Naar hoofdinhoud

“We willen dat VS ons aanvalt”: maand na Iraanse protesten klinkt roep om buitenlandse interventie steeds luider

Artikel luisteren
7min
Meer info

"Mensen zijn bang dat er na alles wat is gebeurd, er van buitenaf geen reactie zal komen", zegt Amir*. Een maand na de Iraanse protesten groeit de wanhoop onder Iraniërs dat hun verzet niets anders heeft opgeleverd dan genadeloos bloedvergieten en staalharde repressie. VRT NWS sprak met Amir* en Zahra* die anoniem vanuit Iran getuigen. "Niemand wil oorlog, maar we willen dat de VS ons aanvalt."

Inass Mouhamou
Gepubliceerd:

Samenvatting:

  • Het Iraanse regime heeft de protesten van begin januari met hard geweld onderdrukt, waardoor het dagelijks leven in Iran stil ligt en veel mensen getraumatiseerd zijn.

  • Iraniërs getuigen dat ze geen hoop meer hebben op verandering van binnenuit en roepen op tot buitenlandse interventie: "We willen dat de VS ons aanvalt", zegt Zahra, een jonge vrouw uit Iran.

“Het spijt me, ik weet dat het niet goed met je gaat, maar ik heb een paar vragen voor je. Als een vraag te moeilijk is om te beantwoorden, antwoord dan gewoon niet, goed?”

We luisteren mee met een telefoongesprek tussen 2 vriendinnen. Aan de ene kant, Maryam*: een jonge vrouw hier in België. Aan de andere kant, Zahra*: een jonge vrouw in Iran.

Het is al bijna een maand geleden dat het theocratische regime in Iran een van de grootste protestgolven uit de moderne geschiedenis van het land met bloedig geweld heeft neergeslagen. Nu het regime de internetblokkade geleidelijk versoepelt, krijgen Iraniërs opnieuw toegang tot het internet en wordt contact met familie en vrienden in het buitenland weer mogelijk.

Een opluchting voor velen, maar ook een pijnlijke confrontatie met de realiteit: steeds meer getuigenissen sijpelen door naar de buitenwereld. Ze schetsen een beeld van ongezien bloedvergieten, waarbij elke vorm van burgerverzet de kop ingedrukt werd om het regime van de ayatollahs in het zadel te houden. 

BEKIJK
"70 procent van de mensen gaat niet meer naar buiten"

Straten ruiken naar bloed

Zahra ging begin januari mee de straat op, verloor iemand in haar omgeving en was ooggetuige van de brute repressie. Ze wil getuigen, maar rechtstreeks contact met haar zou haar veiligheid in gevaar kunnen brengen. Onze vragen lopen daarom via de vriendin. 

Alle straten roepen hele slechte herinneringen op en ruiken naar bloed

Zahra, Iraniër

“De meerderheid van de mensen probeert niet naar buiten te gaan, omdat hun mentale en psychische toestand verschrikkelijk is", vertelt Zahra. "Het is echt heel zwaar, omdat alle straten hele slechte herinneringen oproepen en letterlijk naar bloed ruiken.”

Het leven ligt stil in Iran, getuigt ze. “De mensen die weer gaan werken of naar school gaan, doen dat alleen omdat ze geen andere keuze hebben. Normaal doen gaat niet. Niet na alles wat er is gebeurd. De mensen die je in cafés ziet, dat zijn geen normale mensen, maar regeringsaanhangers.”

Het protest is volledig in de kiem gesmoord. “De veiligheidsdiensten patrouilleren in burger, om te controleren dat er geen nieuwe samenkomsten ontstaan.
Als het ergens druk wordt, grijpen ze meteen in," zegt ze. "Daardoor zijn mensen bang. Daardoor is er niets meer gebeurd sinds de grote protesten begin januari.”

“Hoe voel je je daarbij? Hoe voel je je nu?”, vraagt Maryam. Aan de andere kant van de lijn wordt het stil. “Wat voor vraag stel je toch”, reageert Zahra emotioneel. 

Amerikaanse Armada

Zahra vreest dat het bewind van de ayatollahs zal standhouden. Van binnenuit zal er volgens haar niets veranderen, de Iraanse bevolking kan niet op tegen het staatsgeweld. De Iraanse vrouw heeft haar hoop daarom gericht op de Amerikaanse Armada, de oorlogsvloot die Trump richting Iran heeft gestuurd om de druk op Teheran te verhogen. 

“Wij willen dat de VS ons aanvalt”, zegt Zahra. “Niemand wil oorlog, maar eerlijk gezegd willen we dat ze ons aanvallen.
Voor ons maakt het niet uit of dat Israël of Amerika is.
Laat ze gewoon komen en laat het voorbij zijn.”

Of de VS dat zal doen, is niet duidelijk. Begin januari dreigde Trump met militair ingrijpen als het Iraanse regime betogers zou blijven afslachten. “Hulp is onderweg”, klonk zijn boodschap toen aan het Iraanse volk. 

Enkele weken en naar schatting (tien)duizenden burgerdoden later, lijkt de Amerikaanse president te aarzelen. Voorlopig heeft hij nog niets ondernomen met zijn oorlogsvloot in de Perzische Golf. Iran liet de voorbije weken in ieder geval al verschillende keren weten dat het met geweld zou reageren op elke Amerikaanse aanval. 

Voor nu lijkt diplomatie, zij het onder spanning, de keuze van beide partijen. Zo kwamen Iran en de VS gisteren samen in de Omaanse hoofdstad Muscat om er indirect te onderhandelen over het kernprogramma van Iran. De VS wil dat Iran dat programma, samen met het Iraanse raketarsenaal, volledig aan banden legt. Iran weigert.

In die zin is Trumps oorlogsvloot in de Perzische Golf vooral een strategisch drukkingsmiddel in die nucleaire onderhandelingen: een Amerikaans machtsvertoon tegenover het verzwakte regime in Teheran. De democratische noden van het Iraanse volk, waarover met geen woord gerept werd in Oman, lijken minder zwaar te wegen dan de Amerikaanse belangen in de regio.

Iraniërs zijn bang dat er na alles wat gebeurd is van buitenaf geen reactie zal komen

Amir, Iraniër

Ondertussen groeit de wanhoop bij de Iranïers die wij spreken. Leven onder het regime van de Islamitische Republiek is onhoudbaar, klinkt het. “Iraniërs zijn bang dat er na alles wat gebeurd is van buitenaf geen reactie zal komen”, zegt Amir*, een jonge man uit Iran. Ook hem kunnen we in een telefoongesprek via een familielid in ons land een aantal vragen stellen.

“We zien die schepen aankomen en hopen dat ze aanvallen. We kunnen onszelf niet zonder hulp van deze draak (ayatollah, red.) bevrijden. Het is heel vreemd dat iedereen ongeduldig wacht om aangevallen te worden.”

Trauma

Ondertussen proberen Iraniërs de gruwelijke gebeurtenissen van de voorbije weken te verwerken, horen we van Amir. Ook zijn trauma is groot. Hij was aanwezig op de protesten en werd ook slachtoffer van het staatsgeweld, zo zien we in een foto die hij met ons deelt. 

Iedereen kent iemand die is vermoord, opgepakt of verdwenen bij de protesten, vertelt Amir. 

Amir nam deel aan de protesten in Iran en raakte daarbij gewond.

Levend in een lijkzak

“Er is een oude man, bij ons in het dorp. Zijn dochter ging op 8 januari mee betogen en werd nadien vermist. Regeringsaanhangers vertelden hem dat hij haar zou kunnen gaan zoeken tussen de lichamen in het mortuarium. In een van de lijkzakken die hij opende, zat iemand die nog leefde. De mensen in de zakken waren dus niet per se dood.”

Het verhaal dat Amir hier vertelt, kunnen we vanop afstand niet onafhankelijk verifiëren. Maar voor vrienden en familieleden in het buitenland is het slikken wanneer ze de getuigenissen horen van wat geliefden in hun thuisland hebben doorstaan.

Na het telefoongesprek met Amir, breekt er iets bij Mehdi*, het familielid dat ons van hieruit in contact bracht met Amir. Ook hij kende de oude man. “Het spijt me”, zegt hij door de emoties heen, “deze details had Amir eerder nog niet met mij gedeeld. Ik denk dat hij me de pijn wilde besparen.”

*Zahra, Maryam, Amir en Mehdi zijn schuilnamen, hun echte namen zijn bekend bij onze redactie. 

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Maak van VRT NWS jouw voorkeursbron op Google

Google heeft een nieuwe functie gelanceerd waarmee je zelf kunt kiezen welke bronnen je eerst ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer het laatste nieuws van VRT NWS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"