Heel Libanon houdt zijn hart vast voor een grootschalige oorlog tussen Israël en Hezbollah en een mogelijke Israëlische bezetting van het zuiden van het land. Een nieuwe oorlog en een nieuwe bezetting, want het is niet de eerste keer dat Israël Libanon binnenvalt. Zoals wel vaker in het Midden-Oosten, gebeurde dat om uiteenlopende redenen en tegen verschillende tegenstanders, maar altijd met de burgerbevolking als grootste slachtoffer.
Het land dat sterft, uit het graf opstaat en weer sterft: korte geschiedenis van Libanees-Israëlisch conflict
1978/1982: Israël mengt zich in Libanese burgeroorlog, operatie tegen PLO
Voor de eerste Israëlische invasie in Libanon moeten we terug naar de Libanese burgeroorlog (1975-1990): een bloedig en verwoestend intern conflict waarbij zowat alle Libanese minderheden en politieke bewegingen betrokken waren.
De wortels van die burgeroorlog lagen deels in het Israëlisch-Palestijns conflict. Na de oprichting van de staat Israël en de Israëlisch-Arabische oorlog eind jaren 1940 vluchtten honderdduizenden Palestijnen naar de buurlanden van Israël, waaronder Libanon.
Eind jaren 60, begin jaren 70 veranderden die Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon steeds meer in bolwerken van de Palestijnse Bevrijdingsoperatie (PLO), nadat die eerder uit Jordanië was verdreven. De PLO, een koepelorganisatie van Palestijnse partijen en milities geleid door Yasser Arafat, voerde vervolgens vanuit Libanon een jarenlange strijd tegen Israël, met als doel de Palestijnen te laten terugkeren naar de gebieden die door Israël waren ingenomen.
Hoewel de meeste Libanezen de Palestijnse zaak steunden, groeide de frustratie over de toenemende macht van de Palestijnse milities in het land, die met name in het zuiden een staat binnen de staat hadden gevormd. Sporadische schermutselingen tussen christenen en Palestijnen groeiden uit tot een regelrechte burgeroorlog waarbij verschillende etnische en religieuze groepen tegen elkaar en onderling om de macht vochten.
De complexe oorlog werd nog complexer, toen ook buurland Syrië zich in de strijd mengde. En uiteindelijk ook Israël. In 1978 vielen Israëlische troepen een eerste keer binnen, waarbij ze doortrokken tot aan de Litani-rivier, ongeveer 30 kilometer van de Israëlisch-Libanese grens. De aanleiding voor de invasie was een buskaping door Palestijnse militanten waarbij verschillende Israëlische burgers werden gedood. Tijdens de invasie werden honderden Libanese burgers gedood. Zo'n 200.000 Libanezen vluchtten vanuit het zuiden naar Beiroet. 3 maanden later trok Israël zich terug.
Een door Israël opgeleide en uitgeruste militie van voornamelijk christenen en sjiieten, het Zuid-Libanese Leger (SLA), moest in de plaats van het leger de Palestijnse milities zover mogelijk van de grens houden. Na die invasie werd ook een VN-vredesmacht in het zuiden van Libanon ontplooid, UNIFIL.
In 1982 volgde een nieuwe invasie. Deze keer was de aanleiding de (mislukte) moordaanslag op de Israëlische ambassadeur in Londen door een van de PLO afgescheiden Palestijnse groepering. Israël werd toen bestuurd door premier Menachem Begin, een populistische hardliner. Ariel Sharon, een succesvolle, maar omstreden generaal, was minister van Defensie.
De meeste historici zijn het erover eens dat de aanslag op de ambassadeur voor hen de perfecte aanleiding vormde om te doen wat ze al lange tijd van plan waren: de PLO hard aanpakken. Dat de aanslag niet door hen was gepleegd, speelde geen rol. Voor Begin en Sharon stonden alle Palestijnen gelijk aan de PLO.
Het officiële doel van de invasie was een bufferzone van enkele tientallen kilometers ten noorden van de grens creëren om de invallen van de PLO een halt toe te roepen. Een minder uitgesproken doel was een pro-Israëlische regering installeren in Beiroet.
Tienduizenden Israëlische militairen en honderden tanks vielen op 6 juni 1982 het zuiden van Libanon binnen. Nog geen 10 dagen later stonden ze aan de buitenwijken van Beiroet, iets meer dan 100 km van de grens. Arafat en zijn PLO waren omsingeld. Er volgden zware bombardementen op het westen van Beiroet, waar de PLO sterk stond, en een maandenlange belegering van de stad.
2 maanden na de start van de invasie ondertekenden Israël en de PLO een staakt-het-vuren. Duizenden PLO-strijders verlieten Libanon over zee, Arafat zelf trok naar de Tunesische hoofdstad Tunis, waar het nieuwe hoofdkwartier van de PLO werd gevestigd.
Een internationale vredesmacht van Amerikaanse, Franse en Italiaanse troepen moest garant staan voor de veilige uittocht van Arafat en zijn PLO uit Libanon en voor de veiligheid van de honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen die achterbleven.
1982-2000: bezetting van Zuid-Libanon en ontstaan van Hezbollah
Tijdens de Israëlische invasie van 1982 werden duizenden mensen gedood, de hoogste schattingen gaan tot 20.000.
Voor Israël was de grondinvasie een succes. Het doel was bereikt: de PLO uit Libanon verdrijven. "Het koninkrijk van terreur dat de PLO in Libanon heeft gevestigd, is vernietigd", verwoordde Sharon het, die het ook nog over een "zware nederlaag voor de PLO" en "een dodelijke slag aan het internationaal terrorisme" had.
Maar ondanks de bereikte doelen trok Israël zich niet meteen terug uit Libanon. En de Libanese burgeroorlog woedde ook zonder de Palestijnse milities in alle hevigheid voort. Een van de donkerste bladzijden uit de geschiedenis van de oorlog was de massamoord in september 1982 op Palestijnse vluchtelingen (en sjiitische Libanezen) in Sabra en Shatila, 2 vluchtelingenkampen in de buitenwijken van Beiroet.
Uit wraak voor de moord op de christelijke president Bashir Gemayel richtte een door Israël gesteunde christelijke militie een bloedbad aan in de kampen. De schattingen lopen uiteen van enkele honderden tot 3.500 doden. Het Israëlische leger hield de militie niet tegen. De bomaanslag op de president was echter niet het werk van Palestijnen, maar was uitgevoerd in opdracht van Syrië.
Het Israëlische leger trok zich midden jaren 80 gedeeltelijk terug uit Libanon, maar zou het zuiden van het land nog tot 2000 bezetten. Al werd de zogeheten bufferzone vooral gecontroleerd door het Zuid-Libanese Leger, de door Israël uitgeruste militie.
Tijdens die jarenlange bezetting werd Israël geconfronteerd met een nieuwe vijand: Hezbollah, een sjiitische, door Iran gefinancierde en bewapende militie die zich middels een guerrillaoorlog verzette tegen de Israëlische aanwezigheid in Zuid-Libanon. De nieuwe militie mengde zich ook actief in de Libanese burgeroorlog.
Niet alleen Israël leerde Hezbollah kennen. 3 bloedige zelfmoordaanslagen in 1983 - op de Amerikaanse ambassade in Beiroet en Amerikaanse en Franse troepen van de internationale vredesmacht - waarbij meer dan 300 Amerikanen en Fransen werden gedood, werden toegeschreven aan een groep die sterke banden had met Hezbollah. Na de aanslagen trok de internationale troepenmacht begin 1984 weg uit Libanon.
Hezbollah werd in de jaren die volgden alsmaar machtiger. Dat kwam onder meer omdat Hezbollah de enige militie was die na het einde van de Libanese burgeroorlog (1990) niet ontwapend werd. Ze kreeg een uitzondering, omdat ze ook tegen een externe vijand vocht (Israël).
Sinds 1992 zit de politieke tak van de militie ook als partij in het parlement. Terwijl de instellingen in Libanon alsmaar verder afbrokkelden en kapitaal en geschoold talent het land verlieten, werd de nieuwe Hezbollah-leider, Hassan Nasrallah, meer en meer de dominante machtsfactor in het land.
Dat uitte zich in de jaren 90 onder meer in een toenemend aantal aanvallen op Israëlische troepen in Zuid-Libanon en raketaanvallen op het noorden van Israël. Het Israëlische leger sloeg terug, in sommige gevallen met meerdaagse bommencampagnes, zoals in 1993 en 1996. Tijdens een 17 dagen durende operatie in 1996 werden meer dan 200 mensen gedood, onder wie meer dan 100 bij een Israëlische aanval op een VN-basis in Zuid-Libanon.
In 2000 trok Israël zich onder premier Ehud Barak volledig terug uit Libanon. Met het wegvallen van de bufferzone lag voor Hezbollah de weg open om opnieuw tot aan de Israëlische grens op te rukken en zich in het zuiden van Libanon in te graven.
2006: oorlog tegen Hezbollah
Ook na de Israëlische terugtrekking uit Libanon bleven Hezbollah en het Israëlische leger elkaar geregeld bestoken. Het waren provocaties zonder grote gevolgen.
Tot 12 juli 2006. Hezbollah-strijders staken toen de grens over en ontvoerden en doodden enkele Israëlische militairen. Nasrallah wilde de militairen inzetten in een nieuwe gevangenenruil met Israël, maar schatte de situatie verkeerd in. Het was de provocatie te veel en ze leidde tot een nieuwe, gewelddadige oorlog.
Israël wilde duidelijk maken dat Hezbollah niet zomaar ongestraft militairen kon ontvoeren en dat het altijd een stap verder kon gaan dan Hezbollah. Diezelfde avond al begon het verschillende doelwitten in heel Libanon te bombarderen: hoofdkwartieren, opslagplaatsen voor raketten en lanceerinstallaties. Maar ook strategische plaatsen als de luchthaven, wegen en bruggen.
10 dagen later volgde een nieuwe grondinvasie in het zuiden, met het doel om Hezbollah tot voorbij de Litani-rivier terug te drijven. Met de luchtaanvallen wilde Israël zoveel mogelijk schade toebrengen in steden en buurten waar Hezbollah opereerde, om te voorkomen dat de militie nog aanvallen kon lanceren.
De verwoesting was enorm. In het zuiden, maar ook in Beiroet. Tot op vandaag een groot trauma voor de Libanese bevolking. Naar schatting 1.100 Libanese burgers en meer dan 100 Hezbollah-militieleden werden gedood. Israël verloor zo'n 120 militairen. Ook enkele tientallen Israëlische burgers werden gedood, door raketten van Hezbollah op Israëlische steden.
Na een maand oorlog ging op 14 augustus een staakt-het-vuren in, op basis van een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Een van de voorwaarden was dat Hezbollah tot op een zekere afstand van de Israëlische grens moest blijven.
Hoewel de oorlog van 2006 een collectief trauma was voor de Libanese bevolking en de verwoesting enorm was, kreeg de reputatie van Hezbollah in het Midden-Oosten een boost. Want deze keer kon Israël niet beweren dat zijn doelen waren bereikt. Geen enkele andere Arabische militie was erin geslaagd om Israël tot stilstand te brengen. Hezbollah sprak van een "goddelijke overwinning". In de vluchtelingenstroom van mensen die vanuit Beiroet terugkeerden naar het zuiden, doken Hezbollah-vlaggen en foto's van Nasrallah op.
Israël kreeg de ontvoerde militairen - de aanleiding voor de oorlog - overigens pas in 2008 terug. In een lijkzak, want ze waren toen al omgebracht.
2024: terreuraanval Hamas leidt tot nieuwe oorlog tussen Israël en Hezbollah
Na de traumatische oorlog van 2006 stelden Israël en Hezbollah zich bijna 2 decennia lang min of meer terughoudend op. Dat hield in: het 'spel van actie en reactie' zette zich door, met wederzijdse beschietingen over de grens waarbij soms doden vielen, maar een nieuwe, grote confrontatie bleef lange tijd uit.
Het stelde Hezbollah in staat om zich, met de hulp van Iran, enorm te versterken. Het groeide in de daaropvolgende jaren uit tot een militie met naar schatting 150.000 raketten en tienduizenden strijders. Maar Hezbollah verankerde zich ook als politieke partij sterk in de Libanese samenleving. Door middel van eigen tv-stations en een uitgebreid netwerk van ziekenhuizen, scholen en andere sociale instellingen bleef de achterban alsmaar verder groeien.
De sjiieten vormen waarschijnlijk de grootste bevolkingsgroep in Libanon (officiële tellingen dateren al van lang geleden), maar ze voelen zich door het politieke verdeelsysteem achtergesteld in de maatschappij. Veel sjiieten zien Hezbollah daarom als beschermer en hoeder van de sjiitische zaak.
De terreuraanval van Hamas op het zuiden van Israël, op 7 oktober 2023, en de Israëlische oorlog tegen Hamas in de Gazastrook, maakten een einde aan de jarenlange relatieve rust aan de Libanees-Israëlische grens. Als steunbetuiging aan de Palestijnen voerde Hezbollah het aantal raketaanvallen op Israël weer op, beantwoord met Israëlische tegenaanvallen. In de maanden die volgden, werden duizenden wederzijdse grensoverschrijdende aanvallen geregistreerd.
Wat begon met luchtaanvallen op verschillende plaatsen in Libanon, waarbij een groot deel van het wapenarsenaal van Hezbollah werd vernietigd én Hezbollah-leider Nasrallah werd gedood, mondde uiteindelijk uit in wat veel Libanezen hadden gevreesd: een zoveelste grondoorlog.
Begin oktober 2024 viel het Israëlische leger het zuiden van Libanon binnen, voor wat het een "beperkte militaire operatie tegen Hezbollah" noemde. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu riep de Libanese bevolking daarbij op om hun land "van Hezbollah te bevrijden, zodat deze oorlog kan stoppen". Die "beperkte" operatie had wel grote gevolgen voor de Libanese bevolking. Op een gegeven moment gold in een kwart van het Libanese grondgebied een evacuatiebevel door het Israëlische leger.
Na 2 maanden grondoorlog ging op 27 november 2024 een permanent staakt-het-vuren in. Het Israëlische leger moest zich binnen de 60 dagen uit het zuiden van Libanon terugtrekken, met uitzondering van een aantal strategische posten op enkele Libanese heuvels. Israël behield ook het recht om Hezbollah uit zelfverdediging aan te vallen. Het Libanese leger en VN-troepen moesten van hun kant opnieuw de controle over het zuiden van het land overnemen.
Volgens het Israëlische leger werd in deze nieuwe oorlog zowat 70 procent van Hezbollahs arsenaal aan drones en raketten vernietigd. Tussen de 2.500 en 3.500 Hezbollah-strijders zouden zijn gedood. Volgens de toenmalige Israëlische minister van Defensie Yoav Gallant was Hezbollah op dat moment "niet langer een effectieve proxy van Iran die Israël kon bedreigen".
De nieuwe oorlog tussen Israël en Hezbollah kostte volgens de Verenigde Naties aan bijna 4.000 mensen het leven (rechtstreeks gelinkt aan de gevechten). Meer dan 16.000 mensen raakten gewond. Volgens de Libanese overheid zijn 1,2 miljoen mensen hun huis ontvlucht.
2026: een nieuwe, langdurige bezetting?
Nog geen 2 jaar later lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Israël start een oorlog tegen Iran, Hezbollah schiet als proxy van Iran opnieuw in actie en vuurt raketten en drones af op Israël, het Israëlische leger reageert met hevige bombardementen op onder meer Beiroet en stuurt opnieuw meer troepen naar het zuiden van Libanon.
Al enkele dagen na het begin van de oorlog tegen Iran stuurt het Israëlische leger een evacuatiebevel naar alle Libanezen die ten zuiden van de Litani-rivier wonen. Israëlische troepen zetten er nieuwe versterkingen op en maken dorpen met de grond gelijk. Later worden ook meerdere bruggen over de Litani gedynamiteerd, om te voorkomen dat nog meer Hezbollah-strijders met hun wapens naar het zuiden trekken.
Intussen geldt er al een evacuatiebevel voor iedereen die ten zuiden van de Zahrani-rivier woont. Dat komt neer op zo’n 15 procent van het Libanese grondgebied. Opnieuw zijn meer dan 1 miljoen Libanezen op de vlucht, al zijn er ook burgers die bewust blijven.
Het Israëlische leger wil van het hele gebied een "veiligheidszone" maken en lijkt er niet snel te zullen vertrekken. We blijven zolang er "terrorisme en raketten" aanwezig zijn, laat de Israëlische minister van Defensie Israel Katz verstaan. Een woordvoerder van het leger voegt eraan toe dat het leger zijn grondoperaties in het zuiden nog zal intensiveren. Het doel: voorkomen dat de bevolking in het noorden van Israël nog vanuit het zuiden van Libanon onder vuur kan worden genomen.
Het Israëlische leger heeft intussen duizenden militairen aan de grens met Libanon samengebracht. Die hebben al beperkte operaties in het zuiden van Libanon uitgevoerd. De vraag is nu of het daarbij zal blijven. Of komt er opnieuw een grootschalige grondoorlog en daaraan gekoppeld een nieuwe, langdurige bezetting?
Dat laatste wordt zeker niet uitgesloten, stelde VRT NWS-journaliste Inge Vrancken ter plaatse vast. "Mensen hebben nu het gevoel dat het om een existentiële strijd gaat. Ze zijn echt wel bang dat Israël het zuiden van het land gaat bezetten en ze dat stuk gewoon kwijt zullen zijn", zegt Vrancken na een reportagereis in Libanon. "Je merkt de moedeloosheid. De mensen zien het einde niet, ze zijn murw geslagen."
Het nieuwe geweld heeft al aan zo'n 1.000 Libanezen het leven gekost, onder wie ook heel wat kinderen en gezondheidswerkers. Voor de Libanezen is het bang afwachten wat er nog meer op hen afkomt.
Midden vorige eeuw gold Libanon als 'de parel van het Midden-Oosten', Beiroet werd vergeleken met Parijs. Er heerste een bruisende cultuur, Libanon genoot meer vrijheid dan andere Arabische landen en de hoofdstad lokte intellectuelen uit de hele Arabische wereld en het Westen. De burgeroorlog en de opeenvolgende Israëlische invasies hebben Libanon ontegensprekelijk veranderd. De bevolking is enorm getraumatiseerd na decennia van oorlog. Wat kapotgeschoten werd, werd heropgebouwd tot het weer kapotgeschoten werd.
"Beiroet is een stad die sterft, uit het graf opstaat en weer sterft", beschreef de beroemde Midden-Oosten-journalist Robert Fisk zijn jarenlange werkplek. Een treffende omschrijving die met gemak doorgetrokken kan worden naar de rest van het land. De komende dagen, weken en mogelijk maanden zal duidelijk worden of het nog maar eens de verkeerde kant opgaat.
Dit artikel werd voor het eerst gepubliceerd in september 2024, vlak voor de grondoorlog van toen. Door de huidige oorlog in het Midden-Oosten en de nieuwe gevechten tussen Israël en Hezbollah bieden we een geactualiseerde versie aan.




