"Het systeem van de onroerende voorheffing is sterk verouderd en voelt voor veel mensen onrechtvaardig aan." Dat zegt professor Mark Delanote nu bij veel mensen die vermaledijde belasting in de bus valt. Moeten we dat systeem dan niet herzien? "Ja, en dat is praktisch niet eens zo moeilijk."
Wie alles digitaal regelt, zal de afrekening van de onroerende voorheffing al in zijn of haar elektronische bus hebben gevonden (en misschien betaald). Wie liever nog op papier werkt, krijgt dezer dagen een brief in de bus waar de meesten onder ons toch even van moeten slikken.
De onroerende voorheffing, de belasting op het bezit van een woning zeg maar, is dan ook een stevige hap uit het gezinsbudget voor heel veel mensen. Zo'n grote belasting, daar zal wel een moderne berekening achter zitten, gebaseerd op de recentste data. Helaas.
In 1975 hebben slimmere mensen dan wij bepaald wat de jaarlijkse netto-huurwaarde is van elk huis en appartement dat op dat moment gebouwd was. Het is die waardebepaling die we vandaag nog altijd gebruiken om de onroerende voorheffing te berekenen en dat heeft soms vreemde gevolgen.
Wat is de onroerende voorheffing? De onroerende voorheffing is een belasting op het bezit van een huis, appartement, garage. Die zaken worden 'onroerende goederen' genoemd. Onroerend betekent zoveel als niet verplaatsbaar. De voorheffing of belasting wordt berekend op basis van het kadastraal inkomen of kortweg KI. Het is de fictieve netto-huurwaarde die op een woning werd geplakt in 1975. Het komt overeen met de opbrengst van 1 jaar verhuring... in 1975 dus. Het KI wordt regelmatig geïndexeerd, net als onze lonen en uitkeringen, zodat ook de onroerende voorheffing jaarlijks stijgt. Daar komen nog de zogenoemde opcentiemen bij. Dat zijn de belastingen die je stad of gemeente eraan toevoegen. In dit artikel kom je nog meer te weten over de onroerende voorheffing.
Onrechtvaardig
Veel mensen ervaren het systeem van de onroerende voorheffing als onrechtvaardig. Ze wonen bijvoorbeeld in een klein appartement in Brussel, maar betalen dubbel zoveel onroerende voorheffing als iemand met een groot huis in landelijk West-Vlaanderen.
"Het gaat om een heel verouderd systeem, alsof we ons nog in 1975 bevinden", zegt professor fiscaal recht Mark Delanote (UGent) daarover. "Bepaalde wijken werden toen misschien bestempeld als 'goeie buurt', maar ondertussen kunnen ze helemaal verloederd zijn. Of omgekeerd: een grauw stadsdeel kan opgewaardeerd worden en nu een hippe buurt zijn."
Ook provinciaal zijn er dus verschillen. "Men was toen milder voor de ene provincie dan de andere. Zo zijn de kadastrale inkomens in West-Vlaanderen traditioneel lager, net als in andere uithoeken van het land." Een 'goeie ligging' in 1975 is dat nu niet noodzakelijk meer.
En dan zijn er nog de gemeentebelastingen
Om alles nog ingewikkelder te maken, worden er bij het kadastraal inkomen van je woning ook nog opcentiemen bijgeteld. Dat zijn de belastingen die de stad of de gemeente waar je woont, bepaalt. Ook de provincie doet dat, maar het is al ingewikkeld genoeg.
Hoe werkt het? Eerst wordt de Vlaamse basisbelasting berekend (een percentage van het geïndexeerde KI), bijvoorbeeld 200 euro. Daarbovenop komen de opcentiemen. De opcentiemen zijn een verhoging van die basisbelasting. 1.100 opcentiemen betekent 11 euro per 1 euro basisbelasting, oftewel: 11 keer de basisheffing. Het volledige verschuldigd bedrag is dus 200 (basisheffing)+ 2.200 = 2.400 euro.
Uit dit voorbeeld is meteen duidelijk dat de onroerende voorheffing vooral een gemeentelijke belasting is. Ook al prijkt het logo van de Vlaamse overheid op je aanslagbrief.
Ook in het systeem van de opcentiemen zit weinig logica. Zo betaalt een inwoner van Alveringem, een dorp van 5.000 inwoners diep in West-Vlaanderen, de meeste opcentiemen (1.417). In Sint-Martens-Latem, een van de rijkste gemeenten van Vlaanderen, is dat 472. De Vlaamse basisbelasting vermenigvuldigen met 14 of met 4,7, een groot verschil. De oorzaak ligt vaak bij de budgettaire noden van de gemeente. Een rijke gemeente als Sint-Martens-Latem int al heel wat belastingen van zijn rijke bevolking. Armere gemeenten hebben meer nood aan extra financiering en dan zijn de opcentiemen een gemakkelijke oplossing.
Dat leidt tot absurde situaties. Iemand die op de Kortrijksesteenweg woont in Sint-Denijs-Westrem (Gent) betaalt 1.088 opcentiemen. Zijn buurman of vrouw die toevallig in de buurgemeente Sint-Martens-Latem woont, komt er vanaf met ongeveer 600 opcentiemen minder. Gewoon, omdat hij een paar meter verder woont.
Overheid heeft alle nodige gegevens
Het KI zou dus dringend herzien moeten worden en de oplossing is verrassend genoeg eenvoudig, want de overheid beschikt over alle actuele gegevens om de onroerende voorheffing veel correcter te berekenen. "Men beweert soms dat die berekening moeilijk te maken is elk jaar of om de paar jaar, maar dat is niet zo", zegt Delanote. "De overheidsdienst Financiën beschikt over alle informatie rond vastgoedtransacties en alle huurovereenkomsten moeten verplicht worden geregistreerd bij de overheid."
Het ligt politiek heel moeilijk
Professor Mark Delanote
"Het is verwonderlijk dat die data tot op vandaag niet worden gebruikt voor de hertekening van de vastgoedfiscaliteit, waaronder de onroerende voorheffing." Waar ligt het probleem dan? "Het ligt politiek heel moeilijk." Als men de echte actuele huurwaarde gaat gebruiken, zal die vaak hoger liggen dan nu. Als men de opcentiemen dan ongemoeid laat, zal de onroerende voorheffing voor veel mensen duurder uitkomen.
Bovendien zijn alle politieke niveaus betrokken: federaal, Vlaams en regionaal. "Men kan het systeem het best herbekijken wanneer de fiscaliteit rond wonen en onroerend goed helemaal naar het Vlaamse niveau zou verhuizen. Dan kan men er werk van maken, want nu hangt het met haken en ogen aan elkaar."

