Snapchat-moederbedrijf Snap heeft een schikking getroffen met 2 Amerikaanse tieners. Na Meta, TikTok en YouTube vermijdt nu dus ook Snap een veelbesproken proces over de verslavende werking van sociale media en de mentale schade bij jongeren.
Na Meta en TikTok koopt ook Snap proces af over verslavende Snapchat-functies
Het proces zou deze week van start gaan in Los Angeles, maar 2 dagen voor de start van de debatten kwamen beide partijen tot een akkoord.
Met deze stap treedt Snap in de voetsporen van andere techgiganten zoals Meta (het bedrijf achter Instagram en Facebook), TikTok en YouTube, die in gelijkaardige zaken eveneens schikkingen troffen om een proces te voorkomen.
TikTok betaalde toen 400 miljoen dollar voor die schikking, Meta had er 16,68 miljard euro voor over. Deze keer is er geen duidelijkheid over de financiƫle details die Snap heeft afgesproken.
Een woordvoerder van Snap liet weten tevreden te zijn met de schikking en benadrukte dat het bedrijf zich blijft inzetten voor de veiligheid van zijn gebruikers: "Veiligheid is nooit een vaststaand feit, we blijven hier continu aan werken."
Snapstreaks en mentale problemen
De zaak was aangespannen door 2 Amerikaanse meisjes van 16 en 18 jaar. Zij beschuldigden Snapchat ervan bewust te zijn ontworpen om jongeren verslaafd te maken.
In de klacht verwezen ze onder meer naar 'Snapstreaks', waarbij gebruikers elke dag berichten moeten blijven sturen om een reeks niet te onderbreken, en naar de frequente meldingen. Volgens de meisjes leidde dit intensieve gebruik tot depressies, angststoornissen, eetstoornissen en zelfbeschadiging.
Door de schikking hoeft topman Evan Spiegel niet te getuigen en worden interne documenten van het bedrijf niet publiekelijk gemaakt. Het akkoord gaat niet uit van een schuldbekentenis.
Geen proces, wel schikking
De zaak is onderdeel van een bredere juridische strijd in de Verenigde Staten over de impact van sociale media op kinderen en jongeren.
Bij een eerste proces in maart van dit jaar besliste een jury dat Meta en YouTube nalatig waren geweest, wat resulteerde in een schadevergoeding van enkele miljoenen voor een slachtoffer.
Dat was de enige keer dat een jury zich over de kwestie uitsprak. Sindsdien verkiezen de grote techbedrijven stelselmatig om buiten de rechtbank een regeling te treffen om verdere veroordelingen en imagoschade te vermijden.