het zijn enkele van de vragen die verschillende gemeenten stellen aan hun inwoners in een poging om het kadastraal inkomen (KI) van woningen te actualiseren, meldt De Morgen.
Het systeem is namelijk sterk verouderd, waardoor sommige huiseigenaars veel meer belastingen betalen dan anderen met een gelijkaardige woning.
Kadastraal inkomen?
Eerst even beginnen bij de basis: wat is het kadastraal inkomen precies? Het is de fictieve jaarlijkse huurwaarde van een huis of gebouw.
De overheid bepaalt dat bedrag alsof het pand 1 jaar verhuurd zou worden, en gebruikt het vervolgens om belastingen te berekenen, zoals de , de belasting die in de volksmond 'grondlasten' wordt genoemd.
Hoe waardevoller een huis, hoe hoger het kadastraal inkomen.
"50 jaar niet geactualiseerd"
Het probleem is dat het KI vandaag voor veel huizen niet meer klopt. "Het bedrag is gebaseerd op de huurwaarde uit 1975, die vanaf 1992 jaarlijks wordt", legt professor fiscaal recht Michel Maus (VUB) uit.
"Het systeem is al 50 jaar niet geactualiseerd. Nochtans zou het om de 10 jaar herbekeken moeten worden. Denk aan een woning op het Antwerpse Zuid in 1980 of vandaag, dat is een groot verschil in waarde."
Elementen die meespelen om het kadastraal inkomen te bepalen, zijn bijvoorbeeld een badkamer, veranda, zwembad, garage of centrale verwarming. Zonnepanelen, een warmtepomp of dubbele beglazing neemt de overheid niet mee in die berekening.
Kwart van de huizen heeft geen badkamer
Die gegevens zijn bij veel woningen niet correct vastgesteld of intussen achterhaald, bijvoorbeeld omdat een pand ondertussen werd gerenoveerd. "Dat is ook objectief vastgesteld door het in 2006. Zij hebben toen de cijfers uit het kadaster en die van het Nationaal Instituut van de Statistiek (NIS) vergeleken."
Wat bleek? Amper 59 procent van de woningen had centrale verwarming volgens het kadaster, terwijl dat volgens het NIS 73 procent was. Voor badkamers ging het om 77 procent volgens het kadaster, tegenover 96 procent volgens het NIS.
Voor gemeenten is dat natuurlijk een probleem, want die opcentiemen zijn globaal gezien goed voor 47 procent van de totale inkomsten van gemeenten
Michel Maus (VUB), professor fiscaal recht
Gevolg: veel mensen betalen te weinig belastingen, waardoor gemeenten inkomsten mislopen. "Voor gemeenten is dat natuurlijk een probleem."
Hoe komt dit nu? "Gemeenten kunnen heffen op de onroerende voorheffing, en die is gebaseerd op het KI", legt professor Maus uit. "En niet weinig, want die opcentiemen zijn globaal gezien goed voor 47 procent van de totale inkomsten van gemeenten."
Om die gemiste inkomsten te corrigeren, nemen gemeenten zoals Diest, Leuven, Scherpenheuvel-Zichem en Willebroek het heft in eigen handen. Ze sturen bewoners vragenlijsten om de werkelijke toestand van hun huis in kaart te brengen. Als blijkt dat een woning intussen werd gerenoveerd of uitgebreid, kunnen de opcentiemen worden verhoogd.
Willebroek: "Inkomsten verhogen? Niet de bedoeling"
"Het systeem is momenteel onrechtvaardig, want sommigen worden veel te laag belast", reageert Luc Spiessens ( Team Eddy), schepen van Financiën in Willebroek, waar inwoners momenteel bevraagd worden over hun KI.
Willebroek telt 11.000 woningen, maar een kwart daarvan zou op papier geen badkamer hebben. Maar in de realiteit zal dit natuurlijk lager liggen.
Het doel van de bevraging is niet méér belastinggeld binnenrijven, benadrukt de schepen. "We gaan bekijken wat de meeropbrengsten zijn. Zijn die substantieel, dan kunnen we eventueel bekijken of we het algemeen tarief van de opcentiemen voor iedereen laten zakken. Dan heeft iedereen er voordeel bij."
Volgens het kadaster heeft mijn woning geen badkamer. Vroeger was hier enkel een gat in een houten balk, recht naar de beerput
Bart Smedts, inwoner Willebroek
Inwoner Bart Smedts begrijpt dat de gemeente het systeem wil updaten. Hij pakte enkele jaren geleden zijn compleet verouderde woning grondig aan en kreeg ook een vragenlijst.
"Volgens het kadaster heeft mijn woning geen badkamer. Vroeger was hier enkel een gat in een houten balk, recht naar de beerput. Dat moet rechtgezet worden, daar heb ik geen problemen mee."
"Gemeenten hebben op zich niet de bevoegdheid om het kadastraal inkomen aan te passen. Dat moet via de federale minister van Financiën (momenteel minister Jan Jambon (N-VA), red.) gebeuren. Lokale besturen kunnen alleen een beroep doen op de vrijwilligheid van hun inwoners, door die vragenlijsten bijvoorbeeld", duidt professor Maus.
Politiek gevoelig dossier
De echte oplossing ligt dus bij de federale minister van Financiën. Waarom laten Jambon en zijn voorgangers het systeem al 50 jaar onaangeroerd?
De minister van Financiën die zo'n opdracht geeft aan zijn administratie, zal daar politiek op afgerekend worden
Michel Maus (VUB), professor fiscaal recht
Er is een officiële en een officieuze reden, verklaart Maus. "De officiële reden is dat het een veel te omslachtige oefening is. De officieuze reden dan: de minister van Financiën die zo'n opdracht geeft aan zijn administratie, zal daar politiek op afgerekend worden."
Geen enkele minister wil namelijk als de "belastingverhoger" gezien worden. "Een actualisering zou ertoe leiden dat de kadastrale inkomens van veel woningen stijgen, waardoor eigenaars meer belastingen zouden betalen. Dat blijkt politiek een moeilijk verhaal te zijn."
Onze redactie vroeg een reactie aan minister Jambon, die voorlopig geen commentaar geeft.





