Naar hoofdinhoud

Economen becijferen: Trumps invoertarieven worden bijna volledig betaald door Amerikanen zelf

Artikel luisteren
7min
Meer info

De extra inkomsten die de Amerikaanse overheid binnenhaalt door andere landen zware invoerheffingen op te leggen, komen op het einde van de rit grotendeels uit de zak van Amerikaanse bedrijven en burgers. Dat hebben Duitse economen berekend. En zo lijkt Trump met zijn geliefde geopolitieke instrument vooral de eigen economie in de voet te schieten.

Stefan Grommen
Gepubliceerd:

1. Wat is er precies onderzocht?

Invoerheffingen, 'tariffs'. Het is misschien wel het meest gebruikte woord in de wereldpolitiek van het afgelopen jaar. Amerikaans president Trump heeft er zowat zijn belangrijkste beleidsinstrument van gemaakt. 

Hij ziet en kadert de heffingen als een wapen om handelspartners tot allerlei toegevingen te dwingen - met zijn claims op Groenland als laatste exploot. Tegelijk brengen ze in zijn ogen geld in het laatje: in 2025 stegen de inkomsten aan de Amerikaanse grenzen met liefst 200 miljard dollar. En dat zonder de Amerikanen zelf te schaden, is de mantra.

Maar is dat ook zo? Los van het feit dat ze internationale handel bemoeilijken: wie betaalt die importtaksen nu eigenlijk echt? Duitse economen van verschillende universiteiten en de prestigieuze denktank Kiel Institute for the World Economy hebben die vraag onderzocht . 

Ze keken daarvoor naar data van zo'n 25,6 miljoen producten, ter waarde van 4 biljoen dollar, die in de periode tussen januari 2024 (nog voor Trump II dus) en november 2025 verscheept werden naar de VS.

Voor al die producten berekenden ze of nieuwe heffingen gewoon de Amerikaanse invoerprijzen doen stijgen, of dat ze opgeslorpt worden door de exporteurs (waardoor de invoerprijzen voor de Amerikanen dus hetzelfde blijven). Optie 3 was een mix van de voorgaande scenario's.

2. En wat is de conclusie?

De conclusie is dat de kostprijs van de hogere heffingen quasi volledig op de schouders van de importeurs - de Amerikanen dus - terechtkomt. Exporteurs slikken zelf maar 4 procent van de invoerheffingen, de overige 96 procent spelen ze gewoon door aan de invoerder. 

Anders gezegd: als Trump een tarief van 25 procent oplegt voor een buitenlands product, verlagen exporteurs hun eigen prijs gemiddeld met minder dan 1 procent. Voor Amerikaanse invoerders wordt dat product dus gewoon ruim 24 procent duurder. 

Dat is trouwens een resultaat dat al eens eerder naar boven kwam, met name tijdens de handelsoorlog tussen de VS en China die Trump tijdens zijn eerste ambtstermijn in gang had gestoken. Ook toen rekenden Chinese exporteurs de tarieven gewoon door. Er kwamen minder Chinese goederen de VS binnen, maar op die die wel arriveerden, was er geen korting voor de Amerikanen. 

De conclusie van toen verbaasde economen enigszins, maar wordt nu dus nogmaals bevestigd.

3. Hoe komt dat eigenlijk?

De onderzoekers zien daar 4 mogelijke verklaringen voor. Ten eerste zijn er wereldwijd intussen wel wat alternatieven voor de Amerikaanse markt. Exporteurs gaan daar bij invoerheffingen actief naar op zoek. Indiase uitvoerders bijvoorbeeld vonden, zo blijkt uit het onderzoek, probleemloos andere afnemers voor producten die niet langer interessant waren om in de VS te verkopen.

Daarnaast brengt het voor een exporteur soms gewoon geen zoden aan de dijk om de prijs te verlagen. Zeker als je een erg hoog invoertarief probeert te counteren met prijsdalingen, worden producten vaak gewoon verlieslatend. Exporteurs aanvaarden dan liever een lager marktaandeel in de VS, dan dat er aan hun winst wordt geknabbeld.

De stijging van 200 miljard dollar aan douane-inkomsten is dus geen gratis geld. Het komt uit Amerikaanse portemonnees

Duitse economen in hun studie voor het Kiel Institute for the World Economy

Ten derde lijkt er bij Trump altijd wat te onderhandelen. Als uitvoerders weten dat een heffing wellicht tijdelijk zou kunnen zijn, kiezen ze ervoor om hun eigen prijs gewoon op peil te houden. De prijs wel verlagen, zou de VS bovendien ook uitnodigen om nog meer tarieven op te leggen en dat willen ze vermijden.

En tot slot krijgen ook Amerikaanse bedrijven hun eigen toeleverketens niet zo makkelijk aangepast: ze hebben vaak al jaren handelsrelaties met dezelfde partners en kunnen moeilijk switchen naar alternatieven. Dat geeft de leveranciers, de exporteurs in dit geval, enige macht over hun prijs.

4. Wie voelt die tarieven dan wel?

In de eerste plaats de Amerikaanse invoerders en groothandelaars. Zij betalen de heffingen die de Trump-regering oplegt aan de grens. De goederen die zij uit het buitenland aankopen worden dus duurder.

Als die invoerders die extra som, of een deel ervan, niet zelf willen betalen, rekenen zij die door aan de fabrikanten en winkels die de producten van hen afnemen. In de eerste ambtstermijn van Trump gebeurde dat het vaakst.

Op het einde van de rit zijn het de Amerikaanse consumenten die het kind van de rekening zijn. Ofwel betalen zij zelf hogere prijzen voor de geïmporteerde producten, ofwel worden Amerikaanse producten die geproduceerd zijn met geïmporteerde grondstoffen duurder.

"De stijging van 200 miljard dollar aan douane-inkomsten is dus geen gratis geld", waarschuwen de onderzoekers. "Het komt uit Amerikaanse portemonnees."

5. Wat zijn daar de gevolgen van?

Economische schade, in de eerste plaats voor Amerikaanse consumenten en bedrijven. Ten eerste is er de bovenstaande conclusie dat de invoertarieven in realiteit gewoon een consumentenbelasting zijn voor de gewone Amerikaan. Ze verplaatsen dus geen welvaart vanuit het buitenland naar de VS, wel van de Amerikaanse burger naar de overheid, luidt het in de studie.

Bovendien trekken de heffingen toeleverketens scheef omdat niet de prijzen dalen, maar wel de verkochte volumes. Het aanbod verschraalt en consumenten moeten alternatieven zoeken die ze misschien zelf niet verkiezen. 

De claim dat andere landen die heffingen betalen, is een mythe

Duitse economen in hun studie voor het Kiel Institute for the World Economy

Ook Amerikaanse fabrikanten voelen de tarieven rechtstreeks of onrechtstreeks. Ofwel omdat ze zelf de hogere prijzen voor grondstoffen slikken, ofwel doordat ze die doorrekenen aan de klant, ofwel doordat ze op zoek moeten naar alternatieven. "Geen enkele van die opties is kosteloos", waarschuwen de Duitse economen. "De claim dat andere landen die heffingen betalen, is dus een mythe."

De conclusies bevestigen overigens de analyse van Jerome Powell, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank The Federal Reserve. Die zei vorige maand nog dat een groot deel van de te hoge Amerikaanse inflatie te wijten is aan Trumps tarieven. Het Hooggerechtshof in de VS moet zich overigens nog uitspreken over de wettelijkheid van Trumps beslissing om die tarieven in te voeren.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Nieuwsbrief Amerika vandaag

Mis niets van de laatste ontwikkelingen in het Witte Huis en krijg een helder beeld van wat er speelt in de VS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"