Jouw stem telt. Met die drie woorden zullen heel wat politieke partijen jou proberen te overtuigen om op hen te stemmen bij de verkiezingen van 9 juni. Maar hoé telt die stem dan exact? Een (kleine) duik in de werking van onze democratie.
Om het principe en belang van onze huidige verkiezingen uit te leggen, moeten we eerst - heel even - behoorlijk ver terug in de tijd. Naar de 6e eeuw voor Christus, naar Athene. Hét moment en dé plek waar(op) de democratie is ontstaan.
Van Volksraadpleging...
Bij een democratie bestuurt het volk eigenlijk zichzelf. In Athene werden belangrijke beslissingen daardoor niet meer door een handvol aristocratische families genomen, maar wel door de inwoners van de regio zelf. Enkele tientallen keren per jaar vond er een Volksraadpleging plaats.
Alle volwassen mannen mochten daar naartoe komen om het woord te nemen en te stemmen over wetten. Vrouwen, slaven en vreemdelingen kregen geen stem. Stemde meer dan de helft van de aanwezigen voor een bepaalde wet? Dan werd die ingevoerd.
... naar volksvertegenwoordigers via verkiezingen
Terug naar hier en nu. Naar België, anno 2024, met een bevolking van meer dan 11,5 miljoen inwoners. Die elke keer samenbrengen als er over een bepaalde wet moet worden gedebatteerd of gestemd, is praktisch onmogelijk.
Het systeem van directe democratie - waarbij de burgers zélf naar een vergadering komen om er te beslissen - werd daarom omgevormd naar een representatieve democratie.
Representatief, omdat burgers iemand gaan aanduiden die in hun plaats mag debatteren en stemmen. En dat gebeurt via... verkiezingen. Bij een verkiezing stem je op mensen die jou mogen vertegenwoordigen in een parlement. Je geeft hen als het ware de toelating om wetten te stemmen 'in jouw naam'.
Directe democratie als referendum
Een volledige directe democratie - zoals die ooit ontstaan is in Athene - komt zelden tot nooit nog voor. Soms wordt ze wel nog als aanvulling bij de representatieve democratie gebruikt, bijvoorbeeld via een referendum over een heel ingrijpende beslissing. In dat geval wordt de hele bevolking bevraagd, specifiek over dat ene onderwerp.
Een van de bekendste referenda van de afgelopen jaren is dat over de brexit in het Verenigd Koninkrijk, de beslissing om uit de Europese Unie te stappen. Alle burgers mochten zich daarover uitspreken.
In Zwitserland gebeuren referenda behoorlijk vaak, in ons land bestaat die traditie dan weer veel minder op nationaal vlak. Op lokaal vlak - in steden en gemeenten - gebeurt het wel.
Eens iedereen gestemd heeft, worden de stemmen omgezet in zetels. In het federaal parlement zijn er bijvoorbeeld 150 zetels, in het Vlaams 124, in het Brussels 89.
De kandidaten die bij de bijhorende verkiezing de meeste stemmen hebben gekregen, krijgen een zetel en dus een plek in het parlement. Zij worden volksvertegenwoordiger en verdedigen vanaf dan de mening van het volk.
Die volksvertegenwoordigers - of parlementsleden - zullen voortaan debatteren met elkaar en stemmen over wetten. Voor de meeste wetten is een 'gewone meerderheid' genoeg: als de helft plus 1 vóór stemt, dan komt die wet er. Voor bijzondere maatregelen - zoals bijvoorbeeld alles wat met de grondwet te maken heeft - is er een grotere groep nodig.
In onze huidige democratie spelen politieke partijen een belangrijke rol. Het zijn de partijen die lijsten indienen voor de verkiezingen, met kandidaten die volksvertegenwoordiger willen worden. Het zijn ook die lijsten en namen die je tijdens de verkiezingen in het stemhokje zal zien.
Regering wordt gevormd (en niet verkozen)
Wie als volksvertegenwoordiger in het parlement mag zitten, is vrij snel duidelijk na de verkiezingen. Daarvoor moet er enkel naar de stemmen worden gekeken. Maar naast het parlement heb je in onze democratie ook een regering, die wetten omzet in de praktijk.
Scheiding der machten: hoe zat dat ook weer?
De scheiding der machten is een principe uit de Verlichting, waarbij de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht onafhankelijk van elkaar werken en elkaar controleren. Daardoor houden de machten elkaar in evenwicht.
De wetgevende macht is het parlement. In het parlement worden wetten of decreten gestemd. Als een meerderheid akkoord gaat, wordt de wet of het decreet goedgekeurd. Het parlement controleert ook de regering.
De uitvoerende macht is de regering. De regering moet de wetten of decreten in praktijk omzetten en wordt daarbij gecontroleerd door het parlement.
De rechterlijke macht zijn de rechtbanken en hoven. Zij spreken recht en passen het recht toe. Zij spreken zich uit over straffen als de wetten niet worden nageleefd.
Bij de verkiezingen kiezen we dus parlementsleden en geen regering of bijhorende ministers. Al heeft de verkiezingsuitslag wel een grote invloed op welke partijen in de regering zullen zitten.
Bij de onderhandelingen voor een nieuwe regering zal er worden gezocht naar een combinatie van partijen die in het parlement een meerderheid halen. Op die manier is die regering zeker dat ze het vertrouwen zal krijgen van het parlement.
Politieke partijen hebben veel macht
Het zijn uiteindelijk de politieke partijen - en dan vooral de voorzitters - die onderhandelen over een regering. De partijen die samen een regering zullen vormen, schrijven ook samen het regeerakkoord. In dat akkoord staat - soms tot in de details - wat die regering de komende jaren wil doen.
Om die redenen wordt België vaak een 'particratie' genoemd, een regeringsvorm waar de politieke partijen veel macht hebben. Net omdat het de partijen zijn die onder meer het regeerakkoord onderhandelen en de ministers aanduiden.
De regering staat bijgevolg vaker op de voorgrond dan het parlement. De meeste stemmingen in het parlement gebeuren meerderheid versus oppositie: de parlementsleden van de partijen die in de regering zitten stemmen voor de plannen van de regering, de leden van de partijen die niét in die regering zitten, stemmen tegen of onthouden zich.
Al heeft een bepaalde partij pas veel macht als het veel zetels in het parlement heeft. En die zetels, die worden verdeeld op basis van de stemmen bij de verkiezingen.
Compromissen
Omdat er in onze democratie altijd regeringen zijn met verschillende partijen, moeten er compromissen worden gemaakt. Eén partij zal dus nooit haar volledige verkiezingsprogramma kunnen uitvoeren, net omdat er ook rekening moet worden gehouden met de andere partijen.
Hoe groter een partij is, hoe meer invloed ze kan hebben bij de onderhandelingen. Ze zal meer kunnen wegen op het akkoord dat uiteindelijk wordt bereikt.
Stem laten horen
Verkiezingen zijn dus een manier om als burger je stem te laten horen, over welke partij of politicus erop vooruit of achteruit gaat. Maar het gaat ook over het beleid van de afgelopen jaren belonen of afstraffen, en - misschien nog belangrijker - bepalen welk beleid er voor jou moet komen de komende jaren.
Bij de federale, regionale en Europese verkiezingen geldt er opkomstplicht. Dat betekent dat je naar het stemhokje moét gaan, al is die verplichting relatief. In praktijk worden mensen niet beboet.
In dat stemhokje kan je doen wat je wil. Je kan stemmen op een partij of kandidaat, maar je kan ook blanco of ongeldig stemmen. In dat geval geef je niemand je steun. Er wordt bijgevolg geen rekening gehouden met je stem bij de verdeling van de zitjes in het parlement.
Maar "wie langs de zijlijn blijft toekijken, brengt geen verandering in de politieke situatie", schrijft politiek journalist Ivan De Vadder in zijn boek 'Vertrouwen in verkiezingen'. "Wie niet opdaagt (of blanco of ongeldig stemt), heeft geen enkele invloed op het resultaat. En dus ook niet op het beleid." Of samengevat: "Wie niets doet, moet nadien niet klagen."
Stemrecht in België voor iedereen: een lange strijd
1830 - Bij het ontstaan van België was er enkel stemrecht voor mannen ouder dan 25 jaar die een bepaalde som belastingen betaalden. Amper 2 procent van alle Belgen beslisten toen wie er in het parlement kwam.
1893 - Na hevige stakingen mochten vanaf nu álle mannen ouder dan 25 jaar hun stem uitbrengen. Al kregen sommige mannen, afhankelijk van de opleiding of de hoeveelheid belastingen die ze betaalden, één of twee extra stemmen. Het gaat ook niet meer om stemrecht, maar wel om opkomstplicht: zij die mógen, moéten ook gaan stemmen.
1919 - Na de Eerste Wereldoorlog verdween het principe van de extra stemmen en ook de leeftijd werd verlaagd. Alle mannen van 21 jaar of ouder kregen bij de verkiezingen één stem.
1948 - Pas na de Tweede Wereldoorlog konden ook vrouwen stemmen bij de landelijke verkiezingen. (Voor de gemeenteraadsverkiezingen kon dat al langer.)
1981 - De leeftijd wordt verlaagd naar 18 jaar.
Nu - Alle Belgen ouder dan 18 jaar hebben opkomstplicht voor de federale, regionale en Europese verkiezingen. 16- en 17-jarigen hebben voor het eerst opkomstplicht bij de Europese verkiezingen. Bij de gemeente- en provincieraadverkiezingen is er voor de verkiezingen van oktober voor het eerst geen opkomstplicht meer in Vlaanderen.
Voor wie meer wil weten: politicoloog Dave Sinardet legde voor de Universiteit van Vlaanderen uit waarom we nog blij moeten zijn met onze democratie .



