In Omdurman, een stadsdeel van de Soedanese hoofdstad Khartoem, is een voetbalveld tijdens de oorlog uitgegroeid tot een noodkerkhof. Journalist Arnaud De Decker kon voor VRT NWS uitzonderlijk naar de metropool aan de oevers van de Nijl reizen. Hij treft er totale verwoesting aan en spreekt met inwoners die door een hel gingen. Omdat de officiële begraafplaats door gevechten onbereikbaar was, begroeven families hun doden op het veld.
Hoe een voetbalveld een kerkhof werd: Arnaud De Decker reist voor VRT NWS naar Soedan
"Kijk", zegt Youssouf Bouchara (80), terwijl hij naar de plek wijst. "Hier liggen nog steeds 2 nichten van me onder de grond. We wachten op de autoriteiten om hen op te graven en opnieuw te begraven. Deze keer volgens de regels."
Nog niet zo lang geleden speelden jongeren op dit voetbalveld in de wijk El Rashedin, in Omdurman, onbezorgd hun wedstrijden. Vandaag, 3 jaar na het begin van de oorlog in Soedan, is het terrein onbruikbaar. Tientallen geïmproviseerde graven steken als kleine hopen uit de grond.
"Het kerkhof waar we normaal onze doden begraven ligt nog geen kilometer verderop, bij de Ahmed Hussein-moskee. Maar de rebellen van de RSF sloten de wijk af. We konden er niet heen. We moesten de slachtoffers hier begraven, op de plek waar ze vroeger voetbalden."
Op de satellietbeelden hieronder zie je hoe de graven een deel van het voetbalveld hebben ingenomen.
Een wijk uiteen geslagen
El Rashedin stond bekend om haar gemoedelijke karakter. Het fungeerde als een spiegel van de Soedanese diversiteit. Voor de oorlog, die in april 2023 uitbrak, woonden er zo’n 100.000 mensen, voornamelijk uit de arbeidersklasse, afkomstig uit alle uithoeken van het land.
"Dat was altijd het mooie aan deze buurt. We leefden hier samen. Dat gaf nooit problemen, integendeel, het was hier vreedzaam. Multiculturaliteit was geen hol begrip, maar dagelijkse realiteit die werkte. We hadden het niet breed, maar het gemeenschapsgevoel gaf ons warmte."
De oorlog sloeg diepe wonden. Huizen werden geplunderd of verwoest. Amper een kwart van de inwoners bleef. Giddani Kalcon (51), een medewerker aan de Universiteit van Khartoem, zag hoe de buurt in een hel veranderde.
"De gevechten tussen het regeringsleger en de rebellen van de RSF waren brutaal", vertelt hij. "In Soedan zijn we wat gewend. Het is niet de eerste oorlog. We dachten aanvankelijk dat de onrust hooguit 2 weken zou duren. Dat bleek een grove misrekening."
"Onze wijk werd een frontlinie. Op de grote boulevard schoten beide partijen met scherp. Er kwam een checkpoint. We zaten vast." Na 4 maanden bezetting bereikte hij zijn breekpunt.
"Het was 2 uur ’s nachts. Ik lag te slapen toen 5 gewapende RSF-leden mijn huis binnendrongen. Een van hen drukte een kalasjnikov tegen mijn hoofd. Ik moest alles afgeven: mijn autosleutels, mijn meubels, de televisie. Mijn vrouw en kinderen waren gelukkig al gevlucht. Toen wist ik: tot hier en niet verder. Ik vertrok."
"43 mensen die ik kende, zijn dood", aldus Kalcon. "Sommigen werden gedood door de RSF, anderen stierven door ziekte."
Autokerkhof en vernielingen
De leegte in de wijk wordt ingevuld door rouw en vernieling. Op een braakliggend terrein hebben lokale autoriteiten en bewoners alle autowrakken verzameld die de straten bezaaiden. Het zijn er honderden.
Kalcon, die in augustus 2025 terugkeerde naar de wijk, aanschouwt het trieste tafereel met een kop verse koffie met gember in de hand. "We laten het voorlopig zo. De autoriteiten hebben wel meer aan hun hoofd."
Hij wijst naar de ruïne van zijn eigen huis. "Toen de voorraden in de huizen en ziekenhuizen op waren, hadden die arme sukkelaars (van de RSF, red.) niets meer. Ze sloegen de houten steunbalken uit onze woningen. Het zijn voornamelijk huizen uit de jaren 70, gebouwd met veel houtwerk. Door die balken zakten de woningen als kaartenhuizen in elkaar."
Toch verliest hij zijn moed niet. "Dat dwingt ons nu wel om alles opnieuw op te bouwen", zegt hij met een wrange glimlach. "En deze keer doen we het met beter en kwalitatiever materiaal."
Oorlog zonder informatie
Veel inwoners van El Rashedin hebben familie in Darfoer en Kordofan, waar de gevechten nog steeds bijzonder hevig zijn. Betrouwbare informatie is schaars: weinig journalisten bereiken het gebied en mobiele netwerken functioneren nauwelijks.
De oorlog escaleert er bovendien door het toenemende gebruik van drones. De voorbije dagen kwamen in Kordofan tientallen burgers om bij luchtaanvallen op een drukke markt en op een opvangplaats voor ontheemden. Zowel de paramilitaire RSF als het regeringsleger worden in verband gebracht met dergelijke aanvallen, die steeds vaker civiele doelwitten treffen.
De oorlog in Soedan: hier gaat het over
In Soedan doet een machtsstrijd binnen het leger het land nu al 3 jaar op zijn grondvesten daveren. Tienduizenden burgers zijn al om het leven gekomen. Schattingen gaan van 140.000 doden tot meer dan 400.000. Meer dan 14 miljoen mensen zijn op de vlucht voor het geweld.
Centraal in het conflict staat de rivaliteit tussen 2 generaals: die van het reguliere leger, Abdel Fattah al-Burhan, en die van de paramilitaire groep RSF (Rapid Support Forces) Mohamed Hamdan Dagalo, ook bekend als Hemedti.
Na de val van dictator Omar al-Bashir in 2019 zou een burgerregering aan de macht komen in Soedan. De RSF en het regeringsleger SAF waren het echter niet eens over het tempo en de verdeling van de macht.
De 2 generaals kwamen daarbij lijnrecht tegenover elkaar te staan, en beide groeperingen begonnen zich te bewapenen en troepen te verplaatsen, wat leidde tot wederzijdse beschuldigingen en het uitbreken van gevechten in april 2023.
Het gewapende conflict heeft het land in de grootste humanitaire crisis ter wereld gestort. Miljoenen mensen hebben hun huis moeten verlaten, en een ernstige hongersnood teistert de helft van de Soedanese bevolking. Volgens de Verenigde Staten plegen de rebellen van RSF een genocide.
Kalcon benadrukt dat beide partijen, het regeringsleger en de RSF, beschuldigd worden van oorlogsmisdaden. "Vooral het gebruik van drones wordt steeds problematischer."
Daarmee verwijst hij naar een dodelijke aanval door RSF-drones op de weg naar Dilling, een stad in Kordofan waar het leger na 2 jaar belegering een humanitaire corridor kon openen. Daarbij kwamen volgens lokale bronnen 24 mensen om. Op 16 februari vielen opnieuw burgerslachtoffers bij een gelijkaardige aanval, waarbij 28 mensen stierven.
Hij schetst de situatie uit de eerste hand. "Tijdens de belegering raakten de voedselvoorraden snel uitgeput. In het eerste jaar moesten bewoners leven van wat nog overbleef. In het tweede jaar aten sommigen bladeren van bomen of voedsel dat oorspronkelijk voor dieren bestemd was. Medicatie ontbrak volledig. Wie de omsingeling wilde verlaten, moest wekenlang lopen, dwars door de woestijn."
Voetbal tussen de graven
Terug bij het huis van de 80-jarige Youssouf Bouchara galmt de oproep van de moskee door de luidsprekers. Ook zijn huis is zwaar beschadigd door de oorlog. Hij bedwingt zijn tranen wanneer de herinnering hem terugvoert naar die ene nacht.
"Ook bij mij is de RSF gepasseerd", fluistert hij. "Ze kropen over de omheining van mijn tuin en drongen binnen, zwaaiend met hun geweren. Ze eisten auto’s en juwelen. Toen ze beseften dat ik niets had, schoten ze uit pure frustratie hun magazijnen leeg." Bouchara werd geraakt in zijn been, zijn dochter van 37 overleefde de aanval niet.
Op het veld ernaast klinkt plots een fluitsignaal. Tussen de geïmproviseerde graven verzamelen jongvolwassenen zich voor een potje voetbal. Coach Wadie Abdellah (45) traint de jongeren uit El Rashedin al jaren.
"Het gaat om heling", zegt hij terwijl hij zijn spelers gadeslaat. "Het neemt de mentale last even weg. Voor de spelers, maar ook voor de ouderen in de buurt. Zij kunnen komen kijken naar de nieuwe generatie."
Voor Abdellah is voetbal vandaag belangrijker dan ooit. "Het houdt ons samen. Je speelt als een team, ongeacht je cultuur of nationaliteit. Dat is wat ons hier in de wijk overeind houdt."
Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek.



