Naar hoofdinhoud

Spoedarts Ignace Demeyer na treinramp in Spanje: "Mensen overschatten paniek, maar onderschatten de mentale impact"

Artikel luisteren
9min
Meer info

"Bij zo'n grootschalige hulpverlening komt het er uiteindelijk altijd op neer om gewoon je gezond boerenverstand te gebruiken." Dat zegt spoedarts Ignace Demeyer, die zelf ook de medische leiding had tijdens de treinrampen in Buizingen in 2010 en in Wetteren in 2013. Hij licht toe hoe het er in de eerste uren aan toegaat en hoe psychologische hulp voor hulpverleners vaak nog onderschat wordt. 

Stien Schoofs
Gepubliceerd:

Samenvatting:

  • Spoedarts Ignace Demeyer leidde de medische hulp bij de treinrampen in Buizingen (2010) en Wetteren (2013). Hij legt uit hoe de eerste uren van zo'n grootschalige hulpverlening verlopen, na de treinramp in Spanje van gisterenochtend.

  • Volgens Demeyer moet de eerste MUG-arts eerst het aantal gewonden inschatten. Daarna volgen triage, een spreidingsplan over ziekenhuizen in een brede regio en een gezamenlijk mortuarium voor de overledenen.

  • Demeyer zegt dat psychologische hulp voor hulpverleners vroeger een taboe was en nu verplicht is in het rampenprotocol. Hij vindt dat Belgische burgemeesters een opleiding rampenmanagement moeten volgen, zoals in Groot-Brittannië.

Rijtuigen naast de spoorwegberm, een uitgebrand treinstel en kranen die wanhopig proberen om de wrakstukken te verplaatsen: de beelden van de reddingswerken na de treinramp in Spanje tonen hoe verwoestend de botsing tussen de 2 treinen gisterenochtend was.

In die verwoesting doen de medische hulpverleners er alles aan om structuur te bewaren en zo veel mogelijk levens te redden. Dat weet Ignace Demeyer, ervaren spoedarts en expert rampengeneeskunde, als geen ander. Hij maakt de vergelijking met Belgische treinrampen, waar hij zelf vaak ter plaatse was.

De eerste minuten vol chaos

Demeyer lijkt wel voorbestemd om van wacht te zijn wanneer een ramp toeslaat. Hij was de eerste die opgebeld werd bij de treinramp in Buizingen (2010), in Wetteren (2013) en eerder dit jaar nog bij het dodelijke ongeval tussen een schoolbus en een trein in Buggenhout.

Wanneer de oproep binnenkomt, is het zijn taak om in te schatten wie er in actie moet komen. "Het valt op dat mensen in hun eerste paniek altijd veel meer slachtoffers zien dan er in werkelijkheid zijn", legt dokter Demeyer uit.

"Toen de eerste oproep over de treinbotsing in Buizingen binnenkwam, sprak men over honderden doden. Uiteindelijk waren dat er 19. Als je die verhakkelde treinwrakken in het veld ziet staan, denk je ook meteen dat ze vol dodelijke slachtoffers zitten."

De allereerste MUG-arts die ter plaatse arriveert, krijgt een cruciale opdracht: niet meteen op 1 individuele patiënt afrennen, maar een snelle en accurate inschatting maken van het totale aantal gewonden. Tegelijkertijd moeten op het terrein onmiddellijk strategische beslissingen vallen: waar richten we het operationeel hoofdkwartier op?

Triage en logistiek 

Zodra er meer hulpverleners ter plaatse zijn, treedt er een trechtersysteem in werking om te bepalen wie welke zorg krijgt, legt Demeyer uit. "Die start op de plek waar de slachtoffers zijn. Daar zetten we bewust een MUG-arts in die al heel wat kilometers op de teller heeft."

Die arts moet de ernst van de verwondingen inschatten en prioriteiten stellen. "Je instinct zegt je om af te stormen op de patiënt die het hardst roept om hulp. Maar in de praktijk zijn de patiënten die stil zijn er vaak het ergst aan toe."

BEKIJK
Passagiers op gecrashte treinen in Spanje getuigen

Na de triage moeten patiënten worden afgevoerd, en dat is bij treinrampen niet evident. "In Buizingen moesten slachtoffers over een afstand van meer dan 500 meter over de sporen naar het station van Halle worden gedragen", weet Demeyer nog.

Dat vraagt enorm veel energie en mankracht. "Je moet per brancard rekenen op 6 mensen om te helpen dragen. Bij een ramp van de grootorde zoals nu in Spanje is het cruciaal dat alles nationaal gecoördineerd wordt, zodat er voldoende mankracht kan worden ingeschakeld."

Bovendien is een doordacht spreidingsplan vereist. "Als alle ambulances naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis rijden, verplaatst de ramp zich simpelweg naar de spoeddienst. Daarom moeten de slachtoffers systematisch over een brede regio verspreid worden."

Geïmproviseerd mortuarium

Naast gewonden zijn er bij dergelijke rampen helaas ook veel dodelijke slachtoffers. Daarom is er gisteren in Toledo een geïmproviseerd mortuarium opgericht, een logische keuze volgens Demeyer.

"Ook daar moet een plan voor klaarliggen. Grote ziekenhuizen hebben vaak maar plaats voor 20 tot 30 overledenen. Als je de lichamen over verschillende ziekenhuizen verspreidt, maak je het de wetsdokters die nadien onderzoek moeten uitvoeren onnodig moeilijk."

Hoe hulpverleners te werk gaan, vraagt soms de nodige improvisatie. Demeyer herinnert zich dat ze in Buizingen voor een gelijkaardige aanpak kozen. "We hebben toen contact opgenomen met de haven van Antwerpen om gekoelde vrieswagens te laten overkomen. Dat was een ingeving op het moment zelf. Op een bewaakte parking hebben we die ingericht, zodat alle lichamen op 1 veilige plek bewaard konden worden."

Dankzij die aanpak verliep het vlotter dan bij de latere aanslagen op 22 maart 2016. "Toen werden slachtoffers over verschillende ziekenhuismortuaria verspreid. Organisatorisch was dat enorm complex: losgekomen ledematen lagen soms in het ene ziekenhuis, terwijl het lichaam in een ander mortuarium lag."

Mentale impact 

De confrontatie met verminkte lichamen, overleden kinderen of de wanhoop van nabestaanden laat diepe sporen na bij hulpverleners. Vroeger was er in de medische wereld nauwelijks aandacht voor mentale nazorg, vertelt Demeyer.

"Toen ik als jonge assistent om 2 uur 's nachts mijn supervisor opbelde voor een slachtoffer dat voor mijn ogen doodbloedde, zei die simpelweg: 'Veel succes, statistisch heeft hij geen kans', en legde de telefoon neer." "Na je eerste reanimatie of sterfgeval vroeg niemand hoe het met je ging. Dat bestond gewoon niet."

Je moet over zo'n trauma kunnen ventileren. Vroeger was dat een taboe, vandaag wordt het algemeen aanvaard

Spoedarts Ignace Demeyer

De echte omslag kwam er voor Demeyer in 2009, na de steekpartij in het kinderdagverblijf Fabeltjesland door Kim De Gelder, waarbij 2 baby's en 1 verzorgster werden vermoord. "Jonge collega's die zelf kinderen van die leeftijd hadden, zeiden achteraf: 'Ik doe dit niet meer.' Psychologisch trokken ze dat niet meer."

Sindsdien is psychologische ondersteuning voor hulpverleners een vast en verplicht onderdeel van het rampenprotocol. 

Ook bij treinrampen hakt de realiteit er zwaar in. "Na het treinongeval in Buggenhout heb ik geëist dat alle betrokken brandweermensen psychologische begeleiding kregen. 'Ik kan daar wel tegen', dat is het typische machogedrag van sommige hulpverleners. Dat is zever: je moet over zo'n trauma kunnen ventileren. Vroeger was dat een taboe, vandaag wordt het algemeen aanvaard."

Werk van lange adem

Een ramp is zelden voorbij zodra de laatste ambulance is vertrokken. Bij het treinongeval met giftige chemicaliën in Wetteren duurde de medische en bestuurlijke coördinatie maar liefst 3 weken, inclusief de volledige evacuatie van een deel van de gemeente.

Ook in Spanje zijn ze nog lang niet klaar. Nu wordt er nog volop gezocht naar slachtoffers, maar daarna start pas het echte werk voor het parket en de wetsdokters. "Bedenk maar eens wat er gebeurt zodra al die treinwagons worden opengemaakt: alle persoonlijke bezittingen - handtassen, boekentassen, reiskoffers en kleding - moeten door politie en brandweer worden verzameld."

Verschillende rijtuigen stortten van de spoorwegberm.

Nog ingrijpender is de berging en identificatie van de overledenen. "Het gaat niet alleen om lichamen, maar ook om losse ledematen. Mensen die fysiek zo zwaar zijn toegetakeld: dat steek je niet zomaar ineens in een doosje." In Spanje staan het rampenmanagement en de psychosociale ondersteuning volgens Demeyer wel op een erg hoog niveau.

Bemoeienissen van politici

Rampenmanagement is een multidisciplinaire samenwerking waarbij ook burgemeesters en politici nauw betrokken zijn. En daar is Demeyer niet altijd even enthousiast over. "Als leidinggevend directeur moet je neutraal blijven, maar politici maken het ons vaak moeilijk."

Als hulpverlener overleef je de chaos door te vertrouwen op je opleiding, je ervaring en bovenal op je gezond boerenverstand

Spoedarts Ignace Demeyer

Zo willen politici vaak dat inwoners zo snel mogelijk naar huis terugkeren, of nemen ze beslissingen op basis van wat hen de meeste stemmen zal opleveren, merkt de spoedarts op. "Terwijl je volstrekt neutraal moet handelen en overkoepelend moet beslissen in het belang van de totale veiligheid."

Hij vindt dat België een voorbeeld kan nemen aan Groot-Brittannië. Daar moeten burgemeesters verplicht een opleiding rampenmanagement volgen en slagen voor een examen voor ze in een crisiscel mogen zetelen. "In België heeft een burgemeester geen enkele opleidingsverplichting, maar wel de bevoegdheid om zich overal mee te bemoeien."

Ondanks de bestuurlijke wrijvingen en de chaos op het terrein blijft voor dokter Demeyer de kern van het vak overeind: "Rampenplannen op papier zijn nuttig als leidraad, maar elke ramp is uniek. Als hulpverlener overleef je de chaos door te vertrouwen op je opleiding, je ervaring en bovenal op je gezond boerenverstand."

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Maakt de nicotine-industrie een nieuwe generatie verslaafd? VRT NWS Pano en Knack onderzoeken de lobby achter nicotinezakjes.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"