Naar hoofdinhoud

Elke zes maanden een andere EU-voorzitter: is dat nuttig, of is het onzin?

Nu de termijn van België als voorzitter bij de EU echt van start gaat, dringt zich opnieuw de vraag op wat het nut van dat wisselende voorzitterschap eigenlijk is. Er gaan al langer stemmen op om het systeem af te schaffen. Zou dat inderdaad beter zijn? Of heeft het huidige systeem ook voordelen?

Rob Heirbaut
Gepubliceerd:

België is sinds 1 januari voorzitter bij de Europese Unie, tot en met 30 juni. Maar welke vier landen waren vóór België Europees voorzitter?

Het zou een vraag in De Slimste Mens ter Wereld kunnen zijn, of op een quizavond ergens in Vlaanderen. Wie ze alle vier kan opnoemen, werkt wellicht bij de Europese instellingen. Ik kwam zelf niet verder dan drie, het vierde land heb ik moeten opzoeken (het juiste antwoord staat onderaan dit artikel).

Voorzitterschappen komen en voorzitterschappen gaan, maar ze belanden niet in het collectieve geheugen. “Het is tijd om het roulerende voorzitterschap af te schaffen”, concludeerde het toonaangevende Britse magazine The Economist in september vorig jaar. Is dat zo? Of heeft het ook voordelen, dat elk half jaar een ander land de stuurknuppel van de Europese Unie mag vasthouden?

BEKIJK

Voorzitter: geen baas maar bemiddelaar

Eerst even nuanceren. Het is niet zo dat België nu plots de baas wordt van de Europese Unie, en die volledig naar eigen goesting kan gaan besturen. Integendeel eigenlijk. België wordt voorzitter van de Raad van de Europese Unie, en niet van de andere Europese instellingen.

Van een voorzitter van de Raad wordt net verwacht dat die zich neutraal opstelt, en als een soort bemiddelaar optreedt tussen de 27 lidstaten. Compromissen zoeken, tegenstellingen overbruggen, dat soort zaken. Luidop dreigen met veto’s en blokkades, dat doet een land doorgaans niet wanneer het voorzitter is.

Dat betekent uiteraard niet dat een voorzitter machteloos is. Welke dossiers krijgen prioriteit, welke dossiers mogen wat langer blijven liggen: wie de agenda kan bepalen, heeft macht.

Maar ook snel reageren bij een onverwachte crisissituatie geeft een voorzitter macht en invloed. Tsjechië was bijvoorbeeld EU-voorzitter in 2022, in volle energiecrisis. Het organiseerde toen verschillende crisisvergaderingen met de energieministers van de 27 lidstaten tot er een akkoord was over een prijsplafond op gas.

Twee maanden voor 60 Europese wetten

Het Belgische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, valt samen met einde van de legislatuur van het Europees Parlement. De laatste plenaire vergadering van het Europees Parlement vindt plaats eind april. Dat is de laatste kans om nog Europese verordeningen en richtlijnen goedgekeurd te krijgen voor de verkiezingen van 9 juni.

Van het land dat voorzitter is, wordt vooral verwacht dat het zich opstelt als een soort neutraal bemiddelaar. Maar het kan ook de agenda bepalen, en dat geeft wel een zekere macht

Anders is het wachten op het nieuwe parlement, met nieuwe gezichten die zich moeten inwerken in dossiers, en misschien wel met totaal andere machtsverhoudingen. Het is dus aan België om de komende weken als Raadsvoorzitter politieke akkoorden te sluiten met het Europees Parlement, zodat de finale stemming nog voor eind april kan plaatsvinden.

De vorige voorzitter, Spanje, heeft al heel wat moeilijke dossiers kunnen afsluiten. Het Europese Migratiepact is het meest bekende voorbeeld. Spanje bereikte in 6 maanden naar eigen zeggen zowat 70 akkoorden, België hoopt er 60 te kunnen sluiten in goed 2 maanden.

Voor veel van die dossiers heeft Spanje al het voorbereidend werk gedaan en de lidstaten op één lijn gekregen. Nu is het aan België om de Spaanse voorzet binnen te koppen, en een deal te sluiten met het Europees Parlement.

Het gaat daarbij om heel uiteenlopende zaken: van nieuwe regels voor rijbewijzen, over wetgeving tegen overtollig verpakkingsafval, tot nieuwe begrotingsnormen voor de lidstaten. Maar ook als de lidstaten tot een akkoord komen over het steunpakket van 50 miljard euro voor Oekraïne, zal België ervoor moeten zorgen dat dit tijdig helemaal goedgekeurd geraakt. 

De Croo schrijft mee aan strategische agenda

Het einde van de legislatuur zet België dus onder druk om resultaten te boeken. Maar het biedt ook kansen om vooruit te blikken naar de toekomst, naar de volgende vijf jaar. Net zoals in juni 2019, willen de Europese regeringsleiders in juni 2024 de prioriteiten voor de periode 2024-2029 vastleggen.

Het einde van de legislatuur zet België onder druk om resultaten te boeken, maar het biedt ook kansen om de koers voor de volgende vijf jaar mee te bepalen

Als voorzitter van zowat alle Europese ministerraden kan België daarbij voor de nodige input zorgen. Zo willen de socialistische ministers Pierre-Yves Dermagne (PS) en Frank Vandenbroucke (Vooruit) de sociale dimensie van de EU versterken. Maar ook premier Alexander De Croo, die als regeringsleider mee de strategische agenda zal vastleggen, probeert Belgische accenten in de tekst te krijgen.

Op 16 en 17 april organiseert hij samen met Europees president Charles Michel een extra informele Europese top. De focus daar zal liggen op de vraag: hoe kan Europa ervoor zorgen dat de industrie hier blijft, en niet wegtrekt naar de VS waar meer subsidies te krijgen zijn, of naar elders, waar de klimaat- en milieuwetgeving minder streng is.

De Croo opperde in een interview bij Politico  alvast dat Europa extra geld nodig heeft om aan alle verwachtingen en uitdagingen tegemoet te kunnen komen, maar liet in het midden of er daarvoor nieuwe Europese “belastingen” nodig zijn.

Maar: De Croo is eigenlijk geen voorzitter

Overigens: formeel gezien heeft De Croo, als regeringsleider van het land dat voorzitter is van de Raad van de EU, geen enkele rol meer. Vakministers zoals Vincent Van Peteghem of Paul Van Tigchelt zitten vergaderingen met hun collega’s voor. En de Brusselse minister Alain Maron (Ecolo) zal bijvoorbeeld de vergaderingen van milieuministers leiden.

Maar het is niet Alexander De Croo, maar wel Charles Michel die de vaste voorzitter is van de vergaderingen van regeringsleiders in de Europese Raad (niet te verwarren met de Raad van de EU: de Europese Raad is een apart orgaan dat waakt over de koers en beleidprioriteiten van de EU).

Vóór de invoering van de functie van “voorzitter van de Europese Raad” in 2009, was het wel nog de regeringsleider van het voorzittende land die de leiding had. Zo was Guy Verhofstadt als premier voorzitter van de Europese Raad in de tweede helft van 2001, en moest hij na de aanslagen van 11 september in New York halsoverkop extra crisisvergaderingen organiseren.

Ook minister van Buitenlandse Zaken Hadja Lahbib zal trouwens geen vergaderingen van de ministers van buitenlandse zaken voorzitten. Die taak is voor Josep Borrell, de Hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlands beleid, en vaste voorzitter van de Raad Buitenlandse Zaken.

Beter vaste dan roulerende voorzitters?

Zou het niet beter zijn dat er nog meer van zulke “vaste” voorzitters komen, of dat het roulerende voorzitterschap helemaal wordt geschrapt? Zou alles dan niet efficiënter verlopen?

Het zijn terechte bekommernissen. Want wat voor zin heeft het dat ministers van Oostenrijk of Luxemburg, landen zonder zee, vergaderingen van visserijministers voorzitten? En is het verstandig dat Hongarije, dat veel Europese beslissingen blokkeert, vanaf 1 juli in de voorzittersstoel zit? Kan Hongarije wel een honest broker zijn, een onpartijdige en eerlijke bemiddelaar?  

Wat voor zin heeft het dat ministers van landen zonder zee de vergaderingen van visserijministers voorzitten? En hebben kleine landen wel genoeg mensen en middelen om voorzitter te zijn?

Hebben kleine landen bovendien wel genoeg mensen en middelen om tijdelijk voorzitter te zijn? Het Belgische voorzitterschap wordt al ruim twee jaar voorbereid. De Belgische permanente vertegenwoordiging bij de EU (onze Europese ambassade) is versterkt: er werken nu 250 mensen in plaats van 150. Ministeries en kabinetten van ministers hebben zich moeten inwerken in Europese dossiers.

Volgens Willem Van de Voorde, de Belgische ambassadeur bij de EU, is dat nu net hét grote argument om het roulerende voorzitterschap te behouden. Ambtenaren en ministers moeten zich inleven in hun rol als voorzitter, en zo ontdekken ze wat het is om in het Europese belang te werken, en niet alleen in dat van hun eigen land.

BEKIJK

Door het feit dat om de zes maanden nationale ministers, diplomaten en ambtenaren het roer overnemen, heeft de Raad van de EU trouwens relatief weinig personeelsleden nodig in Brussel: 3100. Dat is veel minder dan de Europese Commissie (32.000) of het Europees Parlement (8.000).

Alle delen van Europa in de schijnwerpers

Landen die voorzitter zijn proberen van de gelegenheid ook gebruik te maken om hun eigen sterktes en prioriteiten in de Europese schijnwerpers te plaatsen. Ministers nodigen hun collega’s uit voor informele vergaderingen, vaak naar de regio waar ze zelf wonen. De voorbije zes maanden vonden die in Spanje plaats, de komende zes maanden in België.

Zo organiseert minister van Financiën Vincent Van Peteghem een meeting in de Ghelamco Arena (tegenwoordig KAA Gent Arena). Vlaams minister van Industrie Jo Brouns kiest voor het Thor Park in Genk, minister Hilde Crevits nodigt haar Europese visserijcollega’s uit naar Brugge en Zeebrugge. Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon organiseert in mei dan weer een werkdiner voor zijn Europese collega's in het KMSK in Antwerpen.

“Europa” strijkt zo, in de loop der jaren, neer in elke uithoek van de Europese Unie, van Cyprus tot Finland, en leert lokale en regionale besognes kennen, die in het verre Brussel anders misschien onbekend zouden blijven.

Veel lidstaten gebruiken hun voorzitterschap ook om Europa wat dichter bij hun eigen burgers te brengen. Onze federale overheid organiseert bijvoorbeeld een burgerpanel en andere evenementen. De Vlaamse overheid kiest zelfs voor een heus volksfeest onder de slogan "Zie ons doen"  in Mechelen morgen, met onder meer een gratis concert met bekende artiesten.

Voorzitterschap als verkiezingscampagne?

Maar gaan onze ministers het feit België voorzitter is, niet vooral gebruiken om hun imago een boost te geven in aanloop naar de verkiezingen van 9 juni? Het is een verwijt dat dikwijls klonk tijdens het Franse voorzitterschap in de eerste helft van 2022, toen er in Frankrijk presidents- en parlementsverkiezingen waren.

Dat het Belgische voorzitterschap samenvalt met onze regionale en federale verkiezingen, is alleszins toeval. En misschien is het zelfs geen slechte zaak, vanuit educatief oogpunt.

“Europa” strijkt door het voorzitterschap neer in elke uithoek van de EU en leert zo lokale en regionale besognes kennen die in het verre Brussel anders misschien onbekend zouden blijven

Het voorzitterschap maakt zichtbaar aan burgers en journalisten dat onze ministers (federale, Vlaamse, Waalse en Brusselse, en zelfs Duitstalige) mee aan tafel zitten wanneer er Europese wetten gemaakt worden. Het toont dat “Europa” geen anoniem bureaucratisch monster is dat richtlijnen en verordeningen uitspuwt over de lidstaten. De lidstaten en hun ministers zijn immers datzelfde Europa.

Niet alleen tijdens het voorzitterschap beslissen onze ministers mee, ze doen dat eigenlijk de hele tijd. Het federale of Vlaamse parlement kan hen daarvoor ter verantwoording roepen. De kiezers kunnen hen bij verkiezingen afrekenen op wat ze aan de Europese vergadertafel hebben goedgekeurd, of op wat ze hebben geblokkeerd.

Want ja, ook de federale en Vlaamse verkiezingen zijn Europese verkiezingen. Net zoals de Duitse of Poolse of Nederlandse verkiezingen dat zijn: als er een andere regering aan de macht komt, kan dit de verhoudingen aan de Europese vergadertafel veranderen.

Het voorzitterschap maakt zichtbaar aan burgers en journalisten dat al onze ministers mee aan tafel zitten wanneer er Europese wetten worden gemaakt

Helaas blijft dit “Europese” deel van het werk van onze ministers vaak onderbelicht, in het parlement maar ook in de media. Dat de focus tijdens het voorzitterschap eventjes verhuist naar dat andere deel van de Wetstraat (het Europese hoofdkwartier aan het Schumanplein) is mooi meegenomen.

Wie het land of een van zijn deelstaten wil besturen de komende 5 jaar, zou tijdens de verkiezingsdebatten ook aan de tand gevoeld moeten worden over Europese thema’s. Moet Oekraïne lid worden van de Europese Unie? Hoe kan de EU hervormd worden? Hoe moet het Europese klimaatbeleid eruit zien? Wat met de bescherming van de rechtsstaat in Europa? Wat met het migratiebeleid?

Europa verdient best wat meer debat, het voorzitterschap zorgt daar hopelijk voor.

(Het juiste antwoord op de quizvraag: Frankrijk, Tsjechië, Zweden en Spanje)

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"