De terreuraanval van de extremistische Palestijnse organisatie Hamas, gevolgd door het Israëlische genocidale geweld in Gaza, komen niet uit het niets. Meer dan een eeuw van strijd gaat vooraf: het zogenoemde Palestijns-Israëlische conflict. Wij schetsen de grote lijnen aan de hand van enkele sleutelmomenten.
Ruim 75 jaar gewapende strijd: het Palestijns-Israëlische conflict in sleutelmomenten
Balfour Declaration
Het gebied tussen de Jordaan en de Middellandse Zee is sinds de 16e eeuw een onderdeel van het Ottomaanse Rijk. Na de overwinning van de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog komt het onder controle van de Britten. Zij moeten het mandaatgebied Palestina besturen tot het rijp wordt geacht voor zelfbeschikking.
In het gebied woont een Arabische of Palestijnse bevolking, maar ook een kleine, maar gaandeweg sterk groeiende Joodse minderheid. Die is daar sinds eind 19e eeuw naartoe getrokken, in een nationalistisch streven naar een eigen staat.
De Britten steunen de Joden in dat streven. In de zogenoemde Balfour Declaration, die de Britse overheid nog voor het einde van de Eerste Wereldoorlog uitbrengt, zegt ze de Joden haar steun toe om een "thuisland" te creëren in het historische Palestina, het land van de Bijbel.
Dat zionistische concept - het streven naar een eigen Joodse staat - wint nog aan overtuigingskracht na de gruwelen van de holocaust, de Jodenvervolging door de nazi's vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog. De westerse wereld voelt sympathie en schuld tegenover het Joodse volk.
In 1947 verdelen de nog jonge Verenigde Naties (VN) het Britse mandaatgebied in een Joodse en een Arabische staat, met Jeruzalem onder internationale controle. Volgens het plan krijgen de Joden 55 procent van het totale grondgebied.
De Joodse inwijking en kolonisatie van het gebied, die zich tijdens de voorgaande decennia onder de Britten al gestaag heeft uitgebreid, wordt op die manier gelegitimeerd. Bij de Palestijnse bevolking van het gebied én de Arabische landen stuiten de verdelingsplannen van de VN op onbegrip en verzet.
Oprichting staat Israël en 'Nakba'
De vijandelijkheden tussen zionisten en Arabische groeperingen, die al veel langer aan de gang zijn, nemen toe na de goedkeuring van het VN-plan.
De Arabische groeperingen willen de vestiging van de Joodse staat verhinderen, terwijl zionistische milities de confrontaties gebruiken om nog meer terrein in te lijven.
Als de Joodse leider David Ben-Gurion op 14 mei 1948 eenzijdig de onafhankelijkheid van de staat Israël uitroept, mengen de Arabische buurlanden zich in de strijd. Ze vallen binnen om de Palestijnse milities te steunen. Maar zij zijn geen partij voor het Joodse leger, dat zelfs nog meer land inneemt.
Meer dan 750.000 Palestijnen worden verdreven uit hun dorpen en huizen, of slaan op de vlucht. In het Palestijnse collectieve bewustzijn is dat een trauma dat geboekstaafd staat als Al Nakba, de catastrofe.
De verdreven en gevluchte Palestijnen komen terecht in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in de buurlanden. Daar leven ze generaties later nog altijd als vluchteling, hoewel de VN hen het recht op terugkeer heeft toegekend.
Volgens cijfers van de VN gaat het vandaag om 5,9 miljoen mensen, nakomelingen van de verdreven en gevluchte inwoners tijdens de oorlog van 1948.
Bij de wapenstilstand in 1949 wordt het voormalige Britse mandaatgebied Palestina opnieuw verdeeld. Bijna 80 procent wordt Israëlisch grondgebied. De Westelijke Jordaanoever komt onder controle van Jordanië, Gaza van Egypte.
Zesdaagse oorlog
In 1967 verdrievoudigt Israël zijn grondgebied na een verrassingsaanval op de buurlanden Syrië, Jordanië en Egypte. Tijdens de zogenoemde Zesdaagse Oorlog verovert het Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever op Jordanië, Gaza en de Sinaï op Egypte (in 1978 geeft Israël de Sinaï weer terug) en de Golanhoogte op Syrië.
Oost-Jeruzalem en de Golanhoogte worden (later) geannexeerd, maar deze annexaties worden internationaal niet erkend.
Gaza en de Westelijke Jordaanoever worden bezet gebied. In 2005 trekt Israël zich terug uit Gaza, maar het gebied wordt met een zeer strikte blokkade geïsoleerd. Het wordt een openluchtgevangenis genoemd, bestuurd door de extremistische organisatie Hamas.
Ook de bezette Westelijke Jordaanoever wordt niet ingelijfd, maar komt wel onder Israëlische militaire controle. Het duurt niet lang of Israëlische kolonisten beginnen er nederzettingen uit te bouwen. Dat is een inbreuk op het internationaal recht: een bezettingsmacht mag geen eigen bevolking op bezet gebied onderbrengen. Het aantal nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever groeit nog altijd aan, tot woede van de Palestijnse inwoners, die hun grondgebied steeds kleiner en versnipperder zien worden.
De Palestijnse bevolking heeft geen officieel leger. Wie zich tegen de Israëlische bezetting wil keren, sluit zich aan bij gewelddadige verzetsbewegingen, zoals Fatah. Sinds de Zesdaagse Oorlog plegen zij aanslagen, zoals op de dodelijke gijzelingsactie tijdens de Olympische Spelen in München in 1972, en vliegtuigkapingen, onder meer van een Sabenatoestel, ook in 1972.
Jom Kipoer-oorlog
Een nieuwe oorlog volgt enkele jaren later al. Maar dan is het Israël dat onverwacht wordt aangevallen door buurlanden Egypte en Syrië, die de steun krijgen van andere Arabische landen. De inval valt samen met Jom Kipoer, een belangrijke joodse feestdag.
Tijdens de eerste dagen lijdt Israël zware verliezen, maar geleidelijk krijgt het met steun van de VS toch de bovenhand. Na 3 weken komt het tot een wapenstilstand, na bemiddeling van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger.
De Jom Kipoer-oorlog vormt een aanzet tot diplomatieke relaties, met name tussen Israël en Egypte. Begin 1974 sluiten ze een akkoord waarbij Egypte de oostoever van het Suezkanaal terugkrijgt. Vier jaar later trekt Israël zich volledig terug uit de Sinaï-woestijn.
Voor de VS - dat Israël in 1948 als eerste erkende en zijn grootste bondgenoot is gebleven - is de Jom Kipoeroorlog een aanzet om de militaire hulp aan Israël nog op te voeren. Met forse Amerikaanse steun investeert Israël miljarden in zijn luchtafweer en in de uitbouw van kruisraketten.
Eerste Intifada
Na de oorlogen tussen Israël en zijn Arabische buren nemen de Palestijnen het verzet tegen de voortdurende kolonisatiepolitiek en de repressie in de bezette gebieden steeds meer zelf in handen.
Yasser Arafat is het gezicht en de leider van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), de koepelorganisatie van Palestijnen die ijveren voor een eigen staat. Hij voert de strijd eerst vanuit Jordanië, later vanuit Libanon. In 1982 valt Israël Libanon binnen om de PLO te verdrijven. Het Israëlische leger kijkt toe wanneer Libanees-christelijke milities honderden Palestijnen doden in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila.
In de Palestijnse gebieden mondt het verzet tegen de repressie en de bouw van nieuwe nederzettingen in 1987 uit in de zogenoemde Eerste Intifada. "Intifada" is Arabisch voor "afschudden" (van de Israëlische overheersing).
De opstand begint in Gaza en slaat over naar de Westelijke Jordaanoever. Beelden van Palestijnse jongeren die met stenen gooien naar zwaarbewapende Israëlische militairen halen jarenlang de tv-journaals, maar er zijn ook aanvallen met molotovcocktails, handgranaten en explosieven.
Oslo-akkoorden
Onder druk van de internationale publieke opinie komt er even een voorzichtige toenadering tussen beide partijen. Een begin van vrede lijkt op til wanneer de Palestijnse leider Yasser Arafat en de Israëlische premier Yitzhak Rabin in 1993 tot verbazing van de wereld een akkoord sluiten.
De PLO erkent het bestaansrecht van Israël, Israël trekt zich gedeeltelijk terug uit de bezette gebieden, die deels onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit komen.
Het is de bedoeling dat de onderhandelingen, dik 45 jaar na het VN-verdelingsplan, uiteindelijk zullen leiden tot de creatie van een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza. Maar zover is het nooit gekomen.
De akkoorden leveren Yitzhak Rabin, zijn minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres en Yasser Arafat de Nobelprijs voor de Vrede op.
Maar het voorzichtige optimisme eindigt in november 1995. Rabin - een gewezen generaal in de Zesdaagse Oorlog - wordt vermoord door een Israëlische extremist. Aan Palestijnse kant volgen aanslagen op Israëlische burgers door andere extremisten, zoals de extremistische verzetsbeweging Hamas, die de Oslo-akkoorden verwerpt.
Hamas is ontstaan in 1987, tijdens de Eerste Intifada. In tegenstelling tot de PLO, de seculiere Palestijnse verzetsbeweging die na de Oslo-akkoorden vervelt tot de Palestijnse Autoriteit, is Hamas radicaal-islamitisch. Hamas erkent Israël niet en roept op tot een heilige oorlog.
Tweede Intifada
De Oslo-akkoorden worden nooit volledig uitgevoerd. Een poging om ze om te zetten in duidelijke afspraken, mislukt in de zomer van 2000.
Niet lang daarna doet een provocerend bezoek van de latere premier Ariel Sharon aan de Tempelberg (Haram-al-Sharif) in Jeruzalem de spanningen weer oplaaien. Het komt tot rellen die leiden tot de gewelddadige Tweede Intifada.
Hamas neemt het voortouw met een reeks dodelijke terreuraanslagen in Israël, waaronder veel zelfmoordaanslagen, gevolgd door harde militaire represailles. Tussen 2000 en 2005 vallen meer dan 1.000 Israëlische en meer dan 4.000 Palestijnse dodelijke slachtoffers.
In 2005 trekt Israël zich terug uit Gaza, al houdt het de controle over de (lucht)havens en grensovergangen. Een jaar later komt Hamas er aan de macht na parlementsverkiezingen. Nog eens anderhalf jaar later verdrijft Hamas na een interne machtsstrijd aanhangers van de Palestijnse Autoriteit.
Sindsdien staat Gaza onder de volledige controle van Hamas. Israël reageert op die machtsovername met een zo goed als volledige blokkade van Gaza.
Genocidaal geweld in Gaza
Ook de voorbije jaren is het meer dan eens tot zware uitbarstingen van geweld gekomen. In de zomer van 2014 voert Israël wekenlang een militaire operatie uit tegen Hamas en Islamitische Jihad in Gaza. Het is de derde oorlog in amper 6 jaar (naar eerdere bombardementen in 2009 en 2012). Het bekende patroon van escalatie herhaalt zich: raketten vanuit Gaza worden beantwoord met grootschalige Israëlische bombardementen. In 2014 komt het ook tot een grondinvasie.
In 2017 kondigt de Amerikaanse president Donald Trump aan dat de VS Jeruzalem officieel erkent als de hoofdstad van Israël, terwijl de Oslo-akkoorden stipuleerden dat het door Israël bezette Oost-Jeruzalem de hoofdstad zou moeten worden van een toekomstige Palestijnse staat. De Amerikaanse beslissing leidt tot woede in de Arabische wereld, en tot nieuw geweld bij de grens tussen Gaza en Israël.
Met het aantreden van een nieuwe, uiterst rechtse regering in Israël in 2022 neemt de onrust nog toe, aanvankelijk vooral op de Westelijke Jordaanoever. Het Israëlische leger valt daar meermaals met veel machtsvertoon binnen in de stad Jenin.
Op 7 oktober 2023 voert Hamas vanuit Gaza een verrassingsaanval uit op Israël. Zo'n 1.200 mensen worden gedood. Er worden ook gijzelaars meegenomen naar Gaza.
De aanval van Hamas wordt beantwoord door aanhoudende aanvallen van het Israëlische leger in Gaza. Meer dan 65.000 Palestijnen zijn gedood door bombardementen. Humanitaire hulp wordt meermaals geblokkeerd, de honger en ontbering zijn groot. Verschillende experten, onder meer een onafhankelijke onderzoekscommissie van de VN, zeggen dat de staat Israël een genocide pleegt in Gaza.
Dit artikel verscheen voor het eerst op 9 oktober 2023 en kreeg een update naar aanleiding van de VN-top deze week waarin Palestina centraal staat.
BEKIJK - Een uitgebreidere interactieve tijdlijn van het Palestijns-Israëlische conflict:

