Je thuisland voor het eerst in 10 jaar terugzien nadat je het als tiener was ontvlucht: dat is wat Salah Jaradeh en Turkieh Allour in Gent in VRT NWS Doc doen wanneer ze na de val van het regime van dictator Bashar al-Assad naar Syrië reizen. Staat hun huis er nog? Bestaat hun wijk nog? En vooral: leeft hun familie nog? Journalist Inge Vrancken volgt in hun spoor.
"Ik hoop dat hij niet meer leeft, hij zou te veel hebben afgezien": vluchtelingen Salah en Turkieh in Gent keren voor het eerst in 10 jaar naar Syrië terug
“We zijn echt in Syrië, het is ongelofelijk”, zegt Salah wanneer we met de auto de grens van Libanon hebben overgestoken, op weg naar de hoofdstad. “Als we dichter bij Damascus zijn, zal ik meer herkennen hoop ik”, vertelt Turkieh terwijl het koppel met een brede glimlach uit het autoraam tuurt.
Salah komt uit Harasta, Turkieh uit Barzeh. Twee gebieden die op een kwartier rijden van Damascus liggen. Harasta was tijdens de revolutie een bolwerk van rebellen en werd daarom zwaar gebombardeerd. Zo zwaar dat Salah er 12 jaar geleden weg moest. Eerst vluchtte hij naar Damascus, tot het ook daar te gevaarlijk werd voor hem omdat hij zich op de universiteit uitsprak tegen het regime van Assad.
Turkieh komt uit Barzeh waar massaal gedemonstreerd werd tegen het regime. Vanuit het raam van haar appartement, op de 9e verdieping, zag tiener Turkieh hoe het leger met scherp schoot op de demonstranten. De straat des doods werd de straat genoemd waar ze woonde.
Staatstelevisie
Allebei geloofden ze bij het begin van de revolutie in 2011 nog dat alles klopte wat de Syrische staatstelevisie vertelde: dat buitenlandse terroristen Syrië wilden overnemen en burgers doodden.
Tot Salah en Turkieh met eigen ogen zagen hoe ongewapende lokale Syriërs tijdens de protesten werden doodgeschoten door Syrische militairen. En ook hoe niemand de gewonden of de lichamen mocht gaan weghalen.
“Als je dat deed, werd je zelf doodgeschoten door sluipschutters die zich overal verstopt hadden”, vertellen ze allebei. Zo leerden ze de bittere waarheid over hun leiders, en hoe in Syrië één van de meest bloedige regimes van de regio aan de macht was.
Emotioneel weerzien
De reis naar Syrië is voor allebei bijzonder en intens. Turkieh ziet voor het eerst in 10 jaar tijd haar mama terug. De tiener die toen vertrok, is nu een jonge vrouw. Wanneer ze eindelijk in elkaars armen kunnen vallen, zijn er niet veel woorden nodig. Alleen maar heel veel knuffels.
Turkieh ziet ook haar halfbroers weer. Tarek was 2 toen ze vertrok, nu is hij een tiener die bijna groter is dan zij. Haar jongste halfbroer is geboren toen zij al weg was. Hem ziet ze voor het eerst in levende lijve. De liefde straalt van alle blikken af.
Salah ziet het appartement waar hij geboren is voor het eerst in 12 jaar tijd terug. Het is een pijnlijke confrontatie in het zwaar gebombardeerde Harasta. Raketinslagen hebben het appartement zwartgeblakerd. Buiten de ruwe structuur is er niets meer van over.
Het is vooral de stilte en de leegte die Salah hard treft. “Ik had gehoopt dat ik hier meer mensen zou zien. Maar er is niemand. Niemand is teruggekeerd. Het is pijnlijk om te zien.”
Zoektocht naar vele duizenden vermiste gevangenen
Turkieh heeft ook een bijzondere missie. Ze wil graag iets te weten komen over het lot van haar oom Bassem Rabaha. Hij werd in 2013 gearresteerd omdat hij actief meewerkte aan de protesten tegen het regime van Assad.
Bassem werd samen met zijn broer Mohammed gearresteerd. Ze werden ondervraagd en gemarteld in filialen van de gevreesde inlichtingendiensten. Mohammed heeft zijn broer Bassem horen schreeuwen van de pijn. Mohammed is na ruim twee maanden vrijgelaten. Als gevolg van de martelingen moest hij aan beide ogen geopereerd worden. Hij kon geen kinderen meer krijgen.
Bassem kwam nooit vrij en werd uiteindelijk opgesloten in de beruchte gevangenis Sednaya. Daarna is er geen spoor meer van hem. “Er is 0,1 procent kans dat hij nog leeft”, zegt Turkieh.
“Eigenlijk hoop ik dat hij niet meer leeft. Want dan zou hij te veel hebben afgezien. Diep in mijn hart wil ik weten wat er met hem gebeurd is. Ik wil een lichaam en een graf. Dat ben ik hem verschuldigd. Die wens hebben vele duizenden families van vermiste gevangenen.”
Verhalen uit de beruchte Sednaya gevangenis
Samen met Mohammed Noman, die hier vijf jaar lang gevangen zat, bezoeken we de Sednaya gevangenis, ook bekend als “het slachthuis”. Hoeveel gevangenen hier gedood zijn, of omgekomen door ziekte en honger, weet niemand met zekerheid.
“70 of 80 procent van gevangenen hier had tuberculose”, vertelt Mohammed. “We kregen nauwelijks water. Na 5 dagen heb ik water uit de wc gedronken. Mogelijk ben ik zo ziek geworden. Daarna ben ik water gaan rantsoeneren in plastic zakjes. Om water vragen mocht je niet doen, dan kreeg je met zekerheid een dik pak slaag.”
Mohammed vertelt hoe vernederend de celcontroles waren, hoe de bewakers soms één olijf gaven voor 36 gevangenen in één cel.
“Ze staken insecten in ons eten en zo weinig mogelijk zout. Want zonder zout is het op termijn gemakkelijker om je botten te breken.” Naast de verschrikkelijke martelingen, was dat één van de belangrijkste wapens, leert Turkieh hier: “Geen zout, heel weinig eten, geen water”.
In totaal zijn zeker 130.000 mensen nog vermist in Syrië. Vermoedelijk liggen nog vele duizenden lichamen in massagraven. Enkele van die graven zijn gelokaliseerd, maar de Syriërs houden ze voorlopig veelal dicht.
Eerst moet er voldoende expertise zijn om de lichamen te identificeren. Daarvoor zijn forensische experten nodig en die heeft Syrië – gezien het groot aantal lichamen dat begraven ligt – lang niet genoeg. Daarvoor zal er buitenlandse hulp nodig zijn. Veel hulp.
Ondanks die pijnlijke ervaringen, zijn er ook warme en mooie momenten voor Salah en Turkieh. De meeste Syriërs blijken heel praatgraag. “Ik ben ontzettend blij om te horen dat mensen hun mening volop uitspreken”, zegt Salah. “Het zijn verschillende meningen. Vroeger was dat verboden, niemand durfde iets te zeggen.”
Omgaan met het verleden wordt belangrijk voor Syrië. De misdaden moeten gedocumenteerd worden en er moet ooit een systeem van gerechtigheid komen. “Syrië is een prachtig land”, rondt Salah af. “Ik hoop dat het land een prachtige toekomst zal hebben.”
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen






