Dankzij het klimaatakkoord van Parijs stevent onze planeet niet meer af op 4 graden opwarming, maar op 2,6 graden extra. Concreet kunnen we daarmee gemiddeld 57 extreem warme dagen per jaar vermijden. Dat hebben klimaatspecialisten van World Weather Attribution en Climate Central berekend. "Dankzij Parijs en de jaren daarna hebben we een worstcasescenario kunnen vermijden", zegt VUB-professor Wim Thiery. "Klimaattoppen hebben wel degelijk hun nut."
"Een armageddon is vermeden": wat leverde het klimaatakkoord van Parijs al op?
In het kort:
Hoeveel verder staan we, 10 jaar na het klimaatakkoord van Parijs?
Sommigen trekken het nut van de VN-klimaattoppen in twijfel, maar er is wel degelijk wat bewogen.
De vooruitzichten voor Parijs waren een worstcasescenario van 4 graden extra, nu is er sprake van 2,6 graden.
Het aantal hete dagen dat er in de toekomst bij zal komen door de klimaatopwarming, ligt daardoor een pak lager.
Over een week begint de jaarlijkse klimaatconferentie in Belém, Brazilië. We zijn intussen 10 jaar na het Klimaatakkoord van Parijs. In 2015 beslisten wereldleiders om de opwarming van de aarde ruim onder de 2 graden Celsius te houden, en liefst op anderhalve graad, vergeleken met de periode 1850-1900.
Op het eerste gezicht lijkt er weinig gebeurd. De wereld stoot nog altijd recordhoeveelheden broeikasgassen uit, ondanks de vele beloftes om de uitstoot te beperken. Daardoor blijven de klimaatvooruitzichten niet goed.
Vorig jaar waarschuwde de VN zelfs dat het klimaatdoel van Parijs "bijna dood is of op intensieve zorg ligt". De anderhalve graad extra opwarming noteerden we vorig jaar (het bleek zelfs 1,6 graden, al gaat het maar over 1 jaar en is het nog niet structureel). De klimaatopwarming over langere termijn bedraagt 1,3 graden momenteel. Over die structurele opwarming gaat ook het akkoord van Parijs.
Tegelijk ligt het mechanisme om besluiten te nemen op COP's ook steeds meer onder vuur, zoals vorig jaar nog in Azerbeidzjan.
Landen die economisch baat hebben bij zo weinig mogelijk uitstootvermindering, zoals olie- of gasproducerende landen, of landen die klimaatinspanningen minder belangrijk vinden, slagen erin om de uitkomst van een COP te verzwakken omdat de beslissingen voor de slottekst unaniem moeten worden goedgekeurd.
Intussen blijven de alarmerende klimaatrapporten binnenrollen, en blijven klimaatwetenschappers jaar na jaar vragen om een heel snelle afbouw van de uitstoot.
De vraag rijst dan ook: welke nut hebben COP's eigenlijk? Het is net dat wat onderzoekers van het World Weather Attribution (WWA) en Climate Central concreet hebben gemaakt.
Geen opwarming met 4 graden meer, maar 2,6 graden
Een COP wordt ook wel 'een diplomatieke hoogmis voor het klimaat' genoemd. Er verschuift niet altijd veel, er zijn veel lobbyisten aanwezig, en er wordt vooral veel overlegd. Maar toch verschuift er wel iets. Dat blijkt ook 10 jaar na Parijs, en het is een verdienste op zich in een dossier waarin je de hele wereld mee moet krijgen.
Waar de wereld voor Parijs nog afstevende op een opwarming van 4 graden Celsius tegenover de pre-industriële periode (1850-1900), is dat momenteel "maar" 2,6 graden. Tenminste, als de landen de beloftes voor uitstootvermindering die momenteel op tafel liggen, ook daadwerkelijk uitvoeren, zo stelt de studie van WWA en Climate Central (het cijfer kan een beetje verschillen naargelang de bron, red.).
Aantal hete dagen dat erbij komt, beperkt tot de helft
De studie berekende welk verschil 2,6 tegenover 4 graden Celsius extra precies maakt op de lange termijn. De wereld zal in dat geval geen 114 warme dagen extra tellen, maar 'slechts' de helft (57) elk jaar.
Wat een warme dag is, hangt af van het land. Maar het gaat om een dag met een temperatuur boven het 90e percentiel van de temperatuurverdeling op een bepaalde plek in de periode 1991-2020. Zo'n dag uit de top 10 van warmste temperaturen kan je een warme, erg warme of hete dag noemen.
Geen 51 maar 23 hete dagen extra in België
57 dagen is een gemiddelde. Voor Brazilië gaat het bijvoorbeeld om 70 extra hete dagen bij een globale opwarming van 2,6 graden (van 51 nu naar 111), voor de Democratische Republiek Congo om 86 dagen extra per jaar (van 54 naar 140).
België ondervindt een iets kleinere impact en springt van 43 naar 66 hete dagen extra per jaar, maar bij 4 graden opwarming zouden we al 94 hete dagen krijgen. Voor Brazilië en Congo zou het aantal hete dagen per jaar in dat laatste scenario springen naar respectievelijk 180 en 222.
Vooral de landen waar de warmte nu al zwaar weegt, hebben baat bij het akkoord van Parijs. Volgens de projecties kunnen een 30-tal landen tot 100 hete dagen per jaar uitsparen door de verschuiving van de klimaatinspanningen en -beloftes sinds Parijs 2015.
Aantal extreme hittegolven beperken
Het rapport van WWA en Climate Central wijst er verder op dat extreme hittegolven gaan toenemen, maar in mindere mate dan eerder gevreesd bij 4 graden extra. Ze waarschuwen dat een opwarmende wereld met meer hittedagen veel geld zal kosten, en dat er te weinig gebeurt om de planeet en hittegevoelige gebieden aan te passen. Waarschuwingssystemen zijn verbeterd, maar nog onvoldoende, zeggen de onderzoekers.
Wim Thiery: "Enige forum dat wereldwijd werkt"
Klimaatwetenschapper Wim Thiery (VUB) zegt dat het heel belangrijk is dat we Parijs hadden en het hele proces erna. "Je moet weten dat de COP's het enige mechanisme zijn om wereldwijd de zaak vast te nemen. Klimaatverandering heeft een wereldwijde oorzaak, en moet je wereldwijd bespreken."
"Parijs was speciaal omdat het de eerste keer was dat er een exact temperatuurdoel werd ingesteld. Het stellen van een doel was enorm belangrijk voor landen, ngo's, bedrijven enzovoort. Het geeft een richting aan."
Dankzij Parijs en de COP's daarna is een absoluut worstcasescenario vermeden
Wim Thiery
Parijs en de COP's daarna hebben een worstcasescenario vermeden, zegt Thiery. "Voor Parijs was er bijna geen klimaatbeleid en stevenden we af op een soort armageddon met een opwarming van 4 tot mogelijk zelfs 5 graden. Maar daarna is er klimaatbeleid gevoerd, met hernieuwbare energie en elektrificatie." Joeri Thijs van Greenpeace vult aan: "Zonder Parijs en het proces erna waren we nog veel verder van huis geweest."
Anderzijds begrijpt Thiery de kritiek. Er is wel actie ondernomen, maar te weinig. Het doel van Parijs, de anderhalve graad, staat op losse schroeven. "We zijn de greep daarop op dit eigenste moment aan het verliezen", zegt hij. Het langetermijndoel kan enkel nog bereikt worden als er massaal CO2 uit de lucht zou worden geplukt in de toekomst, en uiteraard bij een heel snelle daling van de uitstoot van broeikasgassen.




