Na de reportage van “Pano” over de kinderopvang, hameren drie experts van de UGent de KU Leuven op een ommezwaai in het beleid. Jochen Devlieghere, Michel Vandenbroeck en Wim Van Lancker pleiten voor een systeem waarbij kinderopvang en kleuteronderwijs naadloos in elkaar overgaan. “Niemand zou vandaag nog kiezen voor het gesplitst systeem zoals wij dat kennen.”
Het voorbije jaar was een bijzonder jaar voor de kinderopvang, zoveel is zeker. We schreven eerder al dat de fundamenten waarop de kinderopvang gebouwd is, aan vernieuwing toe zijn. Daarbij zijn er twee aandachtspunten die dringend moeten worden aangepakt.
Ten eerste is er de zogenoemde “kindbegeleiderratio”, het aantal kinderen per begeleider. Vandaag staat één kindbegeleider in voor maximaal acht kinderen. Dat aantal stijgt naar negen wanneer er twee kindbegeleiders aanwezig zijn. Dat betekent dat twee kindbegeleiders instaan voor maar liefst maximaal 18 kinderen, zonder enig onderscheid in leeftijd. Dat is veel te veel.
Meer kinderen, minder kwaliteit
We staan in Europa helemaal onderaan de ladder als het gaat over het aantal kinderen per begeleider. Geen enkele regio doet het op dat vlak zo slecht als Vlaanderen. Dat gaat ten koste van de kwaliteit. De kindbegeleider heeft nu eenmaal minder tijd om signalen op te vangen van kinderen en dat remt hun ontwikkeling. Er is dan ook wetenschappelijke consensus dat we best streven naar een gemiddelde van vijf kinderen per begeleider.
Er is een wetenschappelijke consensus dat we best streven naar een gemiddelde van vijf kinderen per begeleider
Een tweede probleem is dat we in Vlaanderen niet alleen de hoogste kindnorm van Europa hebben, maar ook dat het personeel behoort tot de laagst opgeleiden van Europa. Nochtans weten we dat opleiding en vorming belangrijk zijn. Hoe beter de opleiding van kindbegeleiders, hoe hoger de kwaliteit van de kinderopvang.
In de meeste landen werken kindbegeleiders daarom samen met hoger opgeleide collega’s zoals pedagogische coaches. Op die manier krijgen ze vaak ook zelf de kans om door te groeien en kunnen zo ook in een hogere loonschaal terechtkomen. Als we willen dat mensen voor deze belangrijke sector kiezen, dan moeten we hen dat perspectief geven en hen volop ondersteunen bij de uitbouw van een carrière in het landschap van de kinderopvang.
Gesplitst systeem
Vooral kwetsbare kinderen zijn het slachtoffer van die problemen. Er blijft een zeer grote ongelijkheid in de toegang tot kwaliteitsvolle en betaalbare kinderopvang. Daarom is er meer nodig. Tegen de tijdgeest in moeten we vandaag ook een aantal weeffouten in de manier waarop we kijken naar onze jongste kinderen in vraag durven stellen. Zo kennen we vandaag in Vlaanderen nog steeds een gesplitst systeem als het gaat over de educatie van onze kinderen tussen nul en zes jaar oud.
Aan de ene kant kennen we de kinderopvang voor kinderen van 0 tot 2,5 jaar. Aan de andere kant kennen we de kleuterschool voor kinderen tussen 2,5 en 6 jaar. Dat zorgt ervoor dat de politieke bevoegdheid voor beiden bij een andere minister zit. De minister van Welzijn is verantwoordelijk voor de kinderopvang en de minister van Onderwijs voor de kleuterschool.
In alle landen met zo'n gesplitst systeem zien we dat er minder aandacht is voor de kwaliteit van de kinderopvang
In alle landen waar dit zo is, zien we dat er minder aandacht is voor de kwaliteit van de kinderopvang, minder financiële middelen en lagere kwalificatievereisten voor het personeel dat er werkt. Zo wordt in het kleuteronderwijs standaard een bachelordiploma vereist, terwijl dat in de kinderopvang niet het geval is. Op het gebied van verloning verdienen kindbegeleiders in de kinderopvang dan weer veel minder dan kleuteronderwijzers.
Leren zorgen
Dat onderscheid is natuurlijk het gevolg van een maatschappelijk dominant denken dat zorgen en leren niet kunnen samengaan. Nochtans hoeft dat niet zo te zijn. Sterker nog: er zijn zeer goede redenen om van dat onderscheid af te stappen en volop te streven naar één geïntegreerd systeem. We spreken in dat geval van educare, ofwel de combinatie van “education” en “care” voor kinderen tussen 0 en 6 jaar oud.
Een geïntegreerd systeem vertrekt vanuit de idee dat zorg, leren, spelen en opvoeden hand in hand gaan en geen tegenstellingen zijn van elkaar. Het zorgt ervoor dat kinderen geen transitiemoment hebben tussen de kinderopvang en de kleuterschool. We weten namelijk dat dit transitiemoment voor kinderen niet altijd even gemakkelijk is.
Een geïntegreerd systeem zorgt ook voor vertrouwde gezichten en een vertrouwde omgeving. Men spreekt van een “doorgaande ontwikkelingslijn” op cognitief, emotioneel, psychisch en fysisch vlak. Tegelijk zorgt het ook voor een doorgedreven professionalisering van iedereen die met jonge kinderen werkt.
Als we vandaag de educatie voor kinderen tussen nul en zes jaar voor het eerst zouden moeten organiseren, zou niemand nog kiezen voor het gesplitst systeem zoals wij dat vandaag kennen
Op zich is het simpel. Als we vandaag de educatie voor kinderen tussen nul en zes jaar voor het eerst zouden moeten organiseren, zou niemand nog kiezen voor het gesplitst systeem zoals wij dat vandaag kennen. Sterker nog: iedereen met kennis van het wetenschappelijk onderzoek over dit thema zou resoluut voor een geïntegreerd systeem kiezen. Laat ons daarom stoppen met twijfelen en starten met handelen, voor een betere toekomst voor onze allerjongsten.




