Al in de kleuterklas zou kinderen duidelijk moeten worden gemaakt dat gendernormen een constructie zijn. Dat zegt professor onderwijssociologie Mieke Van Houtte na de discussie over gender en geaardheid in ‘Eerste keus’ op VRT 1. "Dat betekent niet dat we seksuele opvoeding geven in de kleuterklas. Het hoeft daarmee allemaal niet zo expliciet in de leerstof te zitten, maar door stereotypes te overstijgen kom je al een heel eind", klinkt het.
Gender en seksualiteit in de klas? "Niet expliciet, maar je komt al heel eind door stereotypen te overstijgen"
Gender, geslacht en geaardheid? Gender gaat over hoe je je voelt en toont aan de samenleving. Je biologische geslacht of je sekse gaat over de kenmerken van je lichaam. Voor sommige mensen komen die twee overeen, voor anderen niet.
Geaardheid gaat dan weer over tot wie je je aangetrokken voelt. Sommige mensen noemen dit ook seksualiteit of oriëntatie. Meer duidelijke uitleg over gender en geslacht, en het verschil met geaardheid vind je hier .
In de 'Eerste keus'-aflevering van gisteren was er heel wat discussie over de plaats van seksualiteit in het onderwijs. Dat zoveel jongeren van het Guldensporencollege in Kortrijk vinden dat geaardheid niet in de klas besproken moet worden, vindt professor onderwijssociologie Mieke Van Houtte opvallend, maar niet verrassend. "In de samenleving heb je sowieso verschillende groepen die negatief kijken naar homoseksualiteit."
Van Houtte doet onderzoek naar gendermechanismen in het onderwijs. Wat de UGent-professor vooral opviel bij de jongeren in Kortrijk, is de openheid waarmee ze hun eigen standpunten innamen. "Dat verraste me wel, hoe ze ervoor uitkomen dat ze weinig openstaan voor seksualiteit."
Context
Tegelijk moeten we ook rekening houden met de context, zegt Van Houtte. "Het gaat over een technische school waar overwegend veel jongens aanwezig zijn."
Dat kan een mogelijke verklarende factor zijn in de houding van de jongeren tegenover thema's als geaardheid en seksualiteit, aldus Van Houtte. "Uit ons onderzoek blijkt dat binnen het technisch en het beroepsonderwijs overwegend meer homonegativiteit is dan in het algemeen secundair onderwijs."
Bij jongens is de druk tot genderconformiteit groter dan bij meisjes
Mieke Van Houtte, professor onderwijssociologie UGent
Van Houtte duidt ook op het verschil tussen jongens en meisjes. "We zien systematisch meer homonegativiteit bij jongens dan bij meisjes. Jongens volgen vaker eerder traditionele gendernormen, wat tijdens de adolescentie een rol speelt in de identiteitsvorming. Dan zien we dat bij jongens de druk tot genderconformiteit groter is dan bij meisjes."
Ook religie kan de manier waarop men naar gender en seksualiteit kijkt beïnvloeden. "Religie speelt zeker een rol, maar dan moeten we verder kijken dan louter de islam (zoals in de aflevering aan bod komt, red.). Ook katholieken houden er dezelfde denkbeelden op na."
Nieuw gegeven
Volgens Van Houtte zijn de discussies rond seksualiteit en geaardheid in het onderwijs relatief nieuw. "Dat serieus wordt nagedacht over relationele en seksuele vorming op school en hoe zo'n vorming er precies uitziet, is inderdaad een nieuw gegeven. We zijn op dat vlak gewoon geëvolueerd."
Het feit dat dergelijke thema's nu op de agenda komen te staan en wel aandacht krijgen, kan logischerwijs dan ook leiden tot protest, stelt Van Houtte. Zo was er vorig jaar in Franstalig België veel te doen rond Evras, een educatief programma voor scholieren rond seks, relaties en emoties. Van heel wat ouders kwam toen hevige tegenstand.
"We zien in het algemeen in de samenleving dat er toch wel een zekere polarisatie plaatsvindt waardoor bepaalde groepen mondiger zijn en er ook echt tegen opkomen, die eventueel ook opgepookt worden door bepaalde organisaties en bepaalde partijen", legt Van Houtte uit.
Stereotypes overstijgen
Hoe moeten we hiermee dan omgaan in het onderwijs? Volgens Van Houtte is het belangrijk dat dergelijke thema's ruimte krijgen in de klas. "Seksualiteit en gender moeten zeker een onderdeel zijn van het leerplan."
"In de kleuterklas komt het erop neer dat we gender normaliseren, daar valt ook homoseksualiteit onder", zegt Van Houtte. "Dat betekent niet dat we seksuele opvoeding geven vanaf de kleuterklas, zoals in de uitzending wordt gesuggereerd, maar het houdt in dat we niet raar doen als er bijvoorbeeld 2 mama's of 2 papa's zijn."
Homoseksuele jongeren krijgen het gevoel dat ze niet bestaan omdat het nooit over hen gaat en alleen heteroseksualiteit behandeld wordt
Mieke Van Houtte, professor onderwijssociologie UGent
"Dat geldt ook voor gendernormen en genderstereotypen. Eigenlijk moeten we al van kleins af aan duidelijk maken dat die normen een constructie zijn en dat het niet zo hoeft te zijn. Dat betekent dat we duidelijk maken dat leerkrachten niet per se altijd vrouwen zijn en dat vrouwen ook gewoon bij de brandweer kunnen."
"Het hoeft daarmee allemaal niet zo expliciet in de leerstof te zitten", benadrukt Van Houtte, "maar door stereotypen te overstijgen kom je al een heel eind."
Voldoende aandacht
Volgens de professor is het overigens belangrijk dat vooral in het secundair onderwijs voldoende ruimte wordt gecreëerd voor relationele en seksuele vorming. "Homoseksuele jongeren zeggen vaak dat ze zich daar vergeten voelen en het gevoel krijgen dat ze niet bestaan omdat het nooit over hen gaat en alleen heteroseksualiteit behandeld wordt."
Daarnaast is het ook belangrijk dat niet alleen de negatieve aspecten van seksualiteit belicht worden, zegt Van Houtte. "Het gaat heel vaak over de veeleer "negatieve" zaken. Hoe voorkom je een zwangerschap? Hoe voorkom je dat je ziek wordt? Maar het is ook belangrijk dat de fijne aspecten van relatievorming besproken worden", aldus Mieke Van Houtte.
Gender en seksualiteit in de klas? "Niet expliciet, maar je komt al heel eind door stereotypen te overstijgen"



