Naar hoofdinhoud
Mensen schuiven aan bij de keuken van Osman

De oorlog die Europa nauwelijks ziet: waarom de grootste humanitaire crisis ter wereld buiten beeld blijft

Artikel luisteren
8min
Meer info

Terwijl VN-onderzoekers waarschuwen dat het geweld in Darfoer "genocidale kenmerken" vertoont en miljoenen burgers van Soedan verhongeren, blijft het conflict opvallend afwezig in de Europese media. Journalist Arnaud De Decker trok voor VRT NWS naar Khartoem en zag hoe lokale mediamakers tussen de soepketels en de artillerie-inslagen vechten tegen de vergetelheid. "Ik wist niet of ik mijn collega's moest helpen, of moest blijven uitzenden."

Arnaud De Decker
Gepubliceerd:

Samenvatting:

  • In Soedan woedt een bloedig conflict met miljoenen vluchtelingen en een ernstige voedselcrisis; volgens de VN zijn er "genocidale kenmerken" en is de hongercrisis de grootste ter wereld.

  • Lokale journalisten zoals Osman El Jundi riskeren hun leven om verslag uit te brengen en hulp te bieden, ondanks bombardementen, internetuitval en persoonlijke offers.

  • Het geweld en de humanitaire ramp in Soedan krijgen amper aandacht in Europese media, mede door moeilijke verslaggeving en focus op andere conflicten.

De cijfers uit Soedan zijn al lang de statistiek voorbij; ze zijn apocalyptisch. Meer dan 11 miljoen mensen zijn op de vlucht, 30 miljoen mensen hebben humanitaire hulp nodig. 

Volgens de Verenigde Naties is de voedselcrisis in Soedan de grootste ter wereld. Toch moet wie vandaag door de Europese nieuwskoppen scrolt, lang zoeken naar de naam van dit Afrikaanse land.

Dat ligt niet alleen aan de moeilijkheid om vanuit Soedan te berichten. Op Europese redacties woedt een permanente concurrentiestrijd om aandacht, waarin oorlogen met directe geopolitieke gevolgen voor het continent, zoals die in Oekraïne of Gaza, structureel voorrang krijgen.

De stilte is geen gevolg van een gebrek aan informatie. In de eerste weken van februari alleen al documenteerde de VN opnieuw tientallen burgerslachtoffers bij drone-aanvallen door zowel het regeringsleger (SAF) als de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). Op 7 februari stierven 24 mensen, onder wie 8 kinderen, toen een voertuig met vluchtende families werd geraakt.

Oorlogen verdwijnen soms niet door een gebrek aan feiten, wel door een gebrek aan politieke wil en visuele urgentie. Terwijl westerse regeringen vasthouden aan broze diplomatieke relaties, blijft de burgerbevolking buiten bescherming, én buiten beeld.

Journalist met potlepel

In Khartoem ontmoet ik de man bij wie journalistiek en overleven onlosmakelijk in elkaar zijn gevloeid: Osman El Jundi. Hij is een charismatisch man, keurig hemd, grijzende snor. Voor de oorlog was hij hoofdredacteur van een nieuwssite, vandaag is hij correspondent voor Khartoem 24 én de motor achter een vitale overlevingslijn.

Elke ochtend voor 8 uur heerst een koortsachtige bedrijvigheid aan zijn huis. 22 vrijwilligers zeulen met enorme kookpotten. Vrouwen bakken kisra, het traditionele platbrood, terwijl de mannen vlees bereiden. Tijdens de zwaarste maanden van de oorlog, toen 90 procent van de hoofdstad bezet was en iedereen haar of zijn baan verloor, gaf Osman dagelijks honderden gezinnen hun enige maaltijd.

“We kookten terwijl de artillerie insloeg op 2 kilometer afstand,” vertelt hij nuchter. “De verantwoordelijkheid was enorm. Ik moest zorgen dat de keuken bleef draaien, maar ook dat de mensen in de wachtrij niet geraakt werden door de scherven die hier regelmatig rondvlogen.” Vandaag is de rij iets korter, rebellen zijn verdreven uit de hoofdstad, maar de ingrediëntenlijst in zijn keuken leest nog steeds als een atlas van een wereldwijd falen: macaroni uit Egypte, rijst uit India, linzen uit Turkije. Alleen de bloem en de olie zijn nog lokaal.

Osman in zijn keuken

Telefoon aan houten paal

Voor Osman vervaagde de grens tussen hulpverlener en verslaggever al in de eerste uren van de oorlog. In juli 2024, tijdens een aanval op legerleider Abdel Fattah al-Burhan, moest hij letterlijk van de keuken naar het front schakelen. Omdat zijn professionele materiaal in een afgesloten kantoor in bezet gebied lag, moest hij improviseren.

“Het was een guerrillaoorlog. Ik had niet eens een statief,” herinnert hij zich. “Ik bond mijn telefoon aan een houten paal om te kunnen filmen.” Op dat moment was hij de enige journalist die nog werkte in de stad; de rest van de wereld was blind. Freelancers en internationale media belden hem dag en nacht om te verifiëren welk gebouw was ingenomen of welke geruchten klopten.

Vaak verliep die communicatie via informele netwerken van lokale fixers en diaspora-journalisten, die als laatste schakel fungeren tussen het front en buitenlandse redacties. Zonder hen zouden veel verhalen Soedan nooit verlaten.

Die gevaren zijn niet uitzonderlijk – ze gelden door heel Soedan. In Al‑Fashir, het hart van de Darfoer-crisis, werd freelancejournalist Muammar Ibrahim in oktober 2025 gearresteerd door de paramilitaire Rapid Support Forces terwijl hij probeerde de stad te verlaten.

BEKIJK
Bloedvlekken zichtbaar tot in de ruimte: strijders slachten op grote schaal burgers af in Soedan (Het Journaal, 31 oktober 2025)

Sindsdien ontbreekt elk spoor van zijn verblijfplaats of gezondheid. Zijn detentie illustreert hoe fysieke repressie en doelgerichte aanvallen op verslaggevers ertoe leiden dat belangrijke nieuwsstromen uit Darfoer praktisch droogvallen, waardoor de regio grotendeels onzichtbaar blijft voor internationale media en Europa. 

Dat maakt de mediastilte des te schrijnender: net op het moment dat internationale waarnemers spreken over mogelijke genocide, wordt verslaggeving systematisch onmogelijk gemaakt.

De getuigenissen van Osman zijn doordrenkt van een ijzingwekkende beroepsethiek. Op 21 maart 2025, tijdens de herovering van het Republikeins Paleis in Khartoem door Soedanese regeringstroepen, was hij live in de ether toen een drone insloeg. 3 collega-journalisten en 42 militairen lieten het leven. “Toen ik binnenging, zag ik mijn collega’s liggen, bedekt onder het bloed,” zegt hij. “Ik wist niet wat ik moest doen. Moest ik helpen, of moest ik mijn verantwoordelijkheid als journalist volgen en blijven uitzenden?”

Wachten op Starlink

De fysieke prijs voor zijn werk was bijna onhoudbaar. Het internet viel maandenlang volledig weg. Na het eerste jaar bleven slechts twee Starlink-punten over in de hele stad. Osman moest urenlang in de rij staan, tussen andere wanhopige burgers, alleen maar om enkele seconden beeld te kunnen verzenden naar de zender in Caïro.

Ook de basisvoorzieningen werden wapens in de strijd. De waterleidingen werden door de RSF gebombardeerd. Om toonbaar op camera te verschijnen als correspondent, waste Osman zich ’s ochtends in de rivier de Nijl, die door Khartoem stroomt. Zijn familie heeft hij al drie jaar niet gezien; hij stuurde hen in de eerste maand naar Caïro zodat hij zich volledig op zijn werk kon storten. “Mijn jongste zoon vraagt me elke dag wanneer ik eindelijk kom,” zegt hij, terwijl zijn blik even verzacht. “Maar iemand moest hier blijven.”

Osman tussen mensen die aanschuiven aan zijn keuken

Zwarte hart van radio

Elders in de stad, bij de staatsomroep Radio Sudan, wordt de strijd om het narratief nog tastbaarder. De bureaus zijn zwartgeblakerd, de sporen van twee jaar bezetting, plundering en brandstichting zijn overal. Toch is er vandaag een zekere feeststemming: twee studio’s zijn herbouwd. Ministers en delegaties wonen de eerste live-uitzending in jaren bij.

Majid Ogeli (57) werkt al 30 jaar bij de zender. Hij herinnert zich 15 april 2023, de start van de oorlog, nog als de dag van gisteren. “Het was een normale dag, tot we de gevechten hoorden. We besloten geen nieuws meer te brengen, maar alleen nog het nationale volkslied af te spelen.”

Majd aan het werk bij Radio Sudan

Niet veel later bestormden RSF-strijders het gebouw. Majid werd gegijzeld. Een politieke leider van de rebellen eiste dat hij een verklaring zou uitzenden: ‘We gaan heel Soedan overnemen’. “Ze wilden dat ik pro-RSF verklaringen zou voorlezen,” vertelt Majid. “Ik weigerde. Omdat we het gebouw door en door kenden, konden we uiteindelijk ontsnappen via de achterdeur.” Vandaag ziet hij collega's terug die hij drie jaar lang dood waande. Het is een emotioneel weerzien in een studio die nog naar rook ruikt.

Lokale correspondenten

Voor Osman El Jundi voelt de terugkeer van vijftien lokale correspondenten naar Khartoem als een mirakel, maar de strijd tegen de onzichtbaarheid is nog niet gestreden. “Ik kan de westerse media niets kwalijk nemen,” zegt hij met een bittere glimlach. “Zelfs voor de oorlog was er nauwelijks interesse in wat hier gebeurde. Alleen Al Jazeera was er, tot ook zij werden onderdrukt.”

Zijn soepkeuken blijft open zolang het nodig is. “Zolang mensen hier lijden, heb ik werk te doen,” besluit hij. “Ik moet de mensen voeden. En ik moet de wereld vertellen wat hier gebeurt.” De vraag is alleen of de wereld, en Europa in het bijzonder, eindelijk bereid is om te kijken.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Maak van VRT NWS jouw voorkeursbron op Google

Google heeft een nieuwe functie gelanceerd waarmee je zelf kunt kiezen welke bronnen je eerst ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer het laatste nieuws van VRT NWS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"