Naar hoofdinhoud
Demonstranten protesteerden dit weekend onder meer in New York tegen de Amerikaanse inval in Venezuela.

Trump noemt Venezolaanse olie nu al "onze olie": wat zit daarachter? En volgt de industrie hem wel?

Artikel luisteren
6min
Meer info

Drugs? Misschien. Maar het lijkt toch vooral olie waar de Amerikaanse militaire operatie in Venezuela over gaat. Een groot geheim maakt zelfs president Donald Trump er niet meer van. Venezuela zit dan ook op een enorme aardoliereserve. Wat wil Trump daarmee? En volgt de industrie hem hierin wel?

Stefan Grommen
Gepubliceerd:

"Ze hebben onze olie gestolen", onderbouwde Trump dit weekend de Amerikaanse inval in Venezuela. Voordien werd nochtans de drugssmokkel als stok gebruikt om de hond te slaan. "Wij hebben daar de hele industrie opgebouwd", foeterde de president. "Ze pikten het in alsof we niets waren. En we hadden een president die besloot er niets aan te doen. Dat hebben we nu alsnog gedaan. We zijn laat, maar we hebben er iets aan gedaan."

Trump verwijst daarmee naar de voorbije decennia van Venezolaans-Amerikaanse olierelaties, die je op z'n minst woelig kunt noemen. 'Decennia' schrijven we, maar eigenlijk kun je zelfs al meer dan een eeuw terugspoelen, naar 1914, toen Venezuela voor het eerst op grote schaal ruwe olie begon te ontginnen. De VS werd geleidelijk een van de belangrijkste afnemers van dat zwarte goedje.

Want Venezuela heeft wel wat in de grond zitten, vooral in de Orinoco-gordel, in het midden van het land. Meer nog: het land heeft naar schatting de grootste ruwe-aardoliereserve ter wereld, groter nog dan Saudi-Arabië, Iran of Irak. Het gaat om zowat 17 procent van alle ruwe-oliereserves ter wereld. Dat is vooral 'zware' ruwe olie, de zeer stroperige, teerachtige variant dus.

Staatscontrole

De Amerikaanse frustratie die spreekt uit de woorden van Trump is zeker niet uit de lucht gegrepen. Amerikaanse bedrijven investeerden in de loop van de twintigste eeuw nu eenmaal fors in de ontginning van Venezolaanse olie. 

Het land was tijdens de Tweede Wereldoorlog al een van de belangrijkste brandstofleveranciers van de geallieerden. En zelfs na de nationalisering van de industrie in de jaren 70 bleven de Amerikaanse belangen er min of meer gevrijwaard.

Je ziet vanaf het moment van de nationalisering een gigantische braindrain in de oliesector

Monique de Jong, postdoctoraal onderzoeker rond energiezekerheid aan de Friedrich-Alexander-universiteit in Nürnberg

In het zuiden van de VS, in Texas en Louisiana, werden grote raffinaderijen uitgebouwd, die goed om konden met de verwerking van de zware olie uit Venezuela. Toen de populistische president Hugo Chávez er in 1999 aan de macht kwam, voerde Venezuela vlotjes 3,2 à 3,5 miljoen vaten olie per dag uit. Het was daarmee een van de grootste olieproducenten ter wereld.

Maar Chávez vond dat de opbrengsten van die olie te veel naar de VS vloeiden. Hij versterkte in 2007 de staatscontrole over de industrie en onteigende grote bedrijven, zonder grote Amerikaanse spelers - ExxonMobil, ConocoPhilips, Chevron - afdoende te compenseren.

Productie ingestort

"De Amerikaanse bedrijven vertrokken (op Chevron na, red.) omdat ze het daar niet mee eens waren", vertelt Monique de Jong, postdoctoraal onderzoeker rond energiezekerheid aan de Friedrich-Alexander-universiteit in Nürnberg, in De Ochtend op Radio 1. "Je ziet vanaf dat moment een gigantische braindrain in de oliesector. Mensen die loyaal zijn aan Chávez krijgen mooie baantjes, maar de technische kennis wordt niet gebruikt en er wordt heel weinig geïnvesteerd."

Chávez' opvolger, de nu opgepakte president Maduro, zette die koers gewoon verder en de VS legden Venezuela sancties op. Daardoor werd het nog moeilijker om die olie aan de man te brengen. "Het gaat zelfs zo slecht dat Venezuela in 2020 moet aankloppen bij Iran voor het repareren van een raffinaderij. En ook dat land heeft geen hoogstaande infrastructuur. Kennis ontbreekt, geld ontbreekt."

De grootschalige nationalisering was volgens Chávez bedoeld om de armoede en ongelijkheid op te lossen in Venezuela. "Maar dat heeft duidelijk niet gewerkt", zegt De Jong. "Er is veel armoede en ongelijkheid. De economie is nog verslechterd."

En de Venezolaanse olieproductie is nu nog een schim van wat die voor de eeuwwisseling was. "De productie lag vóór de onteigeningen boven de 3 miljoen vaten per dag, maar is ingestort tot onder de 1 miljoen", vertelt olie-expert Robert Rapier in het Nederlandse programma 'Nieuwsuur'.

Bedrijven niet happig

In de ogen van Trump is het moment nu gekomen om dat te keren. En vooral om Amerikaanse bedrijven er opnieuw een stevige vinger in de pap te geven. "Onze grote oliebedrijven, de grootste ter wereld, zullen naar het land gaan en zullen er miljarden dollars uitgeven om de ernstig beschadigde olie-infrastructuur te herstellen en inkomsten voor het land te genereren", zei hij daarover.

Maar dat klinkt makkelijker dan het in werkelijkheid zal zijn, oppert Monique de Jong. "Het blijft wat bij die aankondiging van Trump. Je merkt nu dat Amerikaanse bedrijven als ExxonMobil zich een beetje achter de oren krabben en zeggen dat ze ook niet goed weten wat ze hiermee moeten doen. Ze hebben geen specifieke plannen, hebben geen idee waar ze moeten beginnen en wat de specifieke bedoeling is."

De schatting is dat er minstens 50 tot 70 miljard euro moet worden geïnvesteerd om de olieproductie op te krikken

Monique de Jong, postdoctoraal onderzoeker rond energiezekerheid aan de Friedrich-Alexander-universiteit in Nürnberg

Trumps plan lijkt dus vooralsnog niet echt gecoördineerd met Amerikaanse bedrijven. "Die staan ook niet echt te springen om opnieuw te investeren. Venezuela was altijd al een redelijk onstabiel land, met hoge armoede. Sinds dit weekend is er nog extra onzekerheid bij gekomen: gaat Amerika het daar echt overnemen? Beslist het volk mee over die regimewissel? Hoe ver gaat dat dan? Bedrijven vinden het niet fijn om bij die factoren miljarden te investeren."

50 tot 70 miljard

De Jong vraagt zich af of het überhaupt zo ver zal komen. Die zware, asfaltachtige aardolie uit de grond krijgen, is complex en dus duur. "Het opwaarderen van die infrastructuur gaat vele jaren duren. De schatting is dat er minstens 50 tot 70 miljard euro moet worden geïnvesteerd om die productie op te krikken."

Dat zegt ook Rapier in 'Nieuwsuur'. "De olieproductie zal zich daar niet snel herstellen. De huidige olieprijzen maken het niet aantrekkelijk genoeg om in Venezuela te investeren. Ik hoorde iemand zeggen: '5 miljoen vaten per dag in 10 jaar tijd'. Er is geen enkele kans dat dat gebeurt."

En zelfs als het wel gebeurt, zal de Venezolaanse bevolking er weinig aan hebben, besluit De Jong. "De opbrengst zal voor de Amerikaanse bedrijven zijn."

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Nieuwsbrief Amerika vandaag

Mis niets van de laatste ontwikkelingen in het Witte Huis en krijg een helder beeld van wat er speelt in de VS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"