Sinds zowat 4 jaar zijn de pensioenen voor zelfstandigen zo fors opgetrokken dat ze kunnen concurreren met die van de werknemers uit de privésector. Alleen betalen die zelfstandigen nog altijd dezelfde lage sociale bijdragen van voorheen. Onhoudbaar, zegt de internationale economische organisatie OESO al sinds de hervorming werd doorgevoerd. Maar ook deze regering lijkt een oogje dicht te knijpen.
Fors verhoogd, maar bijdragen niet: pensioenen zelfstandigen in België zijn OESO en experten doorn in het oog
Wie de woorden 'zelfstandigen' en 'pensioenen' in 1 zin uitspreekt, kucht daar automatisch 'peanuts' bij. Dat was een stelling die vroeger zonder twijfel opging, maar vandaag steeds verder van de waarheid ligt. Zeker sinds de pensioenhervorming die de Vivaldi-regering in 2021 doorvoerde.
Toen schafte die de zogenoemde correctiecoëfficiënt af, die het pensioen voor zelfstandigen berekende op slechts 69 procent van het beroepsinkomen. Door de afschaffing van die beperking wordt dat percentage vanaf loopbaanjaar 2021 naar 100 procent opgetrokken. Gevolg: de wettelijke pensioenen van zelfstandigen zijn sindsdien fors gestegen en ze zullen nog jaren blijven stijgen.
"Historisch" en "een mijlpaal" noemde zelfstandigenorganisatie Unizo de hervorming destijds. Dat er eindelijk werk werd gemaakt van een fatsoenlijk pensioen voor zelfstandigen kreeg brede goedkeuring. Maar al snel dook er een angel op: de regering had dan wel de veel te lage zelfstandigenpensioenen opgetrokken, maar naar de inkomsten – lees: de sociale bijdragen die zelfstandigen moeten betalen – werd niet gekeken.
Nochtans zijn de verschillen met werknemers aanzienlijk: van het loon van loontrekkenden gaat in theorie 38 procent van het brutoloon naar de sociale zekerheid. Zelfstandigen betalen momenteel slechts 20,5 procent op een eerste schijf netto beroepsinkomsten (lees: na aftrek beroepskosten) en 14,16 procent op een tweede schijf. Boven de 108.238,4 euro betalen ze niets meer. In de praktijk betalen veel zelfstandigen de minimumbijdrage: in januari 2025 bedroeg die 871,71 euro per kwartaal.
Internationale kritiek
Het duurde niet lang of de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, maakte er een kritische opmerking over in de tweejaarlijkse economische analyse over ons land. Dat de regering de sociale bijdragen niet heeft opgetrokken, "zal de financieringsdruk verhogen" en "arbeid onnodig ontmoedigen", klonk het toen. In 2024 herhaalde de OESO die kritiek in een nieuw rapport, met de veelzeggende opmerking: no action taken (geen actie ondernomen).
Ik had toch verwacht dat deze regering – gezien de focus die ze legt op de betaalbaarheid van ons pensioensysteem en de harmonisering van de verschillende stelsels – daar een mouw aan zou passen
Wouter De Tavernier, econoom en pensioenexpert bij de OESO
Ook in het huidige regeerakkoord is daarover geen woord te vinden. Vreemd, vindt Wouter De Tavernier, econoom en pensioenexpert bij de OESO. "Ik had toch verwacht dat deze regering – gezien de focus die ze legt op de betaalbaarheid van ons pensioensysteem en de harmonisering van de verschillende stelsels – daar een mouw aan zou passen, maar dat is niet gebeurd." Het is een stelling die onder de pensioenexperten aan 's lands universiteiten breed gedragen is.
"Het probleem is dat je zo een pensioentoezegging doet waar geen inkomsten tegenover staan. En als je dat voor een heel stelsel doet, is dat een wel erg hoge kost. Een duurzaam pensioenstelsel moet op zichzelf kunnen staan en zichzelf kunnen financieren. De overheid kan dan wel extra geld toezeggen om sociale correcties door te voeren, bijvoorbeeld om het minimumpensioen te financieren. Maar nu heeft men het zelfstandigenpensioen structureel ondergefinancierd."
Gelijkgestelde periodes
Nochtans werd die hele aanpassing destijds onderbouwd met studies die aanvoerden dat de sociale zekerheid voor werknemers veel uitgebreider is dan voor zelfstandigen, met onder meer werkloosheidsuitkeringen waarvan zelfstandigen niet kunnen genieten. En dat zelfstandigen ook veel minder gelijkgestelde periodes hebben in hun pensioenopbouw (dat zijn dagen waarop je niet werkt, maar die in de opbouw van je pensioen wel worden meegerekend als gewerkt, red.).
Dat zegt ook Unizo in een reactie. "De correctiecoëfficiënt in het pensioenstelsel voor zelfstandigen was achterhaald", klinkt het daar, met verwijzing naar de gelijkgestelde periodes. "Het proportioneel pensioen van een zelfstandige kwam een derde lager uit dan dat van een werknemer met eenzelfde inkomen, terwijl een gemiddelde werknemersloopbaan uit ongeveer een derde gelijkgestelde periodes bestaat. Bij zelfstandigen is dat aandeel beperkt tot 3 à 5 procent van de loopbaan. Dat was simpelweg oneerlijk."
Voor mij mogen zelfstandigen beter beschermd zijn, maar voor wat hoort wat
Ria Janvier, professor-emerita socialezekerheidsrecht (UAntwerpen)
De Tavernier heeft die redenering altijd wankel gevonden. "Die gelijkgestelde periodes zijn een kwestie van sociale correctie. Het is een politieke keuze om bij te passen voor periodes waarin mensen zelf door omstandigheden geen pensioen konden opbouwen. Dat is toch iets heel anders dan om voor gewerkte periodes structureel hogere pensioenbeloften te doen dan wat de betaalde bijdragen rechtvaardigen. Bovendien snijden de huidige regeringsmaatregelen net in die gelijkgestelde periodes, waardoor dat argument vandaag sowieso heel wat minder gewicht heeft."
"Voor wat hoort wat"
Ria Janvier, professor-emerita socialezekerheidsrecht (UAntwerpen) wijst erop dat niet alleen de pensioenen van zelfstandigen de laatste jaren opgetrokken zijn, maar eigenlijk hun volledige sociale bescherming. “Het zwangerschaps- en bevallingsverlof zijn verlengd, het adoptieverlof en pleegzorg zijn erbij gekomen, de carenzperiode (de wachtperiode zonder uitkering, red.) in geval van arbeidsongeschiktheid is afgeschaft, … Die correctiecoëfficiënt schrappen, was de klap op de vuurpijl.”
"Voor mij mogen zelfstandigen beter beschermd zijn, maar voor wat hoort wat. Dat is het verzekeringsprincipe. Als jouw inboedel 100.000 euro waard is, maar je laat die maar verzekeren voor 50.000 euro, ga je maar 50.000 euro krijgen."
Janvier verwacht overigens niet dat deze regering daar nog aanpassingen aan zal doen. "Dan mogen ze dat wel eens uitleggen. Je uitgaven optrekken, je inkomsten verminderen, en tegelijk elke gepensioneerde arm omwringen: dat snap ik niet. Daar is mijn verstand te klein voor."
Gevraagd naar een reactie bij het kabinet van minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) houden ze het erop dat "dit een hervorming is van de vorige regering" en dat een aanpassing ervan "niet in het regeerakkoord staat". Bij minister van Zelfstandigen Eléonore Simonet (MR), die mee bevoegd is, broeden ze op een reactie. Sommige politieke bronnen melden ons dat het thema "gevoelig ligt".




