De gewelddadige machtsstrijd in het Oost-Afrikaanse land Soedan is de zoveelste aflevering in de bloedige geschiedenis van het land. Een bloedig conflict met de Zuid-Soedanese rebellen - het langstdurende conflict in Afrika -, een jarenlange burgeroorlog in de westelijke regio Darfoer en de ene na de andere militaire dictator: de onafhankelijkheid heeft de gemiddelde Soedanees geen geluk gebracht.
Staatsgrepen, burgeroorlogen en crisissen: de woelige geschiedenis van Soedan
Tot 1955 was Soedan een Brits-Egyptisch condominium, een gebied met een soevereiniteit die tussen het Verenigd Koninkrijk en Egypte werd gedeeld. Onder de Britten werd de invloed van de islam in het zuiden zo veel mogelijk beperkt, waardoor het gebied in feite verdeeld raakte in een overwegend islamitisch noorden en een overwegend christelijk zuiden. Die opdeling zou het land later nog zuur opbreken.
Op 1 januari 1956 werd Soedan een onafhankelijk land, geregeerd door een coalitieregering.
Het langstdurende conflict van Afrika
Al van net voor de onafhankelijkheid komt het christelijk-animistische zuiden in opstand tegen de regering in Khartoem, die overheerst wordt door islamitische Arabieren. Door de opstand raakt het regime in Khartoem gedestabiliseerd, wat in 1958 leidt tot een eerste militaire staatsgreep. Het zou zeker niet de laatste keer zijn dat de militairen de teugels in handen nemen, maar ook zij slagen er niet in stabiliteit te brengen, laat staan de rebellen in het zuiden te verslaan.
In 1972 sluit de militaire dictator Jafaar Mohammed al-Numeiri een akkoord met de Zuid-Soedanese bevrijdingsbeweging SPLM, maar als diezelfde Numeiri in 1983 de sharia invoert, het islamitische recht, betekent dit het einde van een 10-tal jaren van relatieve rust. Onder John Garang en Salva Kiir vecht het Soedanese Bevrijdingsleger SPLA een bloedige onafhankelijkheidsoorlog uit.
Volgens mensenrechtenorganisatie Amnesty International worden de mensenrechten tijdens de oorlog geregeld geschonden. De burgerbevolking is het grote slachtoffer: naar schatting 1,5 miljoen mensen komen om, vaak door honger, droogte en ziektes ten gevolge van de oorlog. In 2004 wordt het langstdurende conflict op het Afrikaanse continent eindelijk beëindigd en in 2011 wordt Zuid-Soedan onafhankelijk.
Conflict over grond leidt tot oorlog in Darfoer
In 2003 leidt een conflict over grond tussen de van oorsprong Afrikaanse Foer en Arabische nomaden tot een open oorlog in Darfoer, een regio in het westen van Soedan, aan de grens met Tsjaad.
De burgeroorlog gaat tussen de rebellen van de Beweging voor Rechtvaardigheid en Gelijkheid (JEM) en het Soedanese Bevrijdingsleger (SLA) en het Soedanese regeringsleger. Het leger krijgt hulp van de beruchte Janjaweed-milities. Dorpen worden geplunderd en in brand gestoken, mannen vermoord en vrouwen verkracht. Overal waar de Janjaweed-mannen te paard of op kamelen verschijnen, slaat de burgerbevolking op de vlucht.
Volgens de Verenigde Naties zijn er meer dan 2,7 miljoen ontheemden. Er vallen minstens 300.000 doden: door het geweld, maar ook door hongersnood en ziekte. De Soedanese dictator Omar al-Bashir wordt aangeklaagd voor volkenmoord door het Internationaal Strafhof in Den Haag. Het conflict wordt uiteindelijk beëindigd in 2011, na tweeëneenhalf jaar onderhandelen.
Geen democratie, maar de ene na de andere dictator
Het einde van de conflicten met de rebellen in het zuiden en in Darfoer betekent niet noodzakelijk meer stabiliteit in Khartoem. Er zijn de grensconflicten met Zuid-Soedan - onder meer over de controle over olierijke gebieden - maar er is ook onrust over stijgende voedselprijzen.
Aanhoudende protesten leiden in 2018 uiteindelijk tot het aftreden van dictator al-Bashir. Maar de opeenvolgende militairen die daarna de touwtjes in handen krijgen slagen er niet in de rust te doen weerkeren.
De bevolking protesteert geregeld voor een snelle overgang naar een democratie, maar krijgt de ene militaire coup na de andere, vergezeld door geweld van soldaten en militieleden die elkaar bekampen. Deze keer gaat het tussen het reguliere leger en de Rapid Support Forces (RSF), een paramilitaire groep met aan het hoofd Mohamed Hamdan Dagalo, tevens vicepresident.
