Naar hoofdinhoud
Sergeï (tweede van rechts) en Arnaud De Decker (midden) in Koepjansk, in september 2022.

"Mijn fixer Sergeï hielp verhalen te maken over de oorlog in Oekraïne, tot hij er zelf in verdween"

Artikel luisteren
12min
Meer info

Sergeï uit Charkiv speelde de voorbije jaren een belangrijke rol als fixer voor journalisten. Tot hij vorige maand werd opgepakt tijdens een opdracht en in het Oekraïense mobilisatiesysteem belandde. Journalist Arnaud De Decker beschrijft hoe de oorlog in Oekraïne de samenleving onder druk zet. "Het onderscheid tussen wie vlucht en wie bijdraagt vervaagt. Nuance verdwijnt."

Arnaud De Decker
Gepubliceerd:

Het was eind september 2022. Na een urenlange rit dwars door Oekraïne kwam de trein tot stilstand in Charkiv. De miljoenenstad lag in het donker. Straatlantaarns brandden niet, navigatie-apps vielen uit en de avondklok hield iedereen vanaf 22 uur binnen. Wat overbleef, leek op een spookstad. Van de 2 miljoen inwoners was naar schatting nog een tiende gebleven. Artillerie en raketinslagen hadden de stad opengelegd.

Het was mijn eerste kennismaking met het front. Ik stapte uit de trein met niet veel meer dan een rugzak, een helm en een kogelvrij vest dat ik overal mee naartoe sleurde. In die weken was het Oekraïense tegenoffensief, dat grote delen van de regio bevrijdde, in volle gang. Er hing iets in de lucht. Hoop, begreep ik later. Voorzichtige euforie van mensen die terrein hadden teruggewonnen. 

Ik was alleen en moest alles nog uitzoeken. Ik sprak de taal niet, had geen vervoer, amper contacten. Wat ik wel had, was een doel: de bevrijde dorpen en steden bereiken. De mensen spreken die maanden onder Russische bezetting hadden geleefd. De plaatsen zien waar massagraven waren gevonden, en daarover schrijven.

Plantrekker Sergeï

Via via kreeg ik een telefoonnummer doorgestuurd. Een naam: Sergeï Grekov. 39 jaar. Iemand die de stad kende en niet bang was.

We spraken af in een café in het centrum. Ik zat er al, met een halve liter bier voor me, toen hij binnenkwam. Nonchalant, zelfverzekerd, maar niet op de manier van iemand die zich groot houdt. Eerder van iemand die de situatie al lang had opgemeten en zijn conclusies had getrokken. Ik wist het bijna meteen: met hem zou ik kunnen werken.

Aan checkpoints, tankstations, militaire posten: Sergeï praatte zich overal doorheen. Hij kende de codes, de toon, het juiste moment om te zwijgen of net te spreken

Sergeï is een plantrekker. Regels bestaan, maar zelden voor hem. Hij beweegt zich door de stad zoals anderen dat vóór de oorlog deden: zonder aarzelen, zonder om te kijken. Hij rookt te veel, slaapt te weinig en lijkt altijd een plan te hebben, ook wanneer dat er niet is. "Geen probleem", zegt hij vaak. En meestal blijkt dat ook zo te zijn.

Die eerste avond legde ik uit dat ik naar Izjoem en Koepjansk wilde, net bevrijd door het Oekraïense leger. De toegangswegen waren afgesloten, maar dat zei hij er uiteraard niet bij. "We vertrekken morgen om 5 uur." Dat was alles. En het lukte. Telkens opnieuw. Aan checkpoints, tankstations, militaire posten: Sergeï praatte zich overal doorheen. Hij kende de codes, de toon, het juiste moment om te zwijgen of net te spreken.

Een baby en een zieke vader

Hij kwam uit Saltivka, in het noorden van Charkiv, een wijk die in de eerste maanden van de invasie werd platgebombardeerd. Hij had er mensen uit kapotgeschoten gebouwen gehaald, met zijn eigen wagen, terwijl de stad onder vuur lag.

Hij sprak Russisch en trok zich niet veel aan van wat zich aan de andere kant van de grens gebeurde. Maar de oorlog had hem veranderd. Wat bleef, was een instinct om vooruit te gaan. Altijd.

Sergeï, op pad met oorlogsfotograaf Paul Conroy en Arnaud De Decker in Siversk, mei 2023.

De voorbije jaren werkten we samen aan reportages, ook voor VRT NWS. Hij bracht me waar ik alleen nooit was geraakt. Charkiv, Kostjantynivka, Droejkivka. Het front, de mensen ertussenin, hij zorgde er mede voor dat die verhalen bestonden. We kwamen samen onder vuur te staan. Artillerie in Pokrovsk, zweefbommen in Dobropillia en FPV-drones in Koepjansk. We deelden een appartement op 10 kilometer van het front, reden uren aan een stuk door platgebombardeerde dorpen.

Intussen bleef hij zorgen voor zijn pasgeboren kind, George, dat deze maand 1 wordt. En voor zijn vader, die zwaar ziek is en z’n dagen telt in het ziekenhuis. Om zijn gezin te kunnen onderhouden, werkte hij aan het front met journalisten van overal ter wereld. "Mijn manier om bij te dragen aan de verdediging van het land", zei hij hierover. 

Ongeschoren, uitgeput

Maar dat veranderde allemaal een maand geleden. Hij was onderweg voor een zoveelste journalistieke opdracht in Charkiv toen mannen van de TCK, de Oekraïense rekruteringsdienst, hem uit zijn wagen haalden en afvoerden.

Voor Sergeï, die zich 4 jaar lang door elk checkpoint had gepraat, was er plots geen uitweg meer. Hij wist dat de TCK overal kon toeslaan. Maar – zo dacht hij – met m'n perskaart ben ik wel gedekt. Hij dacht dat hij zich zoals steeds eruit zou kunnen praten.

Om de 5-6 dagen lukt het hem me op te bellen. Dan zie ik Sergeï op m'n scherm in militair uniform verschijnen, ongeschoren, ziek en uitgeput

In een land dat vecht voor zijn overleven is mobilisatie cruciaal. Maar de manier waarop ze gebeurt, en wie ze treft, schuurt steeds vaker. Zijn verhaal is geen uitzondering meer. Het is een symptoom.

Vandaag, bijna een maand later, komen mijn WhatsApp-berichten niet meer aan. Sergeï is meegesleurd in de Oekraïense mobilisatiemachine. Om de 5-6 dagen lukt het hem me op te bellen. Dan zie ik Sergeï op m'n scherm in militair uniform verschijnen, ongeschoren, ziek en uitgeput.

Toch lacht hij. Om zichzelf, en om de situatie. Wanneer we vroeger samen langs zo’n opleidingscentrum reden, konden we het niet laten er grappen over te maken. "Je toekomstige thuis", zeiden we dan. Nu is het zover.

Zijn basisopleiding duurt 55 dagen. En daarna: niemand die het weet.

5 tot 7 mannen per dag

De verhalen over die centra doen snel de ronde in Oekraïne. De levensomstandigheden zijn er op z’n zachtst gezegd moeilijk. Zo is op veel plekken douchen schaars, het eten net eetbaar, telefoonverbinding onbestaande.

Mannen tussen 25 en 60 jaar kennen die verhalen. Velen blijven daarom thuis. Ze schuilen in hun appartementen en mijden openbare ruimtes, trein- en metrostations, etc. Ze doen alles om de TCK te ontwijken.

Sergeï (midden) en Arnaud De Decker, vlak bij de grens met Rusland in de provincie Charkiv, aan de slag voor VRT NWS.

Ik schreef hier een dik jaar geleden al over, voor de krant Het Nieuwsblad. Sergeï had me toen in contact gebracht met een rekruteringsambtenaar. De boeman waarvoor iedereen schuilt. De man, toen 30 jaar oud, was zelf zwaargewond teruggekeerd uit de Donbas en moest nu, als invalide, mannen rekruteren omdat hij niets anders meer kon. 

Niet eenvoudig, zo bleek. "Er zijn haast geen vrijwilligers meer", zei hij. "Toch moeten we mannen vinden." Hij schatte dat hij 5 tot 7 mannen per dag rekruteerde. Veel van hen probeerden te ontsnappen: "Weglopen, vechten, alles." Maar hij had geen keus. "We riskeerden zelf naar het front te worden gestuurd als we onze quota niet haalden." Dat hielp, zei hij, om de morele twijfels overboord te gooien.

Ik sprak ook met mannen die zich verborgen hielden. Eén van hen verliet zijn appartement nog nauwelijks. Een ander had zijn woonst en auto verkocht en was naar een bouwvallig huisje buiten de stad verhuisd.

Toch noemden ze zichzelf patriotten. Ze wilden dat Oekraïne won. Maar ze weigerden zich over te geven aan de mobilisatiemachine. Niet uit lafheid, zeiden ze. Uit wantrouwen. Tegenover de chaos, de willekeur, de officieren die mannen naar onmogelijke posities stuurden.

Helden

Sergeï had me door al die gesprekken geloodst. Hij kende de mensen, de context, de codes.

Maar hier zit net het probleem. Oekraïne heeft dringend mankracht nodig. Drones bieden soelaas, dat klopt.

Maar Kyrylo Boedanov, hoofd van het Presidentieel Bureau, was daar vorige week ondubbelzinnig over in een interview met Ukrinform: "Oorlogen worden niet gewonnen zonder mensen. Zonder mensen worden oorlogen verloren, dat bestaat. Maar winnen zonder mensen, dat bestaat gewoon niet."

In Oekraïne is de held degene die vecht aan het front, zijn bloed vergiet. Maar tegelijk is ook de held degene die filmpjes maakt over hoe hij de rekruteringsdienst de rug toekeert

Kyrylo Boedanov, hoofd van het Presidentieel Bureau, in een interview met Ukrinform

"Aan de ene kant," zo zei hij, "zegt iedereen dat we moeten vechten tot de overwinning, en aan de andere kant vlucht iedereen weg van de mobilisatie. En dat gebeurt allemaal tegelijk. Dat is een enorm, gigantisch probleem."

Wat hem het meest stoort, is niet de angst of de twijfel. Wat hem stoort, is de verheerlijking van de vlucht. "In Oekraïne is de held degene die vecht aan het front, zijn bloed vergiet. Maar tegelijk is ook de held degene die filmpjes maakt over hoe hij de rekruteringsdienst de rug toekeert. En allebei zijn ze tegelijk helden. Dat toont het ontbreken van eenheid."

Paradox

Ik ervaarde dat tekort aan mankracht zelf, aan het front. In november vorig jaar zat ik met een hooggeplaatste militair in een café in Charkiv, een man die mee verantwoordelijk was voor de Oekraïense operaties rond Koepjansk. Ik vroeg hem of ik mee mocht met zijn soldaten. Hij keek me lang aan, dacht na, en zei toen: "Ben je echt bereid zo’n twintig dagen aan het front te zitten?" 

De rotaties zijn herleid tot een minimum. Het tekort aan rekruten, gecombineerd met de constante dreiging van drones, maakt elke wisseling gevaarlijk. Het is geen uitzondering, zeker niet aan het front, dat infanteristen of drone-operatoren wekenlang in een bunker doorbrengen, onder aanhoudend vuur.

Oekraïne houdt stand. Maar men mag van de Oekraïense militairen niet het onmogelijke verwachten. Niet in Europa, waar men er soms te makkelijk van uitgaat dat Oekraïne wel standhoudt, zonder verder na te denken welke prijs de samenleving hiervoor betaalt. Maar dat geldt ook voor de Oekraïners zelf, die in steden als Kiev, Odessa of Lviv verkondigen dat Oekraïne sterk staat en geen territorium mag opgeven, maar zelf vanaf de zijlijn klagen over de harde aanpak van de TCK, en niet bereid zijn om daad bij woord te voegen.

Dat is de paradox die Oekraïne vandaag verscheurt. Een land kan niet tegelijk eisen dat het overleeft en weigeren de prijs daarvoor te betalen. Een samenleving kan niet tegelijk mobilisatie als noodzaak erkennen en de mannen die haar uitvoeren als schurken wegzetten. En een oorlog kan niet gewonnen worden door mensen die geloven in de overwinning, zolang die overwinning altijd door iemand anders behaald moet worden.

Waarheid als verdediging

Dat maakt het geval van Sergeï zo gelaagd, en zo schrijnend. Hij verstopte zich niet. Hij beschikte over een officiële perskaart, reed naar het front, spendeerde er dagen aan een stuk.

Hij werkte voor grote internationale media en wilde laten zien hoe het er werkelijk aan toeging. Hij droeg bij, op zijn manier, met zijn middelen, vanuit zijn overtuiging. Niet als soldaat, maar als iemand die begreep dat de waarheid over deze oorlog ook een vorm van verdediging is.

Dat net hij uit zijn wagen werd geplukt, zegt iets fundamenteels over hoe een samenleving onder extreme druk begint te draaien. Ze treft niet altijd de juiste mensen. Het onderscheid tussen wie vlucht en wie bijdraagt vervaagt. Nuance verdwijnt. En zo riskeert ze precies die mensen te verliezen die haar van binnenuit het meest dragen.

Sergeï verstopte zich niet. Hij reed naar het front, keer op keer. Hij hielp verhalen maken over de oorlog. Tot hij er zelf in verdween. En niemand weet of hij er nog uitkomt.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Maakt de nicotine-industrie een nieuwe generatie verslaafd? VRT NWS Pano en Knack onderzoeken de lobby achter nicotinezakjes.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"