Israël vernielde de voorbije jaren honderden humanitaire bouwwerken op de Westelijke Jordaanoever, waarvoor ons land mee betaalde. Dat blijkt uit onderzoek van VRT NWS. Het gaat om water- en elektriciteitsvoorzieningen en scholen. Israël voert aan dat die zijn gebouwd zonder vergunning, maar ons land kaatst de bal terug: de vernielingen zijn in strijd met het internationaal recht. Brieven met de vraag om de schade te vergoeden, blijven zonder reactie.
Miljoenen euro's: zoveel investeerde België al in gebouwen op Westelijke Jordaanoever, die Israël vernielt
Terwijl de wereld al 2 jaar naar Gaza kijkt, richtte VRT NWS de voorbije maanden ook de blik op de Westelijke Jordaanoever. Waarom wordt humanitaire infrastructuur die ons land financiert, systematisch vernield? Door wie? En wat doet ons land daaraan?
België betaalt, Israël breekt af: om 21u25 op VRT CANVAS, nu al te bekijken op VRT MAX .
Eerst enkele cijfers. Sinds 2015 werden 473 humanitaire bouwwerken vernield door de Israëlische autoriteiten, 278 werden in beslag genomen. Sinds eind 2023 zijn ook al zeker 127 bouwwerken vernield door kolonisten.
Het zijn cijfers van het West Bank Protection Consortium (WBPC), een partnerschap van ngo’s dat geïsoleerde Palestijnse gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever helpt met de bouw van essentiële infrastructuur. Denk aan watervoorzieningen, wegen, elektriciteitsnetwerken, shelters en scholen.
Het WBPC krijgt daarvoor financiële en diplomatieke steun van de EU en 11 Europese landen, waaronder ook ons land. Sinds 2015 investeerde België zo'n 10 miljoen euro in de samenwerking. Anders gesteld: voor elk van de bouwwerken die het consortium bouwt, heeft ons land mee betaald.
Belgische steun voor de Palestijnse gebieden
De 10 miljoen euro voor het WBPC is slechts een stukje van de steun die België aan de Palestijnen geeft. Sinds 2009 ging er jaarlijks tussen de 14 en 36 miljoen euro naar projecten en organisaties in en rond Gaza, Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever - goed voor in totaal 422 miljoen euro in 15 jaar tijd.
Met die steun wil ons land naar eigen zeggen "bijdragen aan een stabiele en inclusieve rechtsstaat" in de Palestijnse gebieden, als basis voor een tweestatenoplossing in het Israëlisch-Palestijns conflict. Dat gebeurt via ontwikkelingssamenwerking: niet alleen infrastructuurprojecten, maar ook opleidingen en andere vormen van ondersteuning.
Iets meer dan de helft van de Belgische steun - zo'n 227 miljoen euro sinds 2009 - gaat echter naar humanitaire hulp: basissteun voor mensen in nood- of crisissituaties. Die hulp gaat vooral naar Gaza, maar ook naar essentiële infrastructuur die het WBPC en andere ngo's bouwen op de Westelijke Jordaanoever.
Recordaantal vernielingen
De meeste vernielingen blijven echter onder de radar. Onze redactie slaagt erin om voor een 20-tal cases een raming van de schade te maken. Die varieert van 50.000 tot 150.000 euro.
Hoeveel door België betaalde bouwwerken de voorbije jaren exact vernield werden, kan onze overheid niet vertellen. Maar alleen al de cijfers van het West Bank Protection Consortium - de voornaamste partner voor de bouw van humanitaire infrastructuur - tonen dat het over ettelijke honderdtallen gaat.
Iets wat ook bevestigd wordt in een rapport van de Europese Unie. Tussen 2015 en 2023, aldus het rapport, werden in totaal 927 bouwwerken betaald met Europees geld "vernield of in beslag genomen door de Israëlische autoriteiten". Goed voor een totale waarde van bijna 3 miljoen euro.
Of het er nu 1, 20, 50 of 200 zijn, elke vernieling is er één te veel
Maxime Prévot (Les Engagés), minister van Ontwikkelingssamenwerking
En de vernielingen van humanitaire infrastructuur betaald door buitenlandse donors, zijn nog maar het topje van de ijsberg. Volgens cijfers van de Verenigde Naties werden op de Westelijke Jordaanoever sinds 2009 al meer dan 14.000 Palestijnse woningen en andere gebouwen vernield.
Opvallend: cijfers tonen ook dat het aantal vernielingen sinds 7 oktober 2023 fors gestegen is. Vorig jaar was een absoluut recordjaar, met een opvallende stijging van het aantal vernielingen door kolonisten.
In de eerste 9 maanden van dit jaar vernielde het Israëlische leger dan weer evenveel gebouwen omwille van "een gebrek aan vergunning" als in heel 2024.
Geen vergunning
Want het gros van die vernielingen, zo leren de verhalen en cijfers, gebeurt al jarenlang door het Israëlische leger. De reden? In sommige gevallen een strafmaatregel, in andere gevallen militaire operaties - zoals begin dit jaar nog in de Palestijnse steden Jenin en Tulkarem.
Maar voor meer dan 90 procent van de vernielingen luidt de officiële reden "een gebrek aan vergunning'. De overgrote meerderheid van de vernielingen gebeurt immers in zone C, gebied dat onder volledige Israëlische controle valt.
Wat is zone C?
Sinds 1967 houdt Israël de Westelijke Jordaanoever bezet. De ongeveer 3 miljoen Palestijnen leven er onder militair bestuur. Israël bouwt er nederzettingen, die illegaal zijn volgens het internationaal recht, waar vandaag naar schatting zo’n 700.000 kolonisten wonen.
In 1995 resulteerden vredesonderhandelingen in de Oslo-akkoorden, waarbij de Westelijke Jordaanoever opgedeeld werd in 3 zones. In zones A en B is het dagelijks bestuur in handen van de Palestijnse Autoriteit. Zone C - die zo’n 60 procent van de oppervlakte beslaat - valt volledig onder Israëlische controle.
Om daar meer over te weten te komen, vragen we de Israëlische autoriteiten de voorbije maanden herhaaldelijk om uitleg of een interview. Een antwoord krijgen we niet.
Al hoeven de cijfers niet te verbazen. Want duidelijk is dat een vergunning verkrijgen voor de Palestijnen in zone C bijzonder moeilijk blijkt.
Volgens een onafhankelijke VN-commissie werd de afgelopen 20 jaar slechts 6 procent van de Palestijnse vergunningsaanvragen goedgekeurd. Sinds 2016 zakte dat cijfer volgens de Israëlische ngo Bimkom naar minder dan 1 procent. En sinds 7 oktober 2023 werd geen enkele vergunning meer uitgereikt.
En dus bouwt ook ons land humanitaire infrastructuur in zone C zonder expliciete Israëlische toestemming. "Uit noodzaak", zegt voormalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Caroline Gennez (Vooruit). “Want dat is de enige manier waarop we Palestijnse gemeenschappen kunnen helpen."
In strijd met internationaal recht
Het Israëlische vergunningen- en vernielingsbeleid stoot in elk geval al jaren op forse kritiek van experten internationaal recht. "De grote misvatting is dat de Oslo-akkoorden Israël soevereiniteit geven in zone C", zegt Dimitri Van Den Meerssche, docent internationaal recht aan de Queen Mary University in Londen.
"Het doel van die akkoorden was om de bezetting te managen, maar het blijft wel een bezetting. En volgens het internationaal recht mag een bezettende macht de samenstelling en demografie op het terrein niet zomaar aanpassen."
Met het bouwen van humanitaire infrastructuur vervult België eigenlijk de rol die Israël als bezettende macht heeft
Dimitri Van Den Meerssche, expert internationaal recht
Dat bevestigt ook de Israëlische prof internationaal recht Aeyal Gross van de Universiteit van Tel Aviv. "Vernielingen kunnen in sommige gevallen gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld vanuit militaire urgentie. Maar het mag geen systematisch beleid zijn."
Hij wijst op het verschil met de Israëlische kolonisten, die veel vaker wel vergunningen krijgen voor de bouw van nederzettingen. Ook het Internationaal Gerechtshof verwees daar vorig jaar naar in een advies. Daarin omschreef het Hof het Israëlische vergunningenbeleid en de daarop volgende vernielingen als discriminerend, en dus in strijd met het internationaal recht.
Bovendien is de structurele vernieling van humanitaire infrastructuur om nog een andere reden problematisch, zeggen Van Den Meerssche en Gross.
"Want wat België en andere Europese landen op het terrein doen, is in feite de taak van Israël zelf. Volgens het internationaal recht moet je als bezettende macht zorgen voor de bezette bevolking en voorzien in basisnoden", aldus Van Den Meerssche.
Onbeantwoorde brieven
Het brengt ons opnieuw bij de vernielingen van de Belgische infrastructuur. Want wat doet ons land daartegen?
"Telkens als er zo'n vernieling plaatsvindt, sturen we de factuur naar de Israëlische regering en eisen we financiële compensatie", zegt huidig minister van Ontwikkelingssamenwerking Maxime Prévot (Les Engagés).
Meer informatie wil hij noch de FOD Buitenlandse Zaken daarover geven. Maar uit goede bron vernemen we wel dat er sinds 2015 zeker 25 brieven werden verstuurd vanuit het West Bank Protection Consortium, die mee ondertekend werden door ons land.
Initieel gebeurde dat naar verluidt voor elke vernieling. Nadien om de 3 maanden. En vandaag wordt er nog 1 brief per jaar verstuurd, met alle vernielingen van bouwwerken die door het consortium zijn gefinancierd.
Inzage in de brieven krijgen we, ondanks herhaaldelijke pogingen, niet. Wel duidelijk is dat ze voorlopig zonder reactie bleven. Een compensatie kwam er nog nooit, bevestigt ook voormalig minister Gennez.
Verankering of verdrijving?
Duidelijk is alleszins dat de bouwwerken gecontesteerd zijn. Van Israëlische kant weerklinkt de kritiek dat landen zoals België een onderhandelde oplossing voor het conflict ondermijnen door te bouwen zonder Israëls toestemming.
"Er wordt gebouwd op strategische locaties om Palestijnen te verankeren in historisch Israël", klinkt het bij de Israëlische organisatie Regavim.
Vanuit het West Bank Protection Consortium klinkt dan weer dat het doel is om de verdrijving van Palestijnse gemeenschappen tegen te gaan. Maar sinds 7 oktober 2023 verlaten steeds meer Palestijnse gemeenschappen hun land, zo tonen cijfers van de VN.
Volgens mensenrechtenorganisaties is dat meestal na aanhoudend geweld of vernielingen door kolonisten. De humanitaire infrastructuur die onder meer ons land financiert, blijft daarbij steeds vaker vernield of verlaten achter.
"Het is absurd dat die infrastructuur vernield wordt, maar het is niet absurd dat we die bouwen", reageert minister Prévot. Hij wil dat blijven doen. “Enerzijds om de Palestijnen te tonen dat we hen niet in de steek laten. Anderzijds om de Israëlische overheid te tonen dat we hun houding niet goedkeuren. Anders winnen ze."






