De voorbije hittezomer heeft naar schatting minstens 24.400 Europese hittedoden veroorzaakt. 16.500 van die doden, of 7 op de 10, zouden niet gevallen zijn zonder de klimaatopwarming. Dat berekende een team van 11 klimaatwetenschappers. Ze waarschuwen dat veel van die hittedoden niet in de statistieken belanden. Vooral ouderen en mensen met onderliggende gezondheidsproblemen zijn kwetsbaar.
"Hitte is een stille doder": Klimaatverandering veroorzaakte 7 op de 10 Europese hittedoden deze zomer, berekenen wetenschappers
In het kort:
Minstens 24.400 Europeanen stierven deze zomer door de hitte. 16.500 van hen zouden niet gestorven zijn zonder de klimaatverandering.
Vooral ouderen en mensen met gezondheidsproblemen lopen risico.
De officiële statistieken zijn wellicht een onderschatting van het werkelijke aantal. Dat komt doordat hittedoden vaak anders geregistreerd worden, bijvoorbeeld als hartaanvallen of beroertes.
Hittemaatregelen zoals waarschuwingssystemen of meer groen in de stad kunnen sterfte helpen voorkomen.
Maar enkel de uitstoot van broeikasgassen naar nul terugbrengen, kan het risico volledig verhelpen.
De extreme hitte die de voorbije zomer Europa teisterde, deed een historisch grote oppervlakte bos afbranden en veroorzaakte 43 miljard euro aan directe schade. Maar hoeveel mensenlevens de hitte heeft gekost, is veel minder duidelijk. Veel van die hittedoden worden immers geregistreerd als hartaanvallen of beroertes.
Daarom besloot een team van 11 onderzoekers uit Groot-Brittannië, Zwitserland, Nederland en Denemarken de oefening te doen, onder leiding van het Imperial College London en de London School of Hygiene & Tropical Medicine.
Zij schatten voor 854 Europese steden hoeveel hittedoden er deze zomer gevallen zijn, en hoeveel daarvan er te wijten zijn aan de klimaatverandering.
Rome en Athene zijn hittehoofdsteden
Ze schatten dat de hittezomer minstens 24.400 hittedoden moet hebben veroorzaakt in Europa. 68 procent van die hittedoden is te wijten aan de klimaatverandering: in een wereld zonder door de mens veroorzaakte opwarming waren die doden niet gevallen.
Gemiddeld lag de temperatuur in de onderzochte steden deze zomer 2,2 graden Celsius hoger dan gewoonlijk.
Maar die hittetoename, en dus ook de sterfte, waren niet gelijk verdeeld over Europa. Vooral Oost- en Zuid-Europa kregen ermee af te rekenen. Daar steeg de temperatuur in sommige gevallen tot 3,6 graden boven het gemiddelde.
In absolute aantallen vormen Rome, Athene en Parijs de top 3. Daar vielen de meeste hittedoden.
Maar als je wil weten welke hoofdsteden het kwetsbaarst zijn voor hitte, dan moet je berekenen hoeveel doden er per hoofd van de bevolking vielen. Zo filter je grote steden met veel inwoners weg, die anders automatisch bovenin de statistieken belanden. Zo komt Boekarest in beeld. Samen met Rome en Athene vormt het de top 3 van de meest hittekwetsbare hoofdsteden van Europa.
Ons land bleef dan weer relatief gespaard. Volgens de berekeningen vielen er in Brussel 84 hittedoden, waarvan 50 specifiek door temperaturen die zonder de klimaatverandering nooit gehaald zouden zijn.
In alle onderzochte Belgische steden samen (naast Brussel ook Antwerpen, Gent, Charleroi, Luik, Brugge, Namen, Leuven, Bergen, Kortrijk, Oostende, Moeskroen, La Louvière en Verviers) gaat het om 269 doden, waarvan 154 door de klimaatverandering.
Het dodelijkste hitte-event was dan weer de hittegolf van 21 tot 27 juli. Die eiste 950 levens. De temperaturen piekten toen tot wel 6 graden boven het gemiddelde in Roemenië, Bulgarije, Griekenland en Cyprus.
Hoe gingen de onderzoekers te werk? Ze berekenden eerst hoeveel hoger de dagtemperaturen de voorbije zomer piekten in elk van de onderzochte steden in vergelijking met een wereld zonder klimaatverandering. Ze combineerden daarvoor historische metingen en berekeningen van klimaatmodellen, zeg maar klimaatcomputerprogramma's.
Het resultaat van die berekeningen legden ze naast eerder onderzoek dat had bepaald hoeveel oversterfte hitte veroorzaakt. Dat varieert van stad tot stad, afhankelijk van bijvoorbeeld de bevolkingssamenstelling en de verharding. Zo konden ze het totale aantal hittedoden deze zomer schatten, maar ook het aandeel dat specifiek door de klimaatverandering is veroorzaakt.
Woonzorgcentra en ziekenhuizen
Tot daar de cijfers. Maar wie zijn die hittedoden nu? Heel vaak gaat het om ouderen. 85 procent van de hittedoden is ouder dan 65 jaar, en 41 procent ouder dan 85.
"Hittegolven zijn stille doders", zegt Garyfallos Konstantinoudis van het Grantham Institute op de persconferentie waar de resultaten gepresenteerd worden. "De meeste hittedoden vallen in woonzorgcentra en ziekenhuizen. Daar worden mensen met gezondheidsproblemen tot voorbij hun grenzen geduwd."
Maar ook mensen met lagere inkomens, die vaak dichter op elkaar wonen in volgebouwde wijken, lopen een hoger risico. "Denk aan oudere mensen die tijdens een hittegolf opgesloten zitten in een klein, warm appartementje zonder lift", vult de Canadese doctor en spoedarts Courtney Howard aan.
Ook arbeiders die ondanks de hoge temperaturen toch aan het werk gaan, lopen gevaar. Deze zomer stierf er bijvoorbeeld een straatveger in Barcelona en een bouwvakker in Italië. "Niemand zou verwachten dat je je leven riskeert door aan het werk te gaan tijdens een stortvloed of een orkaan. Maar gevaarlijke hitte wordt nog steeds te achteloos behandeld", zegt Konstantinoudis.
"Als het heel warm is, moet het hart veel harder werken om bloed rond te pompen", legt spoedarts Howard uit. "Dat verklaart waarom hartaanvallen en beroertes enkele van de belangrijkste oorzaken zijn achter de toename van doden bij hittegolven. Toch leren de meeste gezondheidsstudenten tijdens hun opleiding niets over de gevolgen van de klimaatverandering."
Onderschatting
"De meeste mensen die sterven tijdens een hittegolf, worden ook niet geregistreerd als hittedoden", vervolgt Howard. "Dat komt doordat de meesten al aan andere gezondheidsproblemen leden. Nochtans is de hitte in zulke gevallen wel de trigger."
Het gevolg: de officiële statistieken zijn slechts een fractie van het werkelijke aantal hittedoden.
Daar moet dit onderzoek iets aan verhelpen. Toch liggen ook deze schattingen wellicht aan de lage kant, benadrukken de wetenschappers. Hun cijfers zijn immers geen reëel vastgestelde metingen, maar berekeningen. Die methode heeft in het verleden wel zijn robuustheid bewezen, zo maken ze zich sterk.
Toch blijven het berekeningen op basis van klimaatmodellen. De ervaring van de voorbije jaren leert dat die de gevolgen van de klimaatopwarming vaak onderschatten. Dat komt doordat we het klimaatsysteem zelf nog niet helemaal snappen, en die klimaatmodellen dus niet optimaal kunnen trainen.
"Bovendien zijn de snelst opwarmende regio's van Europa, Zuid-Scandinavië en de Balkan, niet opgenomen in onze studie", stipt Clair Barnes aan, onderzoeker aan het Imperial College in London. Het onderzoek omvat ook niet heel Europa, maar "slechts" 854 steden, goed voor ongeveer 30 procent van de Europese bevolking.
Hitteplannen helpen tegen hittedoden
Wat kunnen we daar nu aan doen? Eerst het goede nieuws: er gebeurt wel degelijk al veel in Europa. Zonder hittemaatregelen waren er in de zomer van 2023 80 procent meer hittedoden gevallen onder de 80-plussers, zo berekende een studie die eerder verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Medicine.
Denk bijvoorbeeld aan buddy-systemen waarbij ouderen van nabij worden opgevolgd tijdens hittegolven, waarschuwingssystemen die de bevolking op de hoogte houden, en communicatiecampagnes die uitleggen wat best doet bij hitte (binnen blijven, veel drinken en inspanning vermijden).
In sommige steden wordt de verharding dan weer opgebroken en worden er meer afkoelende bomen en waterpartijen voorzien.
Maar er is werk aan de winkel. Niet alle Europese steden en regio's hebben even goede hitteplannen.
Bovendien blijven de doelpalen opschuiven. Europa wordt bijvoorbeeld ouder. Vandaag is 6 procent van de Europese bevolking 80+, maar in 2100 wordt dat naar verwachting 15 procent.
En terwijl vandaag 70 procent van de Europeanen in de stad woont, wordt dat tegen 2050 al meer dan 80 procent. In steden kan het door de verharding gemakkelijk 6 graden Celsius warmer worden dan op het platteland, en op sommige plekken zelfs 10 graden.
En dan is er nog de klimaatverandering zelf, die blijft doorhollen. Vandaag is de wereld gemiddeld 1,3 graden Celsius warmer dan vóór 1850, toen we massaal fossiele brandstoffen begonnen te verbranden. Met de huidige klimaatplannen stevent de wereld af op een opwarming van 2,7 graden Celsius tegen 2100.
"Het klinkt misschien als weinig, maar ons onderzoek toont aan dat slechts een paar graden meer zomerhitte voor duizenden mensen het verschil kan betekenen tussen leven en dood", waarschuwt Clair Barnes (Imperial College London) daarom.
"Dit herinnert er ons nog maar eens aan dat de klimaatverandering geen probleem is dat we ergens in de toekomst wel kunnen aanpakken. Hoe langer het duurt voor regeringen fossiele brandstoffen afbouwen en hun uitstoot inperken, hoe dodelijker zomerhitte zal worden, zelfs als we ons inspannen om weerbaarder te worden tegen extreme temperaturen."




