Europeanen tonen een groeiende bereidheid om zich voor te bereiden op oorlog. Dat blijkt uit een studie van de pro-Europese denktank Europese Raad voor Buitenlandse Relaties (ECFR) in 12 Europese landen. Volgens de bevraging is er een toenemende steun voor hogere defensie-uitgaven, militaire dienstplicht en de ontwikkeling van een eigen Europees nucleair afschrikmiddel.
Europese bevolking wil zich voorbereiden op oorlog: studie toont grote steun voor hoge defensie-uitgaven en dienstplicht
Uit een peiling bij ruim 16.000 mensen in 12 Europese landen blijkt dat er een verschuiving is in de manier waarop Europeanen kijken naar Europa. Europa transformeert van een "vredesproject" naar een "oorlogsproject", zo stelt de studie. Europeanen zijn steeds meer bereid om te accepteren dat ze zich moeten voorbereiden op een wereld in oorlog.
Veel steun voor defensie-uitgaven
Dat blijkt uit de steun in de bevraagde Europese landen voor de hogere defensie-uitgaven. In Polen en Denemarken is de bereidheid om meer te investeren het grootste en steunt 70 procent van de bevolking de stijging in defensie-uitgaven. In alle andere landen zijn er meer voorstanders van hogere defensie-uitgaven dan omgekeerd.
Enkel Italië is een uitzondering op deze trend, met een meerderheid van 57 procent die tegen een verhoging is en slechts 17 procent die een verhoging van de defensie-uitgaven steunt. Gemiddeld 50 procent is voorstander van die extra investeringen, 24 procent is tegenstander.
In verschillende Europese landen is er ook een sterke steun voor het invoeren van de militaire dienstplicht: in Frankrijk wil 62 procent dat de dienstplicht terug wordt ingevoerd, in Duitsland en Polen is dat respectievelijk 53 en 51 procent.
De oudste demografische groepen (60-69 jaar en 70+) zijn het meest voorstander van verplichte militaire dienst. Onder de jongste leeftijdsgroep (18-29 jaar), degenen die daadwerkelijk zouden dienen, is de steun aanzienlijk lager: gemiddeld slechts 27 procent steunt het idee.
In Denemarken, Estland en Zwitserland is de militaire dienst al verplicht, waardoor de vraag over herinvoering niet relevant was en niet werd gesteld.
Gemiddeld 54 procent van de burgers in de gepeilde landen steunt de ontwikkeling van een alternatief Europees nucleair afschrikmiddel dat niet afhankelijk is van de Verenigde Staten. Dit wijst op een groeiende wens naar meer autonomie op defensiegebied
Relatie met VS onder druk
Ondanks de beleidswijzigingen van de Verenigde Staten, blijft ook de steun voor militaire hulp aan Oekraïne bij de 12 bevraagde landen hoog. Meerderheden in 11 van de 12 landen zijn tegen het intrekken van militaire steun, het onder druk zetten van Kiev om bezette gebieden af te staan, of het opheffen van sancties tegen Rusland, zelfs als de VS van koers verandert.
Door het wispelturige beleid van Donald Trump, komt de relatie met de Verenigde Staten wel verder onder druk te staan. Zo is het anti-Amerikaanse sentiment wel toegenomen. In Denemarken, bijvoorbeeld, gelooft 86 procent van de Denen dat het Amerikaanse politieke systeem 'gebroken' is, maar toch zijn veel mensen wel hoopvol over de toekomstige relatie met de Amerikaanse bondgenoot.
"Ondanks anti-EU retoriek vanuit het Witte Huis, en toenemend anti-Amerikaans sentiment in een aantal Europese landen, geloven veel burgers nog steeds dat de VS kan worden vertrouwd voor nucleaire afschrikking en een militaire aanwezigheid op het continent. Er is ook wijdverspreid optimisme dat de trans-Atlantische alliantie in de toekomst kan worden hersteld", zo stelt de studie.
Gemiddeld 48 procent van de bevraagde Europeanen gelooft dat Europa kan blijven rekenen op Amerikaanse nucleaire afschrikking en 55 procent op een Amerikaanse militaire aanwezigheid op het continent.
Veel Europeanen lijken een "afwachtende" houding aan te nemen, hopend dat de situatie verbetert zodra Trump het Witte Huis verlaat, vergelijkbaar met de reactie op Brexit.
De studie
Het rapport is gebaseerd op een online openbare opiniepeiling die in mei 2025 is uitgevoerd onder volwassenen (18+) in 12 Europese landen (Denemarken, Estland, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Polen, Portugal, Roemenië, Spanje, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk). Het totale aantal respondenten was 16.440. De peilingen zijn uitgevoerd door Datapraxis, YouGov en Norstat.



