Naar hoofdinhoud

Van pensioenbonus tot centenindex: dit verandert er in 2026 al aan de pensioenen

Artikel luisteren
8min
Meer info

Hoewel de meeste ingrepen van de grootschalige pensioenhervorming van de federale regering pas ingaan vanaf 2027, zijn er ook in 2026 toch al wat veranderingen op komst. Of het nu gaat over de pensioenbonus, de perequatie of de centenindex: wij hebben ze hier voor jou opgelijst.

Stefan Grommen
Gepubliceerd:

Oude pensioenbonus verdwijnt, nieuwe begint op te bouwen

Op 31 december 2025 stopt de opbouw van de 'oude' pensioenbonus, die ingevoerd werd door de regering-De Croo. Die bonus kon je opbouwen als je langer werkte dan je 'vroegste pensioendatum' (dus zodra je met vervroegd pensioen kon gaan). Wat je hebt opgebouwd, is niet verloren: die som wordt uitbetaald zodra je met pensioen gaat.

Maar vanaf 1 januari 2026 begint de nieuwe bonus, die van de regering-De Wever al op te bouwen voor wie vanaf 2027 of later met pensioen gaat. Die bonus krijg je als je langer werkt dan de wettelijke pensioenleeftijd en een loopbaan van 35 jaar van 156 gewerkte dagen hebt (én minstens 7.020 gewerkte dagen in totaal). Moederschapsrust, zorgverlof en tijdelijke werkloosheid tellen onbeperkt mee als gelijkgestelde periodes.

Per jaar dat je langer werkt dan de wettelijke pensioenleeftijd stijgt je wettelijk brutopensioen met 5 procent. De wettelijke pensioenleeftijd ligt vandaag trouwens op 66, vanaf 2030 is dat 67.

De wet daarover wordt pas in de loop van volgend jaar goedgekeurd, maar de opbouw van de bonus wordt retroactief geregeld. De pensioenmalus gaat wel pas ten vroegste vanaf 2027 in. Dat is een pensioenvermindering die zal gelden voor wie vroeger dan de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaat. 

Pensioenen niet meer cash aan huis uitbetaald

Tot dusver kregen nog zo'n 3.000 gepensioneerden elke maand hun pensioen in cash door de postbode uitbetaald. Die uitbetaling van het pensioen in cash aan huis zal niet meer kunnen vanaf 1 januari. 

De Federale Pensioendienst betaalt je pensioen dan alleen nog via een bankoverschrijving op een persoonlijke zichtrekening. Of via een cheque, die de gepensioneerden dan zullen moeten innen in een bank- of postkantoor.

Centenindex geldt ook voor hogere pensioenen

De gedeeltelijke indexsprong, de zogenoemde centenindex, zal ook gelden voor de hogere pensioenen. Dat betekent dat alle (bruto)pensioenen boven de 2.000 euro in de komende jaren 2 keer een indexering van 40 euro krijgen in plaats van een indexering van 2 procent op het hele pensioenbedrag.

In principe zal dat 1 keer in 2026 gebeuren en dan nog eens 1 keer in 2028. Maar veel hangt af van wanneer de wet in werking treedt en wanneer dan de spilindex overschreden wordt. Mogelijk zal de eerste overschrijding van de spilindex na de inwerkingtreding van de wet in het najaar van 2026 plaatsvinden.

Perequatie verdwijnt

De perequatie, het mechanisme waarbij pensioenen van ambtenaren bovenop de index kunnen stijgen, wordt volledig geschrapt in de loop van 2026. Ook hier is het nog even wachten tot de wet goedgekeurd is.

De perequatie zorgde ervoor dat de lopende pensioenen van vastbenoemde ambtenaren automatisch mee werden verhoogd als de lonen van actieve ambtenaren (in dezelfde categorie) stegen. 

Nieuwe instroom in ziektepensioen voor ambtenaren stopt

Vanaf 1 april stopt de nieuwe instroom in het ziektepensioen voor statutaire ambtenaren. 

Vandaag hebben de meeste federale, vastbenoemde ambtenaren elk jaar recht op een aantal ziektedagen, die ze bovendien kunnen opsparen. Als ze dan ziek zijn, worden die dagen aan 100 procent loon betaald.

Maar het gebeurde dat (soms nog jonge) langdurig zieke ambtenaren zonder leeftijdsvoorwaarde met 'ziektepensioen' konden worden gestuurd als hun opgespaarde ziektedagen uitgeput waren.

Dat laatste zal dus niet meer kunnen vanaf 1 april 2026. Daardoor zullen werkgevers verplicht worden om sterker in te zetten op preventie en re-integratie van langdurig zieken. Voor federale ambtenaren komt er een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid in de plaats.

Een tweede probleem was dat sommige ambtenaren hun ziektedagen opspaarden om er dan, in de aanloop naar het pensioen, vervroegd mee te kunnen stoppen met werken. Op termijn zal ook dat sparen van ziektedagen ook niet meer mogelijk zijn.

Wijninckx-bijdrage stijgt fors

Er zijn elk jaar maar een paar duizend mensen die de zogenoemde Wijninckx-bijdrage moeten betalen. Dat is bijzondere socialezekerheidsbijdrage die gevraagd wordt van mensen die een pensioen hebben (wettelijk + aanvullend pensioen) dat hoger ligt dan het maximale ambtenarenpensioen voor een vergelijkbare loopbaanduur. Ieder jaar wordt die berekening opnieuw gemaakt.

Welnu, die Wijninckx-bijdrage bedroeg tot dusver 3 procent op aanvullende pensioenen. Maar vanaf 2026 stijgt die fors, naar 12,5 procent.

Het maximumpensioen, ook wel het 'Wijninckxplafond' genoemd, bedraagt trouwens 8.291 bruto per maand. De regering heeft beslist om die grens deze regeerperiode ook niet op te trekken.

Geen welvaartsaanpassing voor pensioenen

Komend jaar zullen de pensioenen van werknemers en zelfstandigen niet aangepast worden aan de stijgende welvaart. Tot nu toe werden pensioenen na 5 jaar en na 15 jaar structureel verhoogd met 2 procent. 

Ook voor de rest van de regeerperiode, dus tot 2029, is die welvaartsaanpassing op nul gezet. 

Hogere solidariteitsbijdrage op aanvullende pensioenen

Wanneer je opgebouwde aanvullende pensioen wordt uitbetaald, betaal je normaal gezien een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2 procent op dat kapitaal. Dat percentage hangt uiteraard af van de omvang van dat bedrag.

Maar dat principe verandert. De overheid zal vanaf 2026 sowieso 2 procent afhouden op elk aanvullend pensioen. Als nadien blijkt dat je te veel hebt betaald, krijg je geld terug.

Rendement aanvullend pensioen blijft op 2,5 procent

Het rendement op het aanvullend pensioen moet in 2026 minstens 2,5 procent bedragen, zo meldt de financiële regulator FSMA. Dat was ook dit jaar het geval.

Sinds 2016, toen er een klimaat van extreem lage rentes bestond, was het rendement steeds 1,75 procent, maar in 2025 steeg dat voor het eerst naar 2,5 procent. 

Het zijn de werkgevers die volgens  van de Wet op Aanvullende Pensioenen (WAP) verantwoordelijk zijn voor de opbrengst van stortingen in de tweede pensioenpijler. Zij kloppen vaak aan bij een verzekeraar om het rendement te garanderen. 

Voor zelfstandigen: maximumbijdrage voor VAPZ stijgt

Voor zelfstandigen bestaat er een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), een fiscaal heel voordelige manier om aanvullend pensioen op te bouwen. Vanaf 2026 mag je jaarlijks maximaal 8,5 procent van het inkomen storten waarop je 3 jaar voordien sociale bijdragen betaalde. Tot dusver was dat 8,15 procent. 

Bij mensen met een sociaal VAPZ wordt dat 9,78 procent (tot dusver 9,4 procent).

Belangrijk is dat de wet hierover wel pas in de loop van 2026 goedgekeurd zal worden. Voor dat dat gebeurd is, moet je de oude percentages respecteren. Maar nadien kan je het verschil wel bijbetalen.

Ook VAPZ voor zelfstandigen in bijberoep

Ook zelfstandigen in bijberoep zullen vanaf 2026 gebruik kunnen maken van een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). Ook hier geldt wel dat de wet daarover pas in de loop van 2026 goedgekeurd wordt. 

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"