De toespraak van de Amerikaanse vicepresident JD Vance in München is aangekomen bij de Europese leiders. Hij kwam, kortgezegd, de Europese landen de les spellen over hun democratische principes. Ook de woorden van president Trump zelf blijven hangen: hij kondigde aan dat Europa uitgesloten zou worden van de vredesonderhandelingen over Oekraïne, net als Oekraïne zelf trouwens. De Europese leiders blijven verbijsterd achter. En in die nieuwe internationale context gaf de nieuwe Belgische minister van Defensie, Theo Francken, dit weekend enkele opmerkelijke interviews.
1. De Vlaamse minister van Buitenlandse Zaken
De titel van zijn interview in De Tijd loog er niet om: “Belgische boots on the ground in Oekraïne? Dat is de logica zelve." Op sociale media moet minister Francken toegeven dat de titel “misleidend” is, al vindt hij het wél logisch dat België zou deelnemen aan een internationale troepenmacht in Oekraïne “de dag dat er een vredesakkoord is dat ondertekend is door Rusland en het land dus erkent dat er een internationale troepenmacht komt die zorgt dat de situatie veilig blijft.” De minister verwijst naar de huidige Belgische inzet in Roemenië of in Kosovo in het verleden. “Ik zal proberen iedereen in de regering daarvan te overtuigen, maar het lijkt me de logica zelve als we Oekraïne willen blijven steunen.”
Francken blijft ook overtuigd dat ons land meer dan 2 procent van het bbp moet investeren in defensie. Door die investeringen komen er zo extra jachtvliegtuigen, extra F-35’s dus. Het is een standpunt dat slecht valt bij de linkse oppositie.
In Gazet van Antwerpen zegt de nieuwe topman van de socialistische vakbond, Bert Engelaar, dat “als we meneer Francken mogen geloven, Poetin morgen op de Grote Markt van Brussel staat als we niet snel 2 procent van ons bbp in defensie investeren”.
Volgens de voorzitter van de PVDA, Raoul Hedebouw, loopt Francken te veel de Verenigde Staten achterna. “Volgens de minister van Defensie moeten we inspiratie zoeken bij de VS en hun ongelijkheidsmachine voor financiering van onze defensie-uitgaven.”
De PVDA vindt dat dit extra geld voor defensie beter geïnvesteerd kan worden in de sociale zekerheid, zeker in deze tijden van besparingen.
Maar Francken bepleit een verschuiving van de uitgaven: “Waarom zouden we 140 miljard per jaar kunnen uitgeven aan de sociale zekerheid, maar geen 12 miljard voor defensie om de 2 procent te halen die de NAVO van ons vraagt?” En hij toont begrip voor de Amerikaanse redenering. “Wij hebben de Amerikanen jaren uitgelachen om hun armoede, hun verslavingen, hun gebrek aan sociaal vangnet of het feit dat je 1.000 dollar moet betalen bij de tandarts. Wij wilden er niet wonen omdat ze al hun geld aan harde veiligheid gaven.” Volgens Francken is het nu “keihard ontwaken”. “Het is natuurlijk veel plezanter om geld uit te geven aan pensioenen, aan werkloosheid, aan een Cubaans gezondheidssysteem waarbij je voor 13 euro met een grote zak medicijnen uit de apotheek kan stappen. Maar wie heeft nu gelijk?”
Defensie was jarenlang een ‘klein’ departement in de Belgische regering, en de vorige minister, Ludivine Dedonder van de PS, was niet écht aanwezig in de (Vlaamse) media. De nieuwe minister van Defensie is duidelijk van plan om dat gat groot in te vullen. Je kan hem bijna de Vlaamse minister van Geopolitieke Zaken noemen.
2. De communautaire trom door de PS
In de Franstalige pers roert de PS zich. De voormalige vicepremier Pierre-Yves Dermagne is, als fractieleider van zijn partij, het gezicht van de PS-oppositie. En de PS slaat, in Le Soir, de communautaire trom, of liever de anti-communautaire: “De Arizonaregering zal de Walen en de Brusselaars verzwakken, die dan voor de Vlamingen op de knieën zullen moeten gaan om een nieuwe staatshervorming te eisen, met financiële middelen.” Volgens Dermagne heeft premier De Wever, met zijn partij de N-VA, de Franstalige regeringspartijen bij de neus genomen. “Bart De Wever plantte de kiemen van de Vlaamse onafhankelijkheid. Hij heeft op zijn kabinet een institutionele cel gecreëerd! Het is alsof je de sleutels van de strijd tegen doping aan Lance Armstrong geeft…”
De voorzitter van Les Engagés, één van die Franstalige regeringspartijen, Maxime Prévot, bedaart in La Libre Belgique de gemoederen. “Bart De Wever kan niets alleen. Als hij geen gezond evenwicht vindt, zal hij geen steun krijgen van de Franstaligen. En er is een twee derde van de stemmen nodig om belangrijke hervormingen door te voeren; de huidige federale meerderheid beschikt daar niet over.”
3. Bart De Wever, de eerste minister van het Koninkrijk België
Het was diezelfde Pierre-Yves Dermagne die in het investituurdebat verschillende keren De Wever aansprak als “de eerste minister van het Koninkrijk België”, om de Vlaams-nationalist in De Wever te provoceren.
In De Standaard verdedigt Prévot zijn eerste minister. “Ik begrijp nu ook dat Bart De Wever niet anti-Franstalig is, hij is gewoon pro-Vlaanderen. Dat is een groot verschil.”
Prévot ziet in de houding van de N-VA-voorzitter een “afkeer voor de PS”. “En het komt die PS dan ook niet slecht uit om dat te framen als ‘hij is tegen de Franstaligen’, kwestie van de angst wat aan te wakkeren en zichzelf meer op de voorgrond te zetten. Maar goed, nu moet De Wever als premier werken voor alle Belgen.”
Prévot verklaart de band tussen hem en De Wever door hun jarenlange ervaring in de Belgische politiek. Ze hebben elkaar voor het eerst leren kennen in 2007 bij de pogingen om ‘oranje-blauw’ op de been te brengen in Hertoginnedal. “Dit stelde ons in staat om deze onderhandelingen op een kalmere manier te doorlopen, om niet uit te vallen naar iemand, om niet achter de media aan te rennen.”
Het is opvallend dat Prévot in La Libre Belgique geen slecht woord kan zeggen over de nieuwe premier “van het Koninkrijk België”: “Tijdens de 8 maanden van de onderhandelingen heeft hij op geen enkel moment geringschattend gereageerd op de Franstaligen. Als ik enige twijfel had gehad over de intellectuele correctheid van de premier, had ik geen lid van zijn regering kunnen worden.”




