Pakistan kan een nieuwe pluim op zijn hoed zetten: na weken van bemiddeling heeft het een akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran mogelijk gemaakt. Nochtans vecht Pakistan een grensconflict uit met Afghanistan en ligt het geregeld in de clinch met buurland India. Hoe heeft het land zich in een mum van tijd opgeworpen tot mogelijke vredestichter in het Midden-Oosten?
Hoe Pakistan van oorlogsland uitgroeit tot vredesbemiddelaar met Iran
Dit artikel is eind maart een eerste keer gepubliceerd. Naar aanleiding van het akkoord tussen Iran en de Verenigde Staten kreeg het een update.
Het moet ergens midden maart zijn wanneer in het Witte Huis de telefoon overgaat. Aan de andere kant van de lijn: Asim Munir, de opperbevelhebber van het Pakistaanse leger, een van de machtigste mensen van Pakistan. Hij belt om Donald Trump te overtuigen dat Pakistan dé partner bij uitstek is om vrede te onderhandelen in het Midden-Oosten.
Ook in Teheran gaat rond dezelfde tijd de telefoon; dit keer klinkt de Pakistaanse premier Shehbaz Sharif aan de andere kant van de lijn. Hij heeft dezelfde boodschap voor Iran: Pakistan wil helpen om zo snel mogelijk een einde te maken aan het conflict.
Pakistan kan naar verluidt zowel Washington als Teheran overtuigen dat het neutraal én capabel is om deze onderhandelingen te faciliteren. Als nucleaire grootmacht is het land ook geloofwaardig als onderhandelaar.
Niet onbelangrijk: opperbevelhebber Munir en Donald Trump hebben een persoonlijke band, want tijdens de vredesgesprekken tussen India en Pakistan in 2025 zouden de 2 elkaar verschillende keren gesproken hebben.
Nood breekt wet
En zo wordt Pakistan als het ware gebombardeerd tot vredesonderhandelaar. Met succes, zo blijkt, nu er een staakt-het-vuren van 2 weken is aangekondigd. Iran, de Verenigde Staten en Israël zullen - als alles goed verloopt - geen aanvallen meer uitvoeren. Later zullen vredesgesprekken plaatsvinden in - jawel - de Pakistaanse hoofdstad Islamabad.
Toch zou Islamabad een opmerkelijke keuze zijn, want op dit moment vecht Pakistan actief met buurland Afghanistan over grensgebied in het westen, en enkele maanden geleden kruiste het nog de degens met India over Kasjmir, een ander betwist grensgebied. Toch moet het land, ondanks zijn disputen met zijn buurlanden, nu voor vrede zorgen in dat andere buurland: Iran.
Vrede onderhandelen tussen de VS en Iran is een ambitieus plan, en misschien zelfs historisch te noemen. Normaal gezien is het Oman dat zich toelegt op de Iraans-Amerikaanse . Dat deed het ook in 2015, toen onderhandeld werd over een nucleaire deal. Ook Qatar trachtte zich de afgelopen jaren te profileren als regionale onderhandelaar bij uitstek, maar nu wordt de praatstok dus doorgegeven aan Pakistan.
Oman en Qatar zijn kleine , maar hebben beide een stabiel bestuur en zijn erg rijk. In normale tijden zijn ze de ideale partner om dit soort vredesgesprekken te leiden.
Maar dit zijn geen normale tijden: zowel in Qatar als Oman zijn Amerikaanse militaire basissen, en zijn daardoor een doelwit geworden van de Iraanse vergeldingsacties. Op Pakistaans grondgebied is die Amerikaanse militaire aanwezigheid er niet. Het land heeft bovendien een rechtstreekse lijn met Washington én met Teheran, wat het de ideale plaats maakt voor deze gesprekken.
Vertrouwen is dé sleutel
De grootste troef die Pakistan op dit moment in handen heeft om de gesprekken te leiden, is vertrouwen. Dat zegt Leo Kwarten, arabist, antropoloog en Midden-Oostendeskundige. "Pakistan en Iran zijn vrij goede buren", zegt hij in De Ochtend op Radio 1.
Dat vertrouwen in Pakistan is vooral belangrijk voor Iran, omdat het land in het verleden al enkele slechte ervaringen heeft gehad met de VS.
"Iran heeft in het verleden twee keer onderhandeld met de Verenigde Staten, en beide keren liep dat uit op een aanval tijdens de gesprekken. Daardoor heerst er diep wantrouwen. Wanneer er nu opnieuw wordt gesproken over onderhandelingen, leeft in Teheran het gevoel dat dit slechts een dekmantel is voor verdere militaire opbouw."
Precies daarom zijn deze 4 landen zo belangrijk. Omdat ze nauwe bondgenoten zijn van de Verenigde Staten, kunnen zij garanties vragen en doorgeven.
Als Washington hen plechtig belooft dat er tijdens onderhandelingen geen aanvallen zullen plaatsvinden, kunnen zij dat vertrouwen proberen overbrengen op Iran. Pas als die geloofwaardigheid er is, kan Teheran bereid zijn om opnieuw aan tafel te gaan.
Toch blijft het een moeilijke opdracht. "In wezen komt het erop neer dat Iran pas wil praten als het vertrouwen heeft in de garanties van deze bemiddelende landen. Op dit moment blijft Iran die gesprekken echter ontkennen, juist om geen indruk te wekken dat het al bereid is tot dialoog. Dat past in hun strategie van voorzichtigheid en wantrouwen."
Heeft diplomatiek overleg over oorlog Midden-Oosten kans op slagen?
Daar komt nog een complicerende factor bij: Israël. Dat land neemt niet deel aan de onderhandelingen, maar speelt wel een actieve rol in het conflict.
"In Iraanse ogen fungeert Israël vaak als verlengstuk van de Verenigde Staten. Washington zou Israël moeten kunnen temperen, maar in de praktijk gebeurt dat onvoldoende. Integendeel, de afgelopen periode waren er meerdere momenten waarop Israëlische acties mogelijke diplomatieke openingen doorkruisten en opnieuw tot escalatie leidden."
Ook Iran zelf verhoogt intussen de druk. Bondgenoten zoals de houden zich niet langer afzijdig en bouwen de spanning op, bijvoorbeeld door dreiging in de Rode Zee. Het lijkt alsof Iran het conflict stapsgewijs opvoert, telkens reagerend op acties van de Verenigde Staten en Israël.
Alles bij elkaar blijft de situatie dus uiterst gespannen. Toch biedt het feit dat er diplomatieke initiatieven zijn een sprankeltje hoop. Of die ook tot echte onderhandelingen leiden, zal in grote mate afhangen van één doorslaggevende factor: het vermogen van de bemiddelende landen om vertrouwen op te bouwen.



