Een nieuwe natuurherstelwet moet de achteruitgang van de biodiversiteit in de Europese Unie helpen tegengaan. Maar het enthousiasme waarmee die wet vorig jaar op tafel gelegd werd, taant wat. De Europese Volkspartij en enkele Europese landbouwministers vragen zich af of die wet wel zo'n goed idee is. De Vlaamse regering vreest dan weer voor een nieuw stikstofdossier.
Europa worstelt met Natuurherstelwet: waarvoor dient de wet en waarom ziet de landbouw die niet graag komen?
Het is deze Europese Commissie menens met de groene transitie, zeg maar de omschakeling naar een duurzamere samenleving. In april werd er al een nieuw, groot pakket van klimaatregelen aangenomen. Maar de kers op de taart van de Green Deal ontbreekt nog. Dat moet de natuurherstelwet worden.
Aanvankelijk was het enthousiasme daarvoor vrij groot. Maar onder andere bij de Europese Volkspartij (EVP) keren de geesten al enkele weken. De EVP is de grootste fractie van het Europees parlement en de partij van Commissievoorzitter Von der Leyen. De partij vraagt zich af of de natuurbescherming in Europa stilaan niet wat aan het doorslaan is ten nadele van de landbouw.
Maar wat is die natuurherstelwet precies, waarom wordt de landbouw er zo zenuwachtig van, en hoe kijken onze politici naar het dossier?
Eerst en vooral: waarom is er eigenlijk een Natuurherstelwet nodig?
Het gaat niet zo goed met de biodiversiteit in Europa en met de natuurgebieden die die biodiversiteit moeten garanderen.
Een voorbeeld: zo'n 25 procent van het grondgebied van de Europese Unie bestaat uit waardevol Natura 2000-gebied en wordt in principe beschermd. Je mag er bijvoorbeeld niet zomaar hout kappen. Maar in 2018 was slechts 15 procent van al die natuurgebieden in goede staat, en nog eens 4 op de 10 gingen nog verder achteruit. De klimaatverandering zet een turbo op die achteruitgang.
Daarom vindt Europa het tijd voor drastische maatregelen. De Europese Commissie deed in juni 2022 een voorstel voor een Europese natuurherstelwet. Die wet, eigenlijk een verordening, moet ervoor zorgen dat tegen 2030 minstens 20 procent van alle land- en zeeoppervlakte in de EU hersteld wordt, en tegen 2050 alle ecosystemen die in moeilijkheden zitten. Dat gaat dus breder dan enkel de Natura 2000-gebieden.
Wat houdt de natuurherstelwet in?
De natuurherstelwet bestaat uit een resem van maatregelen en doelstellingen. Die moet heel wat verschillende ecosystemen ten goede komen: bossen, landbouwgebied, rivieren, zeeën en zelfs steden.
Dat kan bijvoorbeeld door vervuilende uitstoot in de buurt naar beneden te halen of door minder pesticiden te gebruiken. Dat laatste kan de achteruitgang van bestuivers zoals bijen stoppen.
Het Europees Parlement toont nog meer ambitie dan de Commissie. Zo wil het Parlement de lat voor 2030 op 30 procent hersteld natuurgebied leggen, 10 procent hoger dan het voorstel van de Commissie dus. Het stelde ook voor om 10 procent van alle landbouwgebied te verrijken met "hoogdiverse landschapskenmerken" en 3 miljard extra bomen aan te planten tegen 2030.
De ambitie ligt dus hoog. Belangrijk: aangezien het gaat om een wet, zouden lidstaten die niet voldoen aan de doelstellingen gestraft kunnen worden.
Wat vinden de lidstaten daarvan?
Die zijn niet allemaal even enthousiast. Elke twijfelende lidstaat heeft daar zo zijn eigen redenen voor, afhankelijk van de lokale realiteit.
Zo vrezen Scandinavische landen zoals Finland voor het voortbestaan van de bosbouwsector. Zullen ze hun bossen nog kunnen gebruiken voor houtwinning als ze die van Europa moeten beschermen? Elders, zoals in Nederland en in ons land, is het vooral de landbouwsector die zich laat horen.
Waarom voelt de landbouw zich geviseerd?
De boeren vrezen dat zij het kind van de rekening worden. Ze hebben nog maar net het pijnlijke stikstofdossier te verwerken gekregen en vrezen dat daar nu een nieuw milieudossier bij komt, met weer nieuwe verplichtingen en verboden.
Dat de plannen op dit moment nog vaag zijn, helpt niet om de onzekerheid weg te werken. "We weten nog niet welke inspanningen van elke lidstaat gevraagd zullen worden", klinkt het bij de Boerenbond. "Is dat pakweg 20 procent (het voorstel van de Commissie, red.) of 30 procent (het voorstel van het Europees Parlement)?"
De lat zal niet voor elke lidstaat even hoog liggen. Toch heeft de Boerenbond alvast berekend wat de impact zou zijn van een scenario waarbij België 20 procent van zijn natuurgebied moet herstellen. Volgens die oefening zou 170.000 hectare Vlaams landbouwgebied natuurgebied worden, goed voor 27 procent van alle landbouwgebied. "Dat is gigantisch, zowel sociaal als economisch."
De Vlaamse minister van Landbouw Jo Brouns (CD&V) maakt zich ook zorgen om het Europese voornemen om drooggelegde landbouwgronden op veenland opnieuw te vernatten. "Ik kan je vertellen dat er in Vlaanderen en Nederland heel veel grond is drooggelegd om aan landbouw te doen.”
Europees parlementslid Tom Vandenkendelaere (CD&V) verwijst dan weer naar het niet-verslechteringsprincipe. Dat bepaalt dat als je grond eenmaal begint te verbeteren, dat nadien nooit meer achteruit mag gaan. Ook daar leeft dus de vrees dat België zich zal vastzetten.
Veel onduidelijheid en zorgen dus. EU-milieucommissaris Virginijus Sinkevičius noemde die op Twitter "mythes". Ook de landbouw profiteert van vruchtbare bodems, grotere hoeveelheden water die vastgehouden worden en bestuivers, argumenteerde hij op 5 mei in een reeks tweets.
Ook federaal minister van Leefmilieu Zakia Khattabi (Ecolo) wijst erop dat de natuurherstelwet de boeren ten goede kan komen. "Natuurherstel zorgt voor veerkracht van onze landbouw en leefbaarheid van onze steden."
Verder valt bij de Commissie te horen dat het niet de bedoeling is om extra beschermd natuurgebied te creëren, enkel om bescherming van de nu al beschermde grond daadwerkelijk af te dwingen. Boeren zouden volgens die lezing dus geen grond verliezen. Bovendien zou niet alle landbouwgrond waarvoor natuurherstel nodig is, automatisch verloren zijn voor de landbouw. In sommige gevallen zouden daar ook wingewassen op aangeplant mogen worden, bijvoorbeeld fruitbomen of bessenstruiken.
Wat heeft het stikstofdossier ermee te maken?
Vlaanderen heeft het consultancybureau Deloitte onder de arm genomen voor een impactanalyse van de plannen. Die bevestigt vooral dat er nog veel onduidelijk is, bijvoorbeeld op welke gebieden de wetgeving zal slaan.
Deloitte besluit dat de impact voor ons land waarschijnlijk het grootst zal zijn voor de landbouw, de industrie en de mobiliteitsinfrastructuur. Dat zijn precies de sectoren die in Nederland getroffen werden in het stikstofdossier.
Minister van Landbouw Brouns ziet duidelijke parallellen met het stikstofdossier. Hij verwijst naar de "vage rechtspraak" die bepaalt hoe Natura 2000-gebieden beschermd moeten worden. "In de oorspronkelijke richtlijn stond dat natuurgebied niet aangetast mag worden. Eerst betekende dat dat je er niet mag kappen of natuur omzetten naar landbouwgrond. Na verloop van tijd is dat echter gaan betekenen dat er niet meer dan zoveel gram stikstof mag neervallen." Daardoor kregen boeren in de buurt van natuurgebied uitstootbeperkingen opgelegd.
Verder stelt Deloitte in zijn impactanalyse vast dat sommige doelstellingen later nog aangevuld moeten worden door Europa, nadat er al een goedkeuring is gegeven door de lidstaten. Bij het kabinet van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) is men weigerachtig om zo'n carte blanche te geven. Daar vreest men een goedkeuring als een boemerang in het gezicht terug te krijgen.
Wat zullen Vlaanderen en België doen?
In ons land moeten de gewesten en het federale niveau samen een Belgisch standpunt bepalen. Die onderhandelingen lopen momenteel, artikel per artikel. Voor sommige artikels loopt dat erg moeizaam. Wallonië, Brussel en het federale niveau scharen zich grotendeels achter de Europese plannen, maar Vlaanderen loopt allerminst over van enthousiasme.
Officieel heet het dat de Vlaamse regering "voorstander is van de natuurherstelwet, maar wijzigingen vraagt aan het voorliggende voorstel". Achter dat diplomatische standpunt zit veel diepere scepsis. Minister van Landbouw Brouns zegt onomwonden dat het "roekeloos" zou zijn om de natuurherstelwet te steunen. Vlaanderen lijkt de natuurherstelwet voorlopig niet te zullen torpederen. Maar aan de andere kant van de Belgische onderhandelingstafel leeft wel de vrees dat Vlaanderen de wet zal uithollen tot er niet veel meer overblijft dat verder gaat dan de huidige wetgeving rond de Natura 2000-gebieden.
Federaal minister van Leefmilieu Khattabi blijft erin geloven. "We moeten onze samenleving voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Laat ons lessen trekken uit het verleden. Net als bij de klimaatverandering zal een gebrek aan ambitie een menselijke en economische kost hebben. Wij hebben genoeg tijd verloren om voor onze natuur te zorgen."
Er is wel nog even tijd. De natuurherstelwet zal besproken worden op de Milieuraad van 20 juni. Bedoeling is dat er dan onder het Zweedse voorzittersschap van de Raad van de EU een overeenstemming gevonden wordt over plan van aanpak. Maar het kan gemakkelijk zomer 2024 worden voor de natuurherstelwet in kannen en kruiken is. Het zal dan de verantwoordelijkheid zijn van het land dat op dat moment de Raad voorzit: België.



