Kleuterleerkrachten in Vlaanderen zijn opvallend vaker hoogopgeleid dan hun collega's elders in Europa. Dat blijkt uit het nieuwe TALIS-rapport van de OESO dat het kleuteronderwijs in verschillende landen vergelijkt. De kleuterleerkrachten zijn tevreden over hun verloning, maar vinden hun klassen te groot en hebben nood aan meer helpende handen. Daarnaast blijkt onze leerlingenpopulatie diverser, en dat vinden kleuterleerkrachten een uitdaging.
Kleuterleerkrachten in Vlaanderen opvallend vaker hoogopgeleid dan collega's in Europa, zegt OESO
Samenvatting:
Vlaamse kleuterleerkrachten zijn opvallend hoogopgeleid: 90 procent heeft minstens een bachelordiploma, tegenover 60 procent gemiddeld in Europa.
Leerkrachten zijn tevreden over hun loon, maar vragen kleinere klassen, meer ondersteuning en betere infrastructuur.
Kleuterklassen in Vlaanderen zijn bijzonder divers, maar veel leerkrachten voelen zich niet goed voorbereid om met die diversiteit om te gaan en vragen meer opleiding rond differentiatie.
Vlaamse kleuterleerkrachten zijn opvallend vaker hoogopgeleid in vergelijking met hun Europese collega's: maar liefst 90 procent van hen heeft minstens een bachelordiploma op zak. Bij de andere Europese landen ligt dat gemiddeld op 60 procent.
Het is een van meest opvallende conclusies uit het nieuwe TALIS-rapport . Vlaanderen nam in 2024 voor de eerste keer deel aan TALIS Starting Strong, een onderzoek over personeel in de kinderopvang en het kleuteronderwijs op initiatief van de OESO.
Een onderzoeksteam van de Vrije Universiteit Brussel analyseerde de data voor het kleuteronderwijs en selecteerde 7 landen met verschillende typische onderwijssystemen - Denemarken, Finland, Spanje, Zweden, Duitsland, Ierland en niet-EU-lidstaat Noorwegen - om met Vlaanderen te vergelijken.
Daaruit vallen wel een aantal dingen op. "Bijvoorbeeld dat Vlaamse kleuterleerkrachten zich twee keer zo gewaardeerd voelen dan collega's in het secundair onderwijs", zegt professor onderwijsonderzoek Filip Van Droogenbroeck (VUB).
En minstens even opvallend: Vlaamse kleuterleerkrachten zijn gemiddeld erg tevreden over hun loon. Dat is opmerkelijk in het licht van de recente protestgolf in het kleuteronderwijs tegen de arbeidsmarkthervormingen van de Belgische regering. Verloning is dus niet het grote probleem voor de leerkrachten, wél de besteding van hun werkuren en de toenemende diversiteit.
Meer uren én grotere klassen
Een van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek is volgens Van Droogenbroeck het unieke personeelsprofiel van de Vlaamse kleuterleerkracht: bijna alle medewerkers zijn kleuteronderwijzers. 83 procent geeft aan onderwijzer te zijn, terwijl dat internationaal gemiddeld maar rond de 50 procent ligt. "Daar wordt vaker gewerkt met kinderverzorgers, zorgassistenten of stagiairs om ondersteunende taken uit te voeren", legt Van Droogenbroeck uit.
Vlaamse kleuterleerkrachten staan er dus vaker alleen voor in de klas. Dat vertaalt zich ook in het aantal uren dat ze kloppen en waar ze die uren aan spenderen. In voltijdse opdrachten presteren Vlaamse leraren in het kleuteronderwijs opvallend meer uren per week (35,1 uur) dan hun Europese collega's (32,9 uur). "Toch hebben ze minder contacturen met hun leerlingen, want ze moeten relatief meer randtaken zelf doen", zegt Van Droogenbroeck.
"Wanneer leraren wordt gevraagd wat verbeterd moet worden, staan kleinere klassen, meer ondersteuning en investeringen in infrastructuur bovenaan", legt Van Droogenbroeck uit. Een kwart van de bevraagde leerkrachten vindt dat de schoolgebouwen niet in orde zijn. "Het loon komt daarentegen niet eens in de top zes van prioriteiten voor, terwijl dat in andere landen vaak veel hoger scoort", zegt Van Droogenbroeck.
Het kabinet van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) reageert dat ze de resultaten uit het onderzoek zal meenemen in toekomstig beleid. "Het is duidelijk dat we sterke, hoogopgeleide leerkrachten hebben", klinkt het. "Als je zulke sterke mensen in het kleuteronderwijs hebt, dan moet je ervoor zorgen dat hun werk haalbaar blijft."
Diversiteit grote uitdaging
Vlaamse onderwijzers geven les in bijzonder diverse contexten, blijkt ook uit het onderzoek. "Op vrijwel alle diversiteitsindicatoren – thuistaal, socio-economische achtergrond en migratieachtergrond – valt Vlaanderen sterk op", zegt Van Droogenbroeck. "Onze kleuterklassen zijn duidelijk diverser dan in de zeven andere onderzochte landen."
Opvallend is dat kleuteronderwijzers zich goed voorbereid voelen op pedagogisch vlak, maar zich minder sterk gewapend voelen om met die diversiteit om te gaan. "Dat patroon zien we ook in andere domeinen zoals naschoolse vorming: ze nemen veel deel aan klassieke vormen van professionele ontwikkeling, maar opleiding rond diversiteit blijft volgens hen achter. Wanneer gevraagd wordt waar ze meer nood aan hebben, komt diversiteit dan ook steevast naar voren als prioritair ontwikkelingsgebied", zegt hij.
In de lespraktijk keert hetzelfde patroon terug volgens Van Droogenbroeck. "Vlaamse leerkrachten besteden veel oefentijd aan basisvaardigheden in de klas, op dat vlak doen ze het trouwens opvallend goed in vergelijking met de andere landen. Maar aan differentiatie - het rekening houden met individuele verschillen en sterktes in de klas - besteden ze veel minder lesactiviteiten dan Europese collega's. Bovendien ligt het vertrouwen van leraren in hun eigen kunnen op dat vlak lager dan in de andere landen."
Kinderopvangers willen betere verloning
In hetzelfde TALIS-onderzoek werd ook de werksituatie van kinderopvoeders en andere werknemers in kinderopvang onderzocht, het is de eerste keer dat dat gebeurt. Ook zij blijken erg tevreden over hun job. Meer dan 97 procent van de kinderbegeleiders voelt zich gewaardeerd door kinderen en ouders.
Ook de algemene tevredenheid is hoog: 95 procent is tevreden met de job en zou de eigen opvanglocatie aanraden als goede werkplek. Slechts 10 procent zou liever ergens anders werken. "Opvallend positieve cijfers voor een sector die zwaar onder druk staat", reageert het Vlaams agentschap Opgroeien.
Tegelijk zijn er minder positieve resultaten. Bijna de helft van de bevraagde kinderopvangers vindt dat kinderbegeleiders maatschappelijk te weinig gewaardeerd worden, en een vergelijkbaar aandeel is ontevreden over het salaris.
Daarnaast is bijna 28 procent ontevreden over andere arbeidsvoorwaarden. 22 procent zou, als ze opnieuw konden kiezen, niet opnieuw voor de sector kiezen. Ook de impact op het welzijn is voelbaar: 19 procent meldt fysieke klachten, 13 procent mentale klachten, en een derde ervaart stress.
"Met hervormingen en investeringen in onze kinderopvang zijn we duidelijk de goede weg ingeslagen, maar we hebben nog steeds belangrijke uitdagingen", reageert Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit). "Niet alleen op vlak van extra plaatsen, maar ook op het vlak van betere opleiding, werkomstandigheden en verloning voor ons personeel. En daar werken we de komende jaren hard aan verder", zegt Gennez.



