Voor het eerst is de sector van de plantaardige eiwitten in Vlaanderen en Brussel in kaart gebracht. 155 ondernemingen maken producten zoals vleesvervangers, zuivel-alternatieven en notenspreads. De sector stelt minstens 2.021 werknemers te werk, en maakt minstens 100 miljoen euro winst. Alpro is de absolute topper in de sector.
2.000 werknemers en koning Alpro: zoveel is Vlaamse sector van vleesvervangers en plantaardige eiwitten waard
In 2021 besliste de Vlaamse regering dat ze de opkomende industrie van de alternatieve eiwitten een duwtje in de rug wilde geven. Met de zogenaamde Green Deal Eiwittransitie wilde ze de Vlaming meer plantaardige eiwitten doen eten, omdat dat gezonder is en duurzamer voor milieu en klimaat. Waren in 2021 nog 60 procent van onze eiwitten van dierlijke oorsprong (zoals vlees en zuivel) en 40 procent van plantaardige, dan moet die verhouding in 2030 omgekeerd zijn.
Of er doorgezet wordt met die plannen, zal na de vorming van de nieuwe Vlaamse regering moeten blijken. Maar het Vlaams Departement Omgeving bestelde alvast een doorlichting van de sector. Die doorlichting werd uitgevoerd door Bond Beter Leefmilieu en ProVeg (het vroegere EVA vzw, dat ijvert voor vegetarische voeding) onder de koepel van Next Food Chain.
De studie moet in kaart brengen welke takken van de industrie het goed doen, en waar een extra duwtje welkom is van de overheid of privé-investeerders.
Wat zijn alternatieve eiwitten? Dat zijn producten zoals vleesvervangers, alternatieve melkdrinks (op basis van bijvoorbeeld haver, rijst of soja), spreads of onbewerkte plantaardige producten (zoals noten, peulvruchten of linzen). Alles waar geen vlees of zuivel aan te pas komt, dus. Maar er werden ook bedrijfjes meegerekend die zich toeleggen op meer experimentele technieken zoals kweekvlees of precisiefermentatie.
Uit de studie blijkt dat 60 ondernemingen in Vlaanderen en Brussel zich volledig toeleggen op alternatieve eiwitten en dat nog eens 95 ondernemingen naast vlees ook alternatieve eiwitten produceren. Die waren in 2022 samen goed voor minstens 2.021 werknemers (gerekend in voltijdse equivalenten of FTE's). Die bedrijven maakten in 2022 samen minstens 100 miljoen euro winst.
Ter vergelijking: volgens de federatie van de Belgische voedingsindustrie Fevia telde de vleesverwerkende industrie datzelfde jaar 219 werkgevers en 11.570 werknemers.
Alpro is de grootste
Van de 155 onderzochte bedrijven produceren er 57 vleesvervangers. Het gaat dan om bedrijven zoals Greenway, De Vegetarische Slager en Damhert. Dat maakt die tak de meest "populaire" in de sector van de alternatieve eiwitten. Daarna volgen onbewerkte plantaardige producten (bvb Bonduelle of HAK) en zuivelsubstituten (zoals Alpro of TipToh).
In de staart van het peloton zitten meer experimentele producten. We vinden er bijvoorbeeld 7 bedrijven die aan precisiefermentatie doen (zoals Those Vegan Cowboys, dat diervrije kaas maakt, of Paleo), 5 bedrijven die met insecten werken, en 1 kweekvleesbedrijf (Fishway).
Alpro is met voorsprong de grootste in de sector. Dat van oorsprong Belgische bedrijf maakt alternatieven voor melk, pudding, yoghurt en boter op basis van bijvoorbeeld soja, haver of kokosmelk. Het ontstond in de schoot van Vandemoortele en werd in 2016 overgenomen door Danone.
Het succes van de sector is voor een groot stuk het succes van Alpro. Zo stelt Alpro 1.000 FTE's te werk, net niet de helft van het totaal in de sector. En dat zuivelsubstituten goed zijn voor driekwart van de totale winst die de hele sector maakt, is ook grotendeels te danken aan Alpro.
Pleidooi voor overheidssteun
De resultaten geven een idee van waar de sector nog een duwtje in de rug kan gebruiken. Zo maken de ondernemingen die jonger zijn dan 5 jaar, samen minstens 6,4 miljoen euro verlies. Die zullen reikhalzend uitkijken naar eventuele nieuwe subsidies.
"Met de juiste overheidsondersteuning kan de eiwitsector een waardevolle bijdrage leveren aan een duurzamere voedselproductie en -consumptie", besluit de studie. "Er is veel potentieel voor verdere groei en innovatie."
Zo schatten de auteurs dat de industrie tegen 2035 minstens 6 maal zo groot kan worden als in 2020, en in het beste scenario zelfs 15 keer zo groot. Maar dat is "een ruwe schatting", zo erkennen de auteurs zelf, die prognoses voor de wereldmarkt rechtstreeks doortrekt naar de Vlaamse en Brusselse. Erg nauwkeurig zijn die dus niet. "Zie het als een teaser voor verder onderzoek", klinkt het daar.
Die groeiprognoses moeten ook om een andere reden met een flinke korrel zout genomen worden. In de VS is de groei van plant based meat, plantaardige producten die vlees zo dicht mogelijk proberen te benaderen, de laatste jaren gestagneerd, stipt Joachim Schouteten aan. Hij is professor aan de Universiteit Gent en expert in alternatieve eiwitten (en verder niet betrokken bij het onderzoek).
"Kijk naar Beyond Meat", zo verwijst hij naar een bedrijf dat ultra-realistisch plantaardige burgers maakt die zelfs "bloeden". "Dat bedrijf ging vlak voor de coronacrisis naar de beurs. Vandaag, na de hype, is het aandeel 90 procent minder waard."
Vlaming eet amper minder vlees
Of de Vlaamse eiwitsector daadwerkelijk die spectaculaire groeiprognoses kan waarmaken, zal van veel factoren afhangen. Hoezeer het publiek openstaat voor nieuwe producten bijvoorbeeld, of hoe snel nieuwe technieken zoals precisiefermentatie goedgekeurd worden door de Europese voedselautoriteit EFSA.
Ook niet onbelangrijk: de bereidheid van de consument om over te schakelen naar een plantaardiger dieet. Vorig jaar bleek nog uit een tussentijdse evaluatie van de Eiwitshift dat de Vlaming amper minder vlees eet dan 10 jaar geleden, dat terwijl vleesvervangers steeds goedkoper worden.
Volgens Schouteten is het geen toeval dat de studie net nu uitkomt, nu de nieuwe Vlaamse regering nieuwe prioriteiten moet gaan stellen en er op Europees niveau gepraat zal worden over het geld uit het Europees landbouwfonds.
"Geld kan je maar één keer uitgeven. Er zal dus een politieke keuze gemaakt moeten worden. Vinden ze vleesvervangers belangrijk, dan kunnen er subsidies geschoven worden naar bijvoorbeeld producenten van peulvruchten. Maar het op één plek verhogen, betekent op een andere plek verlagen."
Maar laat het verhaal van Alpro een opsteker zijn, besluit Schouteten. "Dat toont aan dat het wel degelijk nog mogelijk is om te pionieren in België. Het kan misschien een beetje hoop bieden, zeker nu de auto-industrie het moeilijk heeft. Al blijft het altijd zoals spelen op de beurs. Je moet je eieren in 10 manden leggen, en dan hopen dat je geluk hebt."



