Zwaardere straffen voor pakweg seksueel geweld, terrorisme, spionage of geweld tegen politie en hulpverleners, maar ook meer "maatwerk": dat belooft het nieuwe Strafwetboek. Het federale parlement heeft dat zopas goedgekeurd. Maar waarom was dat nieuwe Strafwetboek eigenlijk nodig, hoe zit het voortaan in elkaar en zijn er ook misdrijven uit verdwenen? Vijf vragen en antwoorden.
Strengere straffen voor seksueel geweld en terrorisme, maar ook meer "maatwerk": zo ziet het nieuwe Strafwetboek eruit
1. Waarom was er een nieuw Strafwetboek nodig?
Het Strafwetboek is het document dat tot in detail beschrijft hoe het gerecht in ons land bepaalde misdaden kan bestraffen. Alleen: vandaag gebruikt onze justitie nog altijd een Strafwetboek dat oorspronkelijk werd ingevoerd in 1867 en zelfs nog is gebaseerd op de Code Napoléon uit 1810.
Dat merk je aan de oude begrippen die worden gebruikt, maar ook aan de manier waarop er wordt bestraft, die eigenlijk niet meer van deze tijd is. Ter illustratie: wie een inbraak met diefstal en verkrachting pleegde, kon in theorie strenger worden bestraft voor die diefstal dan voor de verkrachting.
Ook hangt in het oude Strafwetboek aan elke inbreuk een gevangenisstraf en een geldboete vast, alsof dat de oplossing is voor elk soort misdrijf. Experten zijn het er intussen al lang over eens dat dat niet het geval is.
Natuurlijk zijn er in de voorbije anderhalve eeuw wel voortdurend wijzigingen in aangebracht om oude regels enigszins bruikbaar te houden, maar dat heeft van het huidige Strafwetboek een ingewikkeld kluwen gemaakt. Een nieuw, modern Strafwetboek moest al die bezwaren aanpakken.
2. Hoe is dat nieuwe Strafwetboek de voorbije jaren op poten gezet?
Al in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw waren er pogingen om tot een nieuw Strafwetboek te komen. Maar de basis voor dit nieuwe document is gelegd vanaf 2015, onder toenmalig minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Hij heeft een commissie van strafrechtexperten opgericht die al een belangrijke basis wist te leggen.
Voormalig minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) stelde diezelfde experten bij het begin van deze regeerperiode opnieuw aan. Zij slaagden er de voorbije jaren in om Boek I, dat de algemene bepalingen van het strafrecht vastlegt, en Boek II, dat de verschillende misdrijven en mogelijke straffen behandelt, te herschrijven.
Vorige zomer werden de wetsontwerpen daarover goedgekeurd door de ministerraad, begin dit jaar ging ook de commissie Justitie van het federaal parlement akkoord. Vandaag was er dan de goedkeuring door de meerderheid in de Kamer.
Binnenkort verschijnen de nieuwe wetten rond het Strafwetboek in het Belgisch Staatsblad. Vanaf dan duurt het nog exact twee jaar tot het nieuwe systeem in werking treedt.
3. Hoe zijn misdrijven en straffen voortaan opgevat?
Het nieuwe Strafwetboek gaat voortaan uit van acht strafniveaus, die elk dus bepalen hoe zwaar een misdrijf is en dus de bijhorende straf moet zijn. Dat is een sterke vereenvoudiging ten opzichte van het huidige systeem. Het nieuwe model ziet er ongeveer zo uit:
Alle misdrijven van niveau 8 komen sowieso voor assisen, lees: een proces met een volksjury. Dat geldt ook voor de misdrijven uit niveau 7 waarbij het slachtoffer overleden is.
Bovenop die acht niveaus komen er nog verzwarende bestanddelen, elementen die een strafniveau dus kunnen verhogen. Verkrachting valt bijvoorbeeld normaal gezien onder niveau 4, maar verkrachting van minderjarigen wordt bestraft met niveau 5 of (bij nog jongere of kwetsbare kinderen) niveau 6.
Het nieuwe Strafwetboek geeft meer flexibiliteit aan de rechter om straffen op te leggen die gepast zijn voor dat concrete misdrijf
Jeroen De Herdt, die lid was van de commissie die het Strafwetboek moest uitwerken
Het uitgangspunt is vooral dat gevangenisstraf niet meer wordt beschouwd als een oplossing voor alles, maar als een van de mogelijke straffen. Een rechter zal meer een straf op maat kunnen opleggen, zegt Jeroen De Herdt, die lid was van de commissie die was die het Strafwetboek moest uitwerken. "Het geeft meer flexibiliteit aan de rechter om straffen op te leggen die gepast zijn voor dat concrete misdrijf, rekening houdend met de situatie van dader, slachtoffer en samenleving."
Dat gaat van probatiestraffen, zoals een cursus agressiebeheersing volgen, over een beroepsverbod tot verplichte behandeling (in geval van daders met psychiatrische stoornissen). "De flexibiliteit neemt ook toe naarmate de straffen zwaarder worden. Zo zit er een strafverzwaring voor veelplegers in. Ook de strafverzwaring voor recidivisten wordt aanzienlijk uitgebreid in vergelijking met de huidige situatie."
4. Voor welke feiten zijn er nieuwe straffen of zijn die zwaarder geworden?
Het seksueel strafrecht is helemaal vernieuwd en uitgeklaard. Dat onderdeel is trouwens al eerder goedgekeurd en dus al van kracht. Toestemming (of het ontbreken daarvan) staat voortaan centraal. Ook zijn de straffen voor seksueel geweld opgetrokken. Ter vergelijking: verkrachting valt nu minstens onder niveau 4 (5 tot 10 jaar cel), waar vandaag de strafmaat tussen 1 maand en 5 jaar cel ligt.
Intrafamiliaal geweld wordt strenger aangepakt. Zo vallen feiten als foltering of onmenselijke behandeling onder een hoger niveau als ze plaatsvinden binnen een familie of gezin.
Ook een discriminerende drijfveer voor een misdrijf wordt beschouwd als een mogelijk verzwarende factor.
Ecocide, de natuur ernstige en onomkeerbare schade toebrengen, kan voortaan zwaar worden bestraft. Het valt onder niveau 6 (celstraffen van 15 tot 20 jaar).
Aanzetten tot zelfdoding is strafbaar geworden, zowel psychisch (bijvoorbeeld op iemand inpraten om zelfmoord te plegen) als materieel (iemand van de nodige middelen voorzien om dat te doen).
Terrorisme wordt veel strenger bestraft. Wie deelneemt aan een terroristische groepering riskeert nu 5 tot 10 jaar cel. Vandaag is dat 1 maand tot 5 jaar. Afhankelijk van de betrokkenheid bij de beslissingen of bij een terreuraanslag kan de straf nog oplopen.
Geweld tegen mensen met een maatschappelijke functie, zoals politieagenten, hulpverleners, buschauffeurs, advocaten of journalisten, verhoogt de strafmaat met 1 niveau.
De straffen voor spionage en buitenlandse inmenging zijn veel zwaarder geworden. Die strafmaat is hopeloos verouderd in het huidige Strafwetboek.
Nog nieuwe misdrijven zijn onder meer lijkschennis (niveau 2), binnendringen in voertuigen (niveau 2), het maken en verspreiden van pedofiliehandboeken (niveau 4), het overgooien van voorwerpen over de muur van een gevangenis (niveau 2 of 3) en het bezit van een auto met een verborgen ruimte (niveau 2 of 3).
5. Voor welke feiten zijn straffen lichter geworden of verdwenen?
Voor majesteitsschennis kan je geen celstraf meer krijgen. De definitie van dat misdrijf is voortaan gelijkgesteld aan smaad (niveau 1).
Ook is een aantal verouderde misdrijven verdwenen, denk maar aan "een adellijke titel geven aan iemand die daar geen recht op heeft", "het verstoren van de openbare orde in markten of graanhallen" of "bedrog bij de keuze van monsters van munten om gewicht van goud, zilver en andere edelmetalen te bepalen".
Kritiek van ngo's en vakbonden: terecht?
Mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International, 11.11.11 en de Liga voor Mensenrechten, milieuverenigingen en vakbonden zijn niet te spreken over een artikel in het nieuwe Strafwetboek dat "kwaadwillige aanvallen op het gezag van de staat" strafbaar stelt. Ze vrezen het artikel veel te ruim te interpreteren valt en dat daarmee de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van protest kan worden ingeperkt.
Maar volgens Jeroen De Herdt is het bewuste artikel net een samenvoeging van drie bepalingen die vandaag al bestonden en dus al van toepassing zijn. "Onze commissie heeft die bestaande bepalingen net strijdig bevonden met de rechten van de mens en de vrijheid van meningsuiting. We hebben die daarom aanzienlijk beperkt in het nieuwe Strafwetboek." Er zijn volgens hem nadien zelfs nog bijkomende aanpassingen doorgevoerd op vraag van het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens.
"De kritiek gaat uit van een legitieme bezorgdheid, maar er is dus geen grond meer voor", concludeert De Herdt. "Men moet die vrees niet meer koesteren, net omdat er heel strikte voorwaarden zijn gesteld."





