Bij geopolitieke experten veroorzaakt de beslissing van de 'coalition of the willing' om een Europese troepenmacht naar Oekraïne te sturen discussie: is dit nu de eerste stap richting een Europees leger of niet? "Die discussie is eigenlijk zo goed als dood", zegt defensiespecialist Sven Biscop. Al betekent dat niet dat de Europese defensie zich niet moet heruitvinden.
Europese militairen in Oekraïne: eerste stap richting Europees leger of net niet?
Eerst nog even de feiten op een rijtje over wat er gisteren beslist werd in het Elysée.
Als er in Oekraïne een geloofwaardig staakt-het-vuren komt met Rusland, dan zijn de Europese bondgenoten bereid om een multinationale troepenmacht (lees: militairen uit verschillende Europese landen) naar Oekraïne te sturen. België zou daarbij de marine, de luchtmacht én militairen ter beschikking stellen, en ook de VS wil garanties bieden (al blijven die voorlopig vaag).
Niet iedereen is bereid om te helpen: Italië en Polen willen geen militairen naar Oekraïne sturen, en ook de Duitsers stellen voorwaarden. Toch lijkt het merendeel van de 'coalition' het eens dat Europese soldaten aan het front nodig zijn om de 'vrede' te handhaven.
Toch is er niet alleen onder de bondgenoten discussie over de kleine letters van de overeenkomst, ook onder geopolitieke experten doet de beslissing stof opwaaien: is dit de eerste stap in de richting van een Europees leger of niet? Het heeft er alvast alle schijn van weg.
Krachten bundelen
Misschien eerst even kort: wat is dat nu, zo'n Europees leger? Het is een idee waarover binnen Europa al jaren wordt gedebatteerd. Kort gezegd staat het voor een gezamenlijke militaire macht van Europese landen, die samen wordt georganiseerd en ingezet, in plaats van dat elk land alleen zijn eigen leger gebruikt.
Concreet zou het betekenen dat meerdere EU-landen hun soldaten, materieel en militairen bundelen, en dat de beslissingen over de inzet ervan gezamenlijk worden genomen op Europees niveau. Het leger kan dan worden ingezet voor verdediging, vredesmissies of crisissituaties.
Wat is het verschil tussen een Europees leger en de NAVO?
Het grote verschil tussen een Europees leger en de NAVO zit in wie beslist en wie erachter zit. De NAVO is een militair bondgenootschap onder leiding van meerdere landen (met een sleutelrol voor de VS), terwijl een Europees leger een eigen, zelfstandige militaire macht van Europa zou zijn.
Volgens Andrius Kubilius, Eurocommissaris voor Defensie en Ruimte, is er bij het Europese publiek wel animo voor zo'n Europees leger. Dat moet blijken uit cijfers die hij deelt op X . In maart 2025 werd bij 10.572 jonge Europeanen in 9 landen de vraag gesteld of ze de oprichting van een Europees leger steunen. Het merendeel van hen steunt dat idee, onder de Belgen was dat zelfs 3 op de 4 .
Europees leger is dood
Minister van Defensie Theo Francken (N-VA) noemt dat idee echter een fabeltje. "Iedereen die gelooft in een Europees leger, verkoopt luchtkastelen", zei hij eind vorig jaar in Humo.
Ook volgens defensiespecialist Sven Biscop (UGent en Egmontistituut) zijn de gesprekken op hoog niveau over een Europees leger "zo goed als dood".
"Dat is totaal niet de dynamiek die er heerst", zegt hij. "Er is geen enkele reden waarom de discussie over een Europees leger nu plots zou gaan oplaaien. De beslissing van de 'Coalition of the Willing' om Europese troepen te stationeren in Oekraïne is bovendien een tijdelijke operatie, geen permanente integratie zoals een Europees leger."
Toch is de beslissing volgens Biscop wel een belangrijke en verrassende stap. "Er was lang een aarzeling (van de VS) om veiligheidsgaranties te geven, ik was verrast dat die er plots wel kwamen. Er komt misschien geen Europees leger, ik hoop wel dat deze stap de Europese aanwezigheid en verantwoordelijkheid binnen de NAVO versterkt."
Want hoe dan ook heeft het mogelijke risico van deze operatie wel een directe impact op het militaire bondgenootschap. "De Russen zullen sowieso spelletjes spelen en de hybride oorlogsvoering opvoeren", vermoedt Biscop. "De kans op escalatie bestaat dus. Als het tot een conflict met Rusland komt, raakt de NAVO onvermijdelijk betrokken."
Is dit dus een stap in de richting van een Europees leger? "Neen", oordeelt Biscop. In plaats van een Europees leger zie je wel een "europeanisering" van de NAVO: een NAVO die blijft bestaan, maar waarin Europa zelf het voortouw neemt, en niet de VS. De klassieke discussie over een Europees leger is daardoor grotendeels dood.
Is Europese coalitie opgewassen tegen Rusland?
Biscop is duidelijk. De Europeanen zullen sterker moeten samenwerken, maar binnen het NAVO-verband, en niet op eigen houtje met een Europees leger. Zo moet Europa de verminderde betrokkenheid van de Verenigde Staten wegwerken. Al rijst dan wel de vraag of Europa daartoe in staat is.
Als het tot een conflict met Rusland komt, dan staat Europa militair niet zwak, maar ook niet sterk tegenover Rusland. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de Franse internationale denktank Ifri. Zo verschilt de machtsbalans sterk per domein.
Op papier kunnen de Europese NAVO-landen Rusland in meerdere domeinen evenaren of zelfs overtreffen, maar dat voordeel is niet automatisch inzetbaar in een echte oorlog.
Op het vlak van militaire uitgaven is er sprake van een vrijwel gelijke strijd. Wanneer Russische defensie-uitgaven worden omgerekend naar koopkracht, besteedt Moskou ongeveer evenveel als de Europese NAVO-landen samen. Dat betekent dat Europa geen structureel budgettair nadeel heeft, maar ook geen overweldigende financiële voorsprong.
Bij de landstrijdkrachten heeft Rusland een duidelijk voordeel. Het beschikt over meer manschappen, meer artillerie en meer raketcapaciteit, en is politiek sneller in staat om die middelen in te zetten. Europese legers kampen daarentegen met tekorten in vuurkracht, logistiek en mobiliteit over het continent. Hun hogere opleidingsniveau en betere commandostructuren leveren een kwalitatief voordeel op, maar dat volstaat volgens Ifri slechts gedeeltelijk om het Russische overwicht te compenseren.
In de lucht ligt de machtsbalans duidelijk in het voordeel van Europa. Europese landen beschikken over meer gevechtsvliegtuigen, beter getrainde piloten en technologisch geavanceerdere systemen. De studie benadrukt dat Rusland er zelfs na jaren oorlog in Oekraïne niet in slaagt luchtoverwicht te verkrijgen, wat wijst op structurele zwaktes in de Russische luchtmacht.
Op zee heeft Europa eveneens een kwalitatieve voorsprong, met aanzienlijk meer grote oppervlakteschepen. Toch wordt dat voordeel beperkt door de geografische situatie: Rusland opereert vooral in afgesloten of smalle zeeën, waar het met relatief beperkte middelen grote schade kan aanrichten. Vooral de Russische onderzeevloot vormt volgens Ifri een ernstige bedreiging, terwijl Europa zwak staat in onderzeebootbestrijding.
Het grootste strategische vraagteken blijft de nucleaire afschrikking. Rusland bezit een overweldigend arsenaal aan kernwapens en beschouwt die expliciet als middel om escalatie te domineren. Europa leunt zwaar op de Amerikaanse nucleaire paraplu, aangevuld met de Franse en Britse kernmachten. Ifri waarschuwt dat een verzwakking van de Amerikaanse betrokkenheid Europa in een gevaarlijk strategisch onevenwicht zou brengen.



