Een voormalig kamelenhandelaar en een simpele soldaat schopten het tot leiders van Soedan, maar in hun zoektocht naar macht storten ze het land in chaos. Wie zijn Mohamed Hamdan Dagalo en Abdel Fattah al-Burhan, de twee machtsgeile generaals die elkaar bevechten in het Oost-Afrikaanse land?
In Soedan, in het oosten van Afrika, doet een machtsstrijd binnen het leger het land op zijn grondvesten daveren. Daarbij zijn al honderden burgers om het leven gekomen. Centraal in het conflict staat de rivaliteit tussen twee generaals: die van het reguliere leger, Abdel Fattah al-Burhan, en die van de paramilitaire groep RSF (Rapid Support Forces) Mohamed Hamdan Dagalo, ook bekend als Hemedti.
RSF-leider Mohamed Hamdan Dagalo
Aan de ene kant van het conflict staat de RSF (Rapid Support Forces), een paramilitaire organisatie onder leiding van Mohamed Hamdan Dagalo. De groep staat bekend om haar wreedheid en mensenrechtenschendingen. Maar wie is Dagalo, de leider van de groepering?
Handelaar in kamelen
Dagalo is geboren in het jaar 1974 in Darfur, een regio in het westen van Soedan. Zijn neef was het stamhoofd van een tak van de Rizeigat, de gemeenschap waarin Dagalo opgroeide. Zijn educatieve loopbaan was geen succes: na het derde leerjaar stopte hij met zijn opleiding. Daardoor kwam hij ook al snel in dezelfde sector als zijn neef terecht en werd hij kamelenhandelaar.
Maar die carrièreswitch is hem zuur opgebroken. Zijn konvooi werd immers aangevallen door strijders die vochten in het conflict van Darfur. Ongeveer 60 van zijn familieleden zouden daarbij zijn omgekomen. Ook werden al zijn kamelen gestolen en doorverkocht. Door die overval besloot Dagalo om zelf de wapens op te nemen en zich te mengen in het conflict.
Militair talent
Hij voegde zich bij de Janjaweed, een verzameling van Arabische milities die meestal ook in de kamelenhandel actief waren. Al snel rees Dagalo door de rangen. Zo werd hij ook opgemerkt door president al-Bashir, die strijders van de Janjaweed rekruteerde om voor hem te vechten tegen de rebellen in Darfur. Die rebellen waren tegen de president in opstand gekomen.
Toch maakten de Janjaweed zich niet populair bij de lokale bevolking. Mensenrechtengroepen beschuldigen de strijders van oorlogsmisdaden, waaronder moorden, verkrachtingen en martelpraktijken bij burgers. Het was die beweging die in 2013 uitgroeide tot de RSF. Het combineerde enkele elementen van de Janjaweed met de steun van de geestelijken van al-Bashir en de middelen van zijn informatie- en veiligheidsdiensten.
Vriend wordt vijand
De successen van Dagalo binnen de RSF kenden geen grenzen. President al-Bashir gaf hem meer autonomie en promoveerde hem zelfs tot luitenant. In Darfur veroverde hij de ene na de andere goudmijn, en zijn vermogen nam zienderogen toe. Zijn familie liet de kamelenhandel voor wat hij was en focuste zich nu volledig op de lucratieve goudmijnen. Hoewel Dagalo dus veel te danken had aan president al-Bashir, was het net hij die de president ten val bracht.
Dat gebeurde in 2019, na een heerschappij van bijna 30 jaar. Samen met het leger bracht hij een einde aan het presidentschap van al-Bashir. In de navolging van die staatsgreep werd een militair en burgerlijk partnerschap gesloten. Dagalo werd daarbij als het onderhoofd van de Militaire Overgangsraad aangesteld, die toen alle macht in handen had.
Hij regeerde met harde hand. Zo doet het verhaal de ronde dat zijn RSF meer dan 100 tegenstanders vermoord heeft in een protestkamp.
De afgelopen jaren wist hij zijn machtspositie nog verder uit te bouwen, zowel nationaal als internationaal. Toch liepen de spanningen met het leger op en Dagalo stak zijn ongenoegen niet onder stoelen of banken. In december raakte de RSF slaags met pro-democratische stemmen in Soedan en met het leger, waar generaal Abdel Fattah al-Burhan een belangrijke positie had.
Generaal Abdel Fattah al-Burhan
De andere grote naam in dit conflict is al-Burhan. Hij is een militaire gezaghebber die al jaren de facto de leider is van Soedan. Toch raakte hij slaags met de RSF, de paramilitaire organisatie die het leger in 2019 nochtans hielp om president al-Bashir omver te werpen. Waar liep het verkeerd?
Van eenvoudige soldaat...
Over de jeugd van al-Burhan is niet veel bekend. Hij zag het levenslicht in 1960 in een dorpje in het noorden van Soedan. In tegenstelling tot Dagalo heeft hij wel zijn schoolopleiding voltooid. Na zijn schooltijd ging hij naar de militaire school van Soedan, waar hij het 31e bataljon vervoegde.
Voor 2019 had eigenlijk niemand echt gehoord van al-Burhan. Toch was hij al lang actief in het leger, zij het een lange tijd als een gewone soldaat. In 2008 wist hij wel op te klimmen tot een regionale commandant.
... tot leider van het land
Hoewel president al-Bashir en andere Soedanese functionarissen veroordeeld werden voor oorlogsmisdaden, bleef al-Burhan - letterlijk en figuurlijk - buiten schot. In plaats daarvan werd hij in 2018 net gepromoveerd tot stafchef van het Soedanese leger. In april 2019, tijdens de staatsgreep, was hij een van de invloedrijkste personen binnen het leger.
En de coup legde hem geen windeieren. Al-Burhan werd aangesteld tot het hoofd van de Militaire Overgangsraad. Hij stond dus een trapje hoger in de hiërarchie dan Dagalo. Dat maakte van hem de facto de leider van Soedan. Samen met Dagalo hield hij de touwtjes stevig in handen en werd het pad naar een echte democratie doelbewust niet bewandeld.
Honger naar meer macht
Maar net als het pad naar democratie, was ook de vriendschap tussen de RSF en het leger een kort leven beschoren. De machtshonger van beide partijen stelde de stabiliteit en de vrede van Soedan stevig op de proef. Een overeenkomst moest daar verandering in brengen. In december leek die er zelfs bijna te komen. Het leger ging akkoord om zich te focussen op zijn echte taak, het beschermen van het land, en zou de RSF in hun rangen opnemen.
Ze hadden de overeenkomst slechts te printen en te ondertekenen, toen de RSF besliste dat het toch niet langer met het leger in zee wou. Ook het publieke discours was de laatste weken van de onderhandelingen opmerkelijk harder geworden. De recente uitbraak van geweld doet de hoop op een nieuwe burgerregering, en op vrede en stabiliteit als sneeuw voor de zon verdwijnen.



