De Amerikaanse Secret Service heeft een aantal duidelijke fouten gemaakt in de aanloop naar de verkiezingsbijeenkomst in Pennsylvania waar een aanslag werd gepleegd op Republikeins presidentskandidaat Donald Trump. Dat blijkt uit een intern onderzoek waarvan de eerste bevindingen zijn bekendgemaakt. Er is onder meer sprake van zelfgenoegzaamheid en gebrekkige communicatie met de lokale politie.
Intern onderzoek Secret Service: nalatigheid, zelfgenoegzaamheid en communicatiefouten aan basis van eerste aanslag op Donald Trump
Het intern onderzoek van de Secret Service is nog niet afgerond, maar de eerste bevindingen werden al bekendgemaakt. De Secret Service is een beveiligingsteam dat instaat voor de bescherming van onder anderen de zittende president en ex-presidenten.
Uit die eerste bevindingen blijkt dat het beveiligingsteam duidelijke fouten heeft gemaakt. Interim-directeur Ronald Rowe wijst onder meer op nalatigheid en zelfgenoegzaamheid bij sommige leden, met een inbreuk op het veiligheidsprotocol als gevolg.
Rowe heeft het ook over gebrekkige communicatie met de lokale politie, die mee instond voor de beveiliging van de verkiezingsbijeenkomst. Volgens Rowe gaf de Secret Service geen duidelijke richtlijnen aan de lokale politie. Sommige belangrijke communicatie was niet via het gebruikelijke communicatiekanaal doorgegeven en had daarom niet iedereen bereikt.
Technische problemen met de communicatiekanalen waren bovendien van tevoren al opgemerkt, maar niet doorgegeven aan de oversten en daarom niet opgelost. Er zouden nog meer technische problemen geweest zijn. Zo zou het ook niet gelukt zijn om op de dag van de bijeenkomst drones de lucht in te sturen om de locatie te inspecteren.
Rowe voegt eraan toe dat de betrokken medewerkers ter verantwoording zullen worden geroepen. Sommige agenten zijn kort na de aanslag al op non-actief gezet. Rowe benadrukt ook dat er sinds de aanval verschillende technische en organisatorische veranderingen in gang zijn gezet. De voorlopige bevindingen laten echter nog heel wat vragen open, onder meer over wie verantwoordelijk was voor de juiste beveiliging van de omliggende gebouwen.
De mislukte moordaanslag op Trump vond plaats op 13 juli in Butler, in de staat Pennsylvania. Trump hield daar een campagnebijeenkomst in open lucht. Een jongeman schoot op hem en de menigte van op een dak buiten het terrein van de bijeenkomst.
Trump raakte gewond aan het rechteroor. Een toeschouwer overleed en 2 anderen raakten gewond. De dader werd kort daarna doodgeschoten door de veiligheidsdiensten.
Ronald Rowe is op dit moment waarnemend hoofd van de beveiligingsdienst. Hij volgde Kimberly Cheatle op, die op 23 juli ontslag nam nadat ze had toegegeven verantwoordelijk te zijn voor de "grootste operationele mislukking in decennia" van de Secret Service.
Extra beveiliging
Intussen heeft het Huis van Afgevaardigden een wetsvoorstel aangenomen om presidents- en vicepresidentskandidaten hetzelfde aantal agenten ter bescherming te geven als de zittende president. Het wetsvoorstel werd na de aanslag in Butler ingediend door Republikeinen.
Het voorstel moet nu nog door de Senaat worden goedgekeurd. Toch heeft president Biden de beveiliging van Trump én de Democratische kandidate Kamala Harris intussen al opgevoerd.



