De Amerikaanse Secret Service, de overheidsorganisatie verantwoordelijk voor de bescherming van (oud-)presidenten, ligt onder vuur, na de 2 mislukte moordaanslagen op oud-president Donald Trump in 2 maanden tijd. Een eerste intern rapport is ook duidelijk: er zijn fouten gemaakt voor de moordpoging in Pennsylvania plaatsvond. Waar hebben ze steken laten vallen? En spelen er ook andere zaken een rol?
Na 2 aanslagen in 2 maanden tijd: moet ex-president Trump evenveel bescherming krijgen als zittend president Biden?
Op 22 oktober 1983 rijdt Charles Harris, een 45-jarige Amerikaan, met zijn pick-up truck door de omheining van de Augusta National Golfclub. Ronald Reagan, de toenmalige president van de Verenigde Staten, probeert op dat moment zijn golfballetje in de 16e hole te spelen. De gewapende indringer neemt 5 mensen als gijzelaar en eist een gesprek met Reagan. De president belt 2 maal met de gijzelnemer, maar het telefoongesprek wordt telkens door Harris beëindigd.
Bij het incident vallen geen slachtoffers. Enkele uren nadat Harris de golfclub binnengedrongen is, geeft hij zich over. Toch zet het incident de veiligheidsdiensten aan het denken. De angst groeit dat presidenten tijdens het golfen wel een erg gemakkelijk doelwit zijn voor mensen met slechte intenties. Reagan moet uiteindelijk het golfen opgeven. Enkel op enkele zwaarbeveiligde terreinen mag het nog.
Onbegrip over dubbele aanslag
Ook ruim 40 jaar later blijft het voor veiligheidsdiensten een huzarenstuk om golfende (ex-)presidenten te beschermen. Dat werd afgelopen zondag pijnlijk duidelijk, toen een schutter erin slaagde om met een semiautomatisch geweer tot op schietafstand te komen van de voormalige president Donald Trump. Een aandachtige agent zag het wapen door de omheining steken, en opende het vuur op de verdachte. Die vluchtte weg, en kon later gearresteerd worden, maar voor veel Amerikanen is de kwestie verre van beslecht.
Het is al de tweede keer in iets meer dan 2 maanden tijd dat Donald Trump het slachtoffer is van een (mislukte) moordaanslag. Op 13 juli raakte de kogel van een 20-jarige Amerikaan Donald Trump in het oor. De man lag minutenlang op het dak van een naburig gebouw met een semiautomatisch militair wapen en kon meerdere schoten afvuren op de presidentskandidaat, voordat de veiligheidsdiensten konden ingrijpen.
Nochtans worden oud-presidenten beveiligd door de Secret Service, een Amerikaanse overheidsorganisatie die verantwoordelijk is voor de bescherming van de president, de vicepresident en andere belangrijke functionarissen (en ook oud-presidenten dus).
Bij grote campagne-evenementen moeten ze de locatie voorafgaand aan het event grondig doorzoeken en verdachte objecten of zwakke punten in de beveiliging identificeren. Tijdens het campagnemoment screenen ze ook het publiek, bijvoorbeeld door de aanwezigen te controleren op (verboden) wapens en het podium goed te beveiligen. De Secret Service werkt daarvoor nauw samen met lokale politie- en veiligheidsdiensten.
Niet alleen als een oud-president op het podium staat, moet de Secret Service de veiligheid garanderen. Ook wanneer bijvoorbeeld Trump geniet van een wedstrijdje golf, moet die beschermd worden tegen alle mogelijke dreigingen.
Secret Service onder vuur
Toch lijkt er het een en het ander verkeerd te lopen. De Secret Service lijkt er amper in te slagen om Donald Trump veilig te houden voor dreigingen. De beveiliging van de oud-president is niet goed genoeg en er worden grote fouten gemaakt. Dat zeggen niet alleen Trump-fans, dat erkent ook de directeur van de organisatie zelf.
Uit een eerste intern rapport blijkt bovendien dat nalatigheid, zelfgenoegzaamheid en communicatiefouten aan de basis liggen van de eerste moordaanslag op Trump. Niet alleen de oud-president, maar ook de Secret Service komt daardoor onder vuur te liggen.
Toen Donald Trump het Witte Huis moest afstaan aan huidig president Joe Biden, zag hij ook zijn beveiligingsteam sterk slinken. "Ongeveer 300 agenten worden ingezet om de zittende president en de vicepresident op gelijk welk moment te beschermen", vertelt Ronald Kessler, een auteur gespecialiseerd in de Secret Service, aan BBC . "Een voormalige president wordt 'slechts' beschermd door 90 tot 100 agenten." Een stuk minder dus.
Bovendien is Trump sinds zijn verlies bij de vorige verkiezingen niet bij de pakken blijven zitten, zeker niet nu hij zich opnieuw kandidaat heeft gesteld voor het presidentschap. "Dat maakt het moeilijk om hem te beschermen", getuigt Paul Eckloff, voormalig Secret Service-agent. "De tijd die hij buiten spendeert, het aantal en de omvang van zijn bijeenkomsten en het gebrek aan militaire steun maken dat steeds moeilijker."
En dan zijn er nog enkele andere factoren die een belangrijke rol spelen, zoals de controverse rond de figuur van Donald Trump. Dat maakt van Trump een "bliksemafleider, die duidelijk een groter deel van de beschikbare middelen toegewezen moet krijgen dan andere voormalige presidenten", stelt John Sandweg, voormalig directeur van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid. Anders gezegd: Trump creëert met zijn uitspraken veel tegenstanders, en daar moet hij ook tegen beschermd worden.
Golf is levensgevaarlijke sport
Sinds de vorige aanslag in juli werd er wel al actie ondernomen. Op vraag van president Joe Biden werd het beveiligingsteam van Donald Trump al serieus versterkt. Dat houdt in: extra agenten en betere inlichtingen van op het terrein. Toch is het zelfs voor een groot beveiligingsteam moeilijk om Trump te beschermen tijdens het golfen, blijkt na afgelopen zondag.
"Bij een zittende president zou heel het golfterrein omsingeld geweest zijn", schrijft de Amerikaanse krant The New York Times. "Trumps veiligheidsteam moet de situatie echter anders aanpakken." Een deel van zijn veiligheidsteam loopt voor de golfende president, en doorzoekt het terrein op mogelijke dreigingen. Een ander deel loopt achter de president, en beschermt hem op aanvallen langs zijn achterzijde.
Maar die situatie is verre van optimaal, en dat heeft het veiligheidspersoneel al meerdere keren aangekaart. Zelfs toen Trump nog president was, leidde de golfpassie van Trump tot grote bezorgdheid bij de Secret Service. Al snel werd duidelijk dat ze Trump niet konden overtuigen om te stoppen met golfen, dus vroegen ze hem - zonder veel succes - om zijn routine aan te passen en op zijn minst dezelfde club niet telkens op hetzelfde moment te bezoeken.
Trump werd ook gevraagd om, net als zijn voorganger Obama, te golfen op beveiligde terreinen, in plaats van op zijn eigen golfclubs. Zijn eigen golfterreinen liggen immers in de buurt van openbare wegen, en zijn daardoor erg moeilijk te beveiligen. Agenten kwamen daarvoor met ongewoon bewijsmateriaal: de foto's van de pers. Als fotografen met hun telelenzen de president al golfend konden fotograferen, dan moet het ook voor schutters geen moeite zijn om hem in het vizier te krijgen. Toch sloeg Trump die aanbevelingen in de wind.
Meer geld, meer manschappen
In een reactie op de tweede poging tot aanslag op Trump prees Ronald Rowe, de directeur van de Secret Service, het werk van zijn agenten. "Er was een vroege identificatie van de dreiging, en dat leidde tot een veilige evacuatie." Al moet je deze 'vroege identificatie' wel met een korrel zout nemen. Uit telefoongegevens blijkt immers dat de schutter zich al 12 uur eerder rond het golfterrein had verschanst. Het terrein zou dus op voorhand niet grondig doorzocht zijn, luidt de kritiek.
Rowe erkent dat er dringend actie ondernomen moet worden om de Secret Service opnieuw daadkrachtig te maken. "Er is nood aan een paradigmaverschuiving, waarbij de veiligheidsdiensten moeten evolueren van een reactief model - waarbij ze reageren op dreigingen - naar een situatie waarbij ze daarop voorbereid zijn", zegt hij. Maar daar zijn wel extra middelen voor nodig.
"We moeten steeds meer doen met minder middelen", betoogt Rowe. Op dit moment krijgt de Secret Service ongeveer 3 miljard euro, maar dat is volgens Rowe niet voldoende. "En die tendens zet zich al decennialang door. We kunnen ons geen mislukkingen veroorloven, en daarvoor moeten we dringend harde gesprekken voeren met het Congres."
Net daar knelt het schoentje. Zo komt er uit het Congres heel wat tegenwind om meer geld te geven aan de Secret Service. President Biden mag dan wel voorstander zijn om de financiering aan het agentschap op te schroeven, uit Trumps eigen partij (de Republikeinen) komt wel wat kritiek. Republikein en voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Mike Johnson "denkt niet dat er een financieringsprobleem is". Volgens Johnson moet hij gewoon meer middelen toebedeeld krijgen dan president Biden en vicepresident Harris, "omdat Trump meer bedreigd wordt".





