Wat staat er nu precies in het akkoord dat onverhoopt uit de bus is gekomen op de VN-klimaatconferentie in Bakoe? Het werd erg verdeeld onthaald. Er is dan wel een nieuw bedrag van 300 miljard dollar afgeklopt dat het Westen zal moeten betalen aan de ontwikkelingslanden om hun klimaatkosten te dekken. Maar er vallen heel wat kanttekeningen bij te maken. 5 vragen en antwoorden.
Wat is er besloten op de klimaatconferentie in Bakoe, en wat betekent dat voor ons? 5 vragen over het akkoord van 300 miljard
1. Wat is er besloten?
De voorzitter van deze COP heeft een hele reeks akkoorden en akkoordjes afgehamerd in Bakoe. Dit zijn de belangrijkste resultaten van 12 dagen onderhandelen.
De rijke landen moeten minstens 300 miljard dollar per jaar betalen aan de kwetsbare landen. Dat bedrag moet tegen 2035 gehaald zijn. Het moet de ontwikkelingslanden helpen om hun uitstoot te verminderen en om zich aan te passen aan de klimaatverandering.
Er komt een internationale koolstofmarkt voor uitstootcertificaten. Een land of een bedrijf dat er niet in slaagt om zijn uitstoot voldoende te verminderen, kan dat dan goedmaken door bijvoorbeeld te investeren in bosherstel in Afrika.
Het grootste succes van de klimaatconferentie van vorig jaar, het voornemen om af te stappen van fossiele brandstoffen, is niet letterlijk bevestigd. De oliestaten keerden zich tegen elke letterlijke vermelding van die ambitie en vonden daar in Azerbeidzjan meer gehoor voor dan vorig jaar in Dubai. De kwestie wordt doorgeschoven naar de volgende klimaatconferentie.
Er zijn dan weer wel nieuwe stappen gezet voor onder andere het aparte fonds voor klimaatschade ('loss and damage' in klimaatjargon). En het werkprogramma rond gendergelijkheid in de klimaattransitie wordt verlengd.
Maar als we binnen 10 jaar nog over deze COP spreken, dan zal het toch vooral gaan over dat bedrag van 300 miljard dollar.
2. Volstaat dat?
Daar kunnen we kort in zijn: neen. Of toch niet voor de ontwikkelingslanden. Volgens de Verenigde Naties hebben die volgend jaar al 1.100 miljard dollar nodig om hun klimaatkosten te dekken. In het best mogelijke scenario, zeggen de VN-economen, zou het Westen daarvan 960 miljard dollar betalen.
Het bedrag dat in Bakoe is toegezegd, is nog geen derde daarvan, en moet bovendien pas binnen 10 jaar gehaald worden. Intussen zullen de kosten nog hoger oplopen, naarmate de klimaatverstoring zich doorzet.
De ontwikkelingslanden waren naar de COP afgereisd met een vraag van 1.300 miljard dollar per jaar in hun valies. Dat ligt in lijn met de noden die de VN berekende. Maar het werd dus veel minder.
In Bakoe zijn er wel enkele punten en komma's toegevoegd die bepalen dat er uiteindelijk toch gemikt moet worden op 1.300 miljard. Maar die zogenaamde "Baku to Belèm roadmap" verplicht (voorlopig?) niemand ergens toe.
De ontwikkelingslanden vroegen ook specifiek publiek geld. Geen leningen van overheden, kredieten van ontwikkelingsbanken of privé-investeringen dus. Die zouden hun schulden alleen maar verder doen oplopen en zijn ook moeilijk in kaart te brengen. Maar in Bakoe werd besloten dat het geld daar wel degelijk ook vandaan mag komen.
3. Wie kan hier dan wel mee thuis komen?
Dat is duidelijk: de rijke landen. Het Westen had, anders dan de ontwikkelingslanden, voorafgaand aan deze COP geen bedrag genoemd dat het haalbaar achtte. Maar in de wandelgangen viel te horen dat 200 tot 300 miljard dollar het hoogst haalbare zou zijn. Zeg maar de 100 miljard dollar die het Westen nu al jaarlijks betaalt, maar dan aangepast aan de inflatie en met een klein extraatje.
De westerse onderhandelaars hebben 12 dagen voet bij stuk gehouden en zijn niet geplooid voor de ontwikkelingslanden die een veelvoud vroegen. Zelfs niet toen de minst ontwikkelde landen en de kleine-eilandstaten gisteren de gesprekken verlieten, en er zelfs even mee dreigden helemaal op te stappen uit Bakoe.
Maar de allergrootste winnaars van deze COP zijn China en andere groeilanden zoals Saudi-Arabië of Zuid-Korea. Voorlopig gaat het daar opvallend weinig over.
Het Westen wilde dat ook zij klimaatgeld betalen voor de kwetsbare landen. Tot nu toe moeten ze dat niet. Nochtans zijn ze rijker geworden én stoten ze veel meer uit dan in 1992, toen de industrielanden werden aangeduid die moeten betalen. China is intussen zelfs de grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld geworden, India de derde.
Maar die landen hoeven ook na dit akkoord nog steeds niets te betalen, of toch niet verplicht. Het akkoord van Bakoe maakt een openingetje naar een vrijwillige bijdrage, maar daarop kunnen de ontwikkelingslanden dus niet gegarandeerd rekenen.
Dat hebben die ontwikkelingslanden overigens ook aan zichzelf te danken door zich mee te scharen achter het verzet van China, een belangrijke handels- en industriepartner.
4. Zullen wij meer moeten bijdragen?
Wellicht wel. Dezelfde industrielanden die nu al jaarlijks minstens 100 miljard dollar betalen, zullen moeten instaan voor het nieuwe bedrag van 300 miljard.
Ook België is een van die landen. Ons land betaalde in 2022 154 miljoen euro aan klimaatgeld in het fonds van 100 miljard, grotendeels uit de federale budgetten voor ontwikkelingssamenwerking. Voor 2023 moet de volledige rekening nog gemaakt worden, maar die zal al zeker een eind boven de 200 miljoen euro eindigen.
Vlaams minister van Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit) maakt zich sterk dat alvast Vlaanderen geen extra klimaatgeld zal moeten uittrekken nu het fonds 3 keer zo groot wordt, "omdat andere landen nu hun deel moeten doen".
Depraetere lijkt ervan uit te gaan dat groeilanden zoals China en Saudi-Arabië het gat tussen 100 en 300 miljard zullen dichtfietsen. Maar die zijn daar, zoals gezegd, niet toe verplicht. Het wordt afwachten of zij dat wel degelijk zullen doen, uit vrije wil dan nog.
Het zal dus wel degelijk aan het Westen zijn, en dus ook aan België en Vlaanderen, om het extra geld op te hoesten.
5. Hoe moet het nu verder?
Het Azerbeidzjaanse COP-voorzitterschap maakte geen al te goede beurt. Het schuift enkele bijzonder hete aardappels door naar de voorzitters van de volgende klimaatconferentie, die in Brazilië.
Daar kan er verder gepraat worden over het klimaatgeld, bijvoorbeeld over welke investeringen meegeteld mogen worden. De hoop is dat het bedrag dan nog wat kan stijgen, wie weet zelfs tot aan 1.300 miljard dollar, door nog meer geld bijeen te harken vanuit verschillende bronnen.
Maar de discussies in Bakoe hebben aangetoond hoe lastig dat is. Bovendien zal de COP volgend jaar in nog moeilijkere omstandigheden plaatsvinden. De agenda zit nu al propvol, want de landen zullen er hun klimaatprogramma's moeten voorleggen.
Bovendien zal de nieuwe Amerikaanse president Donald Trump er aanwezig zijn. De VS draagt maar een fractie bij van het klimaatgeld dat het zou moeten betalen, gezien zijn grote aandeel in de klimaatverandering.
Maar Trump ligt noch van het klimaat, noch van multilaterale samenwerking wakker. Waar dat toe kan leiden, bewees zijn voorganger George W. Bush al in de jaren 2000. Hij blokkeerde jarenlang vooruitgang in de internationale klimaatgesprekken.
Daarom zal deze COP een zure nasmaak achterlaten in de mond van de ontwikkelingslanden. Zij voelden zich al bedrogen door het Westen, dat pas in 2022 zijn belofte van 100 miljard kon inlossen. En vandaag voelen velen van hen zich opnieuw beledigd en vernederd.
De kleine-eilandstaten bijvoorbeeld, die vaak vlak boven de zeespiegel liggen en soms nu al onderlopen, zien hun buikgevoel nog maar eens bevestigd dat het Westen niet echt wakker lijkt te liggen van hun lot. Vlak nadat het akkoord was afgeklopt, zegde India zelfs luidop zijn vertrouwen op in het systeem van de klimaatconferenties.
In Bakoe is de kloof tussen het Zuiden en het Westen dus verder gegroeid. En dat terwijl de aarde verder blijft opwarmen.


