De rijke landen verdienen zelf aan het klimaatgeld dat ze verstrekken aan de arme landen, om zich te wapenen tegen de klimaatverandering. Oxfam berekende dat voor elke 5 dollar die arme landen ontvangen, ze 7 dollar moeten terugbetalen. Dat komt doordat veel klimaatgeld niet echt gegeven wordt, maar uitgeleend. De kwestie zou de gesprekken wel eens onder druk kunnen zetten tijdens de belangrijke klimaatconferentie in Brazilië, volgende maand.
5 dollar geven, 7 dollar terugkrijgen: hoe het Westen flink verdient aan klimaatgeld voor arme landen
Samenvatting:
Rijke landen verdienen aan klimaatgeld voor arme landen. Dat komt doordat het vaak niet om schenkingen gaat, maar leningen waar intrest op betaald moet worden.
In 2022 kregen kwetsbare landen op die manier 62 miljard dollar aan leningen, waarvoor ze 88 miljard dollar moeten terugbetalen.
Daardoor komen de meest kwetsbare landen in een schuldenspiraal terecht. Ze moeten meer geld betalen voor hun leningen dan ze kunnen investeren in klimaatbeleid.
Oxfam vraagt dat klimaatgeld uitgekeerd wordt in schenkingen, en niet in leningen of schenkingen onder voorwaarden.
Afrika heeft slechts 4 procent van alle broeikasgassen wereldwijd uitgestoten. Toch is het continent nu al het grootste slachtoffer van de klimaatverandering, bijvoorbeeld door droogte, hittegolven en overstromingen. Tegelijk ontbreekt het geld er vaak om klimaatrampen op te vangen.
Om dat onrecht enigszins te compenseren, verstrekken de rijke landen klimaatgeld aan de arme landen. Het Westen, en vooral de VS, draagt immers de grootste verantwoordelijkheid voor de klimaatverandering. Met dat geld kunnen landen zich aanpassen aan de klimaatverandering, bijvoorbeeld door dijken te verhogen. Ze kunnen er ook hun eigen uitstoot mee verminderen, bijvoorbeeld door grote zonneprojecten te financieren.
Alleen wordt dat geld zelden zomaar geschonken. Veel vaker gaat het om leningen of beurzen die verstrekt worden door westerse overheden, ontwikkelingsbanken of fondsen.
En geld lenen, kost geld. De arme landen moeten dat geld niet alleen terugbetalen, ze zijn daar bovenop ook interest verschuldigd - zij het soms tegen voordeligere voorwaarden. Toch blijft de realiteit dat de rijke landen daardoor winst maken aan het klimaatgeld dat ze verstrekken.
Klimaatgeld kost de armere landen dus (ironisch genoeg) geld. Hoeveel precies, daar kleeft nieuw onderzoek van de ngo's Oxfam en CARE Climate Justice Centre nu heldere cijfers op. Voor elke 5 dollar moeten de lage-inkomenslanden 7 dollar terugbetalen, besluiten ze.
In 2022 ontvingen kwetsbare landen 62 miljard dollar aan leningen, waarvoor ze 88 miljard dollar zouden moeten terugbetalen. De ngo's schatten dat dat de donoren 42 procent winst oplevert.
Hoewel de armere landen soms kunnen lenen onder verbeterde voorwaarden, is dat lang niet altijd het geval. Van alle landen verstrekken Frankrijk, Japan en Italië het minst vaak leningen tegen verbeterde voorwaarden.
De ngo's stellen ook vragen bij de bestemmelingen van het klimaatgeld. Slechts een vijfde van al dat geld komt terecht bij de meest kwetsbare landen, die het het meeste nodig hebben.
100 miljard dollar aan klimaatgeld? Eerder 35 miljard
Het onderzoek schiet gaten in het symbolische bedrag van 100 miljard dollar dat de rijke landen nu al zeggen te betalen aan de armere landen.
Dat bedrag is een erfenis van de klimaatconferentie van 2009 in Kopenhagen. Toen beloofden de geïndustrialiseerde landen tegen 2020 elk jaar opnieuw 100 miljard opzij te zetten in een klimaatfonds. Maar die belofte werd uiteindelijk pas met 2 jaar vertraging ingelost, in 2022.
Ondertussen had de vertraging heel wat frustratie veroorzaakt bij de ontvangende landen, die het Westen van woordbreuk beschuldigden. Dat bemoeilijkte op zijn beurt de gesprekken tussen het Westen en het globale Zuiden over andere klimaatkwesties, bijvoorbeeld toen meer klimaatinspanningen gevraagd werden van grote vervuilers zoals China of India.
Bekijk je enkel de onvoorwaardelijke stortingen, dan stroomde er in 2022 maximaal 35 miljard dollar aan klimaatgeld naar het globale Zuiden, zegt Oxfam.
De rijke landen verstrekken "een sigaar uit eigen doos", zegt Nafkote Dabi, klimaatexpert bij Oxfam International. "Zij zien de klimaatcrisis vooral als een zakelijke kans, niet als een morele en juridische verplichting om de landen en mensen die hier nu al het meeste onder lijden, te helpen."
"Door leningen te verstrekken aan landen die het minste verantwoordelijk zijn voor de klimaatcrisis, zadelen ze deze landen op met een steeds groter wordende schuldenlast. Deze schuldenlast beperkt de mogelijkheden van kwetsbare landen om te investeren in sociale voorzieningen en klimaatoplossingen, vergroot hun kwetsbaarheid en houdt hen gevangen in een cyclus van afhankelijkheid en onderontwikkeling."
Daar komt nog bij dat de klimaatfinanciering de volgende jaren wel eens zou kunnen dalen, in plaats van stijgen, merkt Oxfam op. Dat komt doordat heel wat rijke landen snoeien in ontwikkelingssamenwerking, waar het klimaatgeld vaak gehaald wordt. De Vlaamse regering schrapt bijvoorbeeld alle ontwikkelingssamenwerking. De OESO verwacht daardoor dit jaar een daling van de budgetten van minstens 9 procent.
Klimaatgeld dreigt hyperbelangrijke klimaatconferentie te overschaduwen
Dit nieuwe rapport zet de inzet op scherp van de klimaatonderhandelingen die volgende maand starten in Belém, Brazilië. Ook daar zal het onvermijdelijk opnieuw over klimaatgeld gaan.
Dat wordt een déjà vu. Want de discussie had vorig jaar al beslecht kunnen zijn. Toen, op de klimaatconferentie in Bakoe, moest een nieuw bedrag afgesproken worden dat de 100 miljard dollar vanaf dit jaar zou vervangen. De onderhandelaars landden uiteindelijk op 300 miljard dollar per jaar, en dat vanaf 2035.
Toen al was duidelijk dat dat ruimschoots onvoldoende was. De Verenigde Naties hadden berekend dat tegen 2030 al 1.800 miljard dollar nodig zou zijn om de klimaatkosten van de armere landen op te vangen. De armere landen hadden bij aanvang van de gesprekken een bedrag in die grootteorde gevraagd: 1.300 miljard.
Daarom beloofden de onderhandelaars in Bakoe ook dat méér geld gezocht zou worden dan de beloofde 300 miljard, als het even kan zelfs 1.300 miljard. Hoe dat geld precies vrijgemaakt zou kunnen worden, dat zou duidelijk worden tegen de volgende klimaatconferentie, beloofden de onderhandelaars toen.
Toen was dat een handigheidje om de teleurgestelde armere landen wat te sussen. Intussen zijn we bijna een jaar verder en dreigt die belofte de onderhandelaars in Brazilië zuur op te breken.
Anders dan vorig jaar zou het op deze COP eigenlijk niet over klimaatgeld moeten gaan. De wereld zakt af naar Brazilië om af te spreken hoe de uitstoot van broeikasgassen verminderd kan worden tegen 2035. Dat maakt van deze COP een van de belangrijkste sinds die van 2015, toen het klimaatakkoord van Parijs werd afgeklopt. Eentje die dus absoluut niet mag mislukken.
De discussie over het klimaatgeld dreigt die hyperbelangrijke gesprekken te overschaduwen, valt nu al in de wandelgangen te horen.




