Lessen seksuele voorlichting zijn belangrijk voor kinderen en jongeren. Dat zeggen Wannes Magits van Sensoa en professor Guy T’Sjoen na de discussie tussen Vooruit-kopstuk Conner Rousseau en leerling Eli over het thema in ‘Eerste keus’ op VRT 1. “We leven in een maatschappij waarin jongeren onoverkomelijk met seksualiteit en diversiteit in contact komen. Dan geef je hen toch beter een correcte basis mee via de klas?”
Na discussie in 'Eerste keus': wat wordt over seks en geaardheid gezegd in de klas? En welke impact heeft dat op kinderen?
Moet over geaardheid worden gesproken in de klas? Het is een vraag die tot flink wat discussie leidt tussen moslimjongere Eli en Vooruit-kopstuk Conner Rousseau in ‘Eerste keus’. Daarin gaan politici in gesprek met jongeren die voor het eerst mogen stemmen. “Zulke lessen horen in ons onderwijs”, vindt Rousseau. “Niet waar”, meent Eli – die er niet over te spreken is dat zijn zusje van 4 weet “dat 2 meisjes elkaar mogen kussen”.
De scholier krijgt in de aflevering bijval van Chris Janssens van Vlaams Belang die eveneens is uitgenodigd voor het debat. “In de klas moet je bezig zijn met ABCDE en niet met LGBTQ”, zegt hij.
Die reactie sluit aan bij het verkiezingsprogramma van de partij. Vlaams Belang wil “een onafhankelijk onderzoek naar de aanwezigheid van de woke-ideologie in het hele Vlaams onderwijs”. Bovendien is er “geen plaats voor genderideologie in de kleuter-, lagere en middelbare scholen”.
Kan Vlaams Belang aan die onderwijsdoelstellingen sleutelen? Is er echt sprake van een 'genderideologie' in de klassen in Vlaanderen? En wat zijn de voordelen van seksuele opvoeding?
Wie bepaalt de inhoud van lessen seksuele voorlichting?
Scholen krijgen behoorlijk wat vrijheid wanneer het op seksuele opvoeding aankomt. De Vlaamse regering stelt een aantal minimumdoelen op, maar die zijn beperkt. “De overheid mag van het Grondwettelijk Hof namelijk niet te gedetailleerd zijn in wat het scholen opdraagt”, verduidelijkt het kabinet van minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA).
De scholenkoepels – Katholiek Onderwijs Vlaanderen, het Gemeenschapsonderwijs enzovoort – gaan vervolgens met de minimumdoelen aan de slag en werken concrete leerplannen uit die passen bij hun visie. Individuele leerkrachten krijgen hierna nog steeds de nodige bewegingsruimte. Indien gewenst kunnen ze aankloppen bij Sensoa, het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid. Die organisatie heeft adviezen uitgewerkt om leerkrachten bij te staan.
Wat houden de lessen seksuele voorlichting in?
Noch de Vlaamse overheid, noch de scholenkoepels bevragen scholen over hun specifieke aanpak rond seksuele opvoeding. Het is dus onmogelijk om één algemeen beeld te schetsen van de lessen die leerlingen al dan niet krijgen – of om met zekerheid te kunnen spreken van een 'genderideologie' in ons onderwijs.
Wel kunnen we zelf de leerplannen induiken. Daarin zien we bijvoorbeeld hoe de Vlaamse overheid oplegt dat “leerlingen in omgang met anderen respect en waardering moeten kunnen opbrengen”. Het gemeenschapsonderwijs neemt dat doel zo over en luistert vervolgens naar het advies van Sensoa, dat luidt: “Leerlingen behandelen jongens en meisjes met evenveel respect en zijn begripvol en respectvol tegenover holebi's”. In het katholiek onderwijs klinkt het als volgt: “Leerlingen weten dat iemand verliefd kan worden op een man, een vrouw of beide en respecteren dat”.
Hoe iets in de klas wordt gezegd en wat kinderen vervolgens thuis vertellen, kan al eens verschillen
Wannes Magits, Sensoa
Dat het zusje van Eli uit ‘Eerste keus’ te horen kreeg dat 2 meisjes elkaar mogen kussen, betekent dus niet dat dit in elke kleuterklas in Vlaanderen zo wordt gedoceerd. “Bovendien is het nog maar de vraag of de leerkracht dat daadwerkelijk zo heeft uitgesproken”, nuanceert Wannes Magits van Sensoa. “Hoe iets in de klas wordt gezegd en wat kinderen vervolgens thuis vertellen, kan al eens verschillen. Het staat alvast niet in tot op dat detailniveau in onze richtlijnen, wat niet betekent dat er iets mis mee is om dat te zeggen.”
Is het belangrijk om kinderen en jongeren hierover te informeren?
“Heel belangrijk”, gaat Magits verder. “Kinderen zitten al op jonge leeftijd met heel wat vragen: hoe werkt de wereld rondom hen, waar komen baby’s vandaan… Daarnaast wordt hen best aangeleerd hoe ze hun gevoelens op een goede manier kunnen uitdrukken, dat ze nee mogen zeggen, dat iedereen anders is enzovoort.”
“Zulke dingen kan je al op jonge leeftijd aankaarten, maar natuurlijk moet je de boodschap op hun maat brengen. In het lager onderwijs spreek je niet over soa’s en condooms, maar heb je het bijvoorbeeld over hoe ons lichaam verandert.”
Kunnen zulke lessen de geaardheid van leerlingen veranderen?
“Natuurlijk niet”, reageert Guy T'Sjoen van het Centrum voor Seksuologie & Gender van het Universitair Ziekenhuis van Gent. “Wie hetero is, mag je nog zoveel informatie over gender en diversiteit voorleggen als je wil: die blijft hetero. Wie een andere geaardheid heeft, mag je nog zoveel mogelijk afschermen als je wil: die zal op een bepaald moment toch zijn geaardheid in vraag stellen.”
Geaardheid is een biologisch, psychologisch en sociaal gegeven, zegt hij. “Als je in een context leeft waar homoseksualiteit strafbaar is, pas je je gedrag aan uit veiligheid – maar inherent blijf je wel homo, lesbisch of anders. Daar kan je niet omheen, en dat kan ook niemand uit je hoofd praten.”
Ook T'Sjoen hoopt dat er niet aan de lessen seksuele voorlichting wordt gesleuteld. “We leven in een maatschappij waarin jongeren onoverkomelijk met seksualiteit en diversiteit in contact komen via bijvoorbeeld tv en sociale media. Dan geef je hen toch beter een correcte basis mee via de klas? Het enige wat je met zulke lessen kan bereiken, is meer onderling begrip en een klankbord voor wie ergens mee zit.”
Kan een partij standpunten opleggen aan het onderwijs?
Voor Vlaams Belang is geen plaats voor 'genderideologie' in de kleuter-, lagere en middelbare scholen. Dat standpunt innemen is één ding, maar kan dat vervolgens ook worden opgelegd – wetende dat het Grondwettelijk Hof hier streng op toekijkt? “Dat lijkt me sterk”, duidt Leni Franken, die onderzoek naar de vrijheid van onderwijs heeft gedaan aan de Universiteit Antwerpen.
“In 2022 nog vernietigde het Hof de nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad secundair onderwijs. Die waren onder meer volgens de katholieke onderwijskoepel te gedetailleerd en omvangrijk. Het Hof ging daarmee akkoord: de eindtermen waren niet in overeenstemming met het grondwettelijk recht op de vrijheid van onderwijs."
"Het is dus niet aan de staat om te sturen hoe scholen concreet moeten lesgeven. Evenmin is het aan een regering om te zeggen dat scholen ergens géén les over mogen geven, tenzij dat niet zou stroken met de eindtermen. Het voorstel van Vlaams Belang kan de grondwettelijke toets bijgevolg niet doorstaan.”



