In Spanje is Alberto Núñez Feijóo, de leider van de conservatieve Partido Popular, er niet in geslaagd om een regering te vormen. De PP kwam als winnaar uit de verkiezingen, maar vond net te weinig steun in het parlement voor een meerderheid. Alle ogen zijn nu gericht op ontslagnemend premier Pedro Sánchez, die al maanden achter de schermen aan het onderhandelen is om zelf een regering te vormen.
Oppositieleider Feijóo krijgt geen regering op de been in Spanje, slaagt ontslagnemend premier Sánchez er wel in?
Het stond in de sterren geschreven en het is ook gebeurd: PP-leider Feijóo is er niet in geslaagd om genoeg stemmen te halen in het parlement tijdens de zogenoemde investidura. Dat is een soort vertrouwensstemming in het parlement waarbij een kandidaat-premier een meerderheid achter zich probeert te krijgen.
In Spanje verloopt dat proces als volgt: tijdens een eerste stemming moet de kandidaat-premier een absolute meerderheid achter zich krijgen. Afgelopen woensdag kreeg Feijóo de steun van zijn eigen partij, de uiterst rechtse partij Vox en twee kleinere partijen. Goed voor 172 stemmen, maar voor een absolute meerderheid zijn er 176 nodig.
48 uur later volgt een tweede stemming. Die legt de lat wat lager: de kandidaat-premier heeft meer voor- dan tegenstemmen nodig. Onthoudingen kunnen hier dus een belangrijke rol spelen. Die stemming vond vandaag plaats, maar zoals verwacht slaagde Feijóo er ook nu niet in genoeg stemmen te behalen. Net als woensdag kwam Feijóo amper 4 stemmen te kort.
De PP won in juli de parlementsverkiezingen, maar minder overtuigend dan verwacht. De gedoodverfde coalitiepartner van de PP, het uiterst rechtse Vox, verloor bovendien een twintigtal zetels. De sociaal-democratische PSOE van premier Sánchez scoorde dan weer beter dan verwacht. Aangezien noch het rechtse, noch het linkse blok een meerderheid haalde en voor een grote coalitie tussen de PP en de PSOE de tijd nog niet rijp is in Spanje, beloofde de regeringsvorming uiterst moeilijk te worden.
Opnieuw linkse regering?
Nu Feijóo zijn investidura niet overleefd heeft, zijn alle ogen gericht op ontslagnemend premier Sánchez. Zijn PSOE en de radicaal-linkse partij Sumar zijn al maanden achter de schermen aan het onderhandelen met enkele kleine, regionale, nationalistische partijen om een nieuwe regering te vormen.
Sánchez heeft daarbij vooral de steun nodig van de Catalaanse separatistische partij Junts van Carles Puigdemont (die nog altijd in België woont). De komende tijd zal moeten blijken hoeveel de PSOE aan Junts wil toegeven om aan de macht te blijven.
De Catalanen willen onder meer amnestie voor de veroordeelde Catalaanse leiders en een nieuw referendum over onafhankelijkheid in Catalonië. Voor het eerste lijkt binnen de PSOE genoeg steun te zijn, een referendum ligt echter heel moeilijk.
Een andere eis in intussen (deels) ingewilligd: de co-officiële talen Catalaans, Baskisch en Galicisch mogen sinds kort gesproken worden in het Spaanse parlement. En in de Europese Unie wordt onderzocht of ze ook daar als officiële talen erkend kunnen worden.
Sánchez heeft nu nog twee maanden de tijd om een regering te vormen. Ook andere partijen krijgen in principe nog initiatiefrecht, al lijken de kansen van Feijóo uitgespeeld. Als Sánchez er binnen die twee maanden niet in slaagt om genoeg stemmen achter zich te krijgen in het parlement, zullen de Spanjaarden opnieuw naar de stembus moeten. Die verkiezingen zouden dan ergens in januari plaatsvinden.


