"Veerkracht is geen individueel probleem", zegt Anne-Laura van Harmelen, hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht aan de Universiteit Leiden, nu blijkt dat slechts 6 procent van de Vlamingen vindt dat ze een hoge veerkracht hebben. "Er is niet 1 ding in je brein dat bepaalt of je veerkrachtig bent, wel een complex netwerk van kleine dingetjes." Met een wandeling alleen schiet je dus niets op, vindt Van Harmelen.
"Veerkracht is geen individueel probleem": met een wandeling alleen schiet je niets op
Samenvatting:
Uit een bevraging van Sciensano bij 4.000 mensen blijkt dat slechts 6 procent van de Vlamingen vindt dat ze een hoge veerkracht heeft.
Volgens hoogleraar Anne-Laura van Harmelen (Universiteit Leiden) is veerkracht niet vaststaand: "Het is een complex netwerk van kleine dingetjes dat je veerkracht bepaalt." Sterke vriendschappen, steun van familie en een jeugdtrauma spelen daarin mee.
Van Harmelen vindt dat veerkracht geen individueel probleem is: "Bel eens aan bij je buren en vraag hoe het met hen gaat." Ook wandelen en sporten in groep kunnen helpen.
De mate waarin je je balans kan herstellen na een tegenslag of stressvolle periode: dat is veerkracht. En met de veerkracht van Vlamingen gaat het niet zo goed, blijkt uit een studie van Sciensano. Uit een bevraging bij 4.000 mensen blijkt dat slechts 6 procent vindt dat ze een hoge veerkracht hebben.
"Wat hier is gemeten, is wat mensen zelf vinden over hun veerkracht", zegt Anne-Laura van Harmelen, hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht aan de Universiteit Leiden. "Om veerkracht zelf te meten, moet je goed kijken naar hoe iemand functioneert op basis van zijn of haar ervaringen."
Volgens onderzoeker Marie Vermote is de vragenlijst wel een internationaal erkende tool om te peilen naar veerkracht. En dus is de bevraging wel nuttig, vindt Van Harmelen. "Self-efficacy (het geloof in je eigen vermogen om dingen op te lossen, red.) is een heel sterke voorspeller van hoe veerkrachtig je kan reageren in een stresssituatie."
Er is een maar: "Te vaak wordt gedacht dat veerkracht iets is wat iemand heeft of niet heeft, dat het een vaststaand feit is. Als je het hebt, is het een soort superkracht die je beschermt voor de rest van je leven."
Vrouwen en jongvolwassenen rapporteren minder veerkracht
Uit het onderzoek van Sciensano blijkt dat vooral jongvolwassenen (18 tot 24 jaar), vrouwen en personen met een lage socio-economische status kampen met lage veerkracht.
Veerle Soyez, docent en onderzoeker psychologie aan de VUB, ziet daar logische verklaringen voor. "Jongvolwassenen zitten in een belangrijke levensfase die veel keuzes en beslissingen vergt. Uit onderzoek weten we ook dat er een leercurve zit in hoe je omgaat met tegenslagen. Elke tegenslag is een leerervaring, een oefenmoment. Jonge mensen hebben die ervaring gewoon minder", legt ze uit in Het Kwartier.
Wat vrouwen betreft: "Veerkracht en mentaal welzijn hangen sterk samen", weet Soyez. "Uit internationale cijfers blijkt dat vrouwen vaker een algemeen minder goede geestelijke gezondheid rapporteren. Vrouwen worden mogelijk ook met meer stressoren tegelijk geconfronteerd en hebben daardoor mogelijk meer stress. Dat kan een impact hebben op de inschatting van veerkracht."
Inmiddels weten we dat dat niet zo is, stelt Van Harmelen. "Mensen kunnen heel verschillend reageren op nare dingen. Vaak ziet het eruit alsof ze er even last van hebben en dan herstellen. Voor de een duurt dat herstel heel lang, voor anderen wat korter."
Geen eenduidige oorzaak
Waarom is de een dan veerkrachtiger dan de ander? Daarvoor bestaat geen eenduidige conclusie.
"In mijn lab doen we al 20 jaar onderzoek naar veerkracht. We wilden heel graag 1 ding in het brein vinden dat bepaalt wie er goed op stress reageert en wie niet. De conclusie is: dat bestaat niet. Het is een complex netwerk van kleine dingetjes dat je veerkracht bepaalt."
In dat netwerk zitten onder meer sterke vriendschappen en steun vanuit je familie, zeker als kind of in je jeugd.
"Je ouders moeten je leren dat je zelf problemen kan oplossen, maar dat kunnen ze enkel als ze zelf het goede voorbeeld geven. En ze kunnen ook enkel steun bieden als ze zelf ook gezond en mentaal oké zijn, als ze niet in financiële problemen zitten. Dus ouders die hun kinderen veerkrachtig willen maken, moeten zelf ook veerkrachtig zijn."
Het is een complex netwerk van kleine dingetjes dat je veerkracht bepaalt
Anne-Laura van Harmelen, hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht (Universiteit Leiden)
Volgens Van Harmelen is een nare ervaring in de jeugd een van de sterkste voorspellers voor mentale gezondheidsproblemen. "30 procent van de gezondheidsproblemen, denk aan depressie, angstklachten, gedragsmatige klachten of middelengebruik, is toe te schrijven aan een jeugdtrauma."
"Kinderen met een jeugdtrauma staan 2-0 achter. Als je ouders niet bouwen aan je zelfvertrouwen, als ze je niet leren om met problemen om te gaan, om je emoties te reguleren, kan je heel angstig en gestrest worden. Ze hebben vaak ook meer last van nieuwe stressoren én komen ze ook vaker tegen."
Er zijn uiteraard ook interne factoren die je veerkracht beïnvloeden, weet Van Harmelen. Positief nadenken over de toekomst kan bijvoorbeeld helpen. "Als je iets ergs meemaakt en je kan daar een positieve interpretatie aan geven, dan helpt dat."
"Je kan denken: 'Dit is heel vervelend en ik ondervind hier echt last van, maar ik kan hier ook uit leren'. Of misschien ontmoet je iemand nieuws. Ook flexibel omgaan met veranderingen of negatieve dingen kan helpend zijn."
Geen individueel probleem
Hoe word je dan veerkrachtiger? Daarvoor moeten we eerst erkennen dat het geen individueel probleem is, stelt Van Harmelen. "Zeggen tegen mensen die niet veerkrachtig zijn om gewoon aan zichzelf te werken, is veel te kort door de bocht. Dat is ook niet empirisch onderbouwd."
"Sommige mensen hebben gewoon heel reële problemen, zoals financiële stress. Of ze worden gepest of uitgesloten. Als je dan zegt: 'ga maar even wandelen', ga je niet serieus in op waar ze mee zitten. In plaats van de verantwoordelijkheid van veerkracht bij de persoon zelf te leggen, kan je die ook leggen bij de mensen om hen heen."
"We hebben allemaal een rol te spelen in de veerkracht van mensen om ons heen", vindt Van Harmelen.
Bel eens aan bij je buren en vraag hoe het met hen gaat
Anne-Laura van Harmelen, hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht (Universiteit Leiden)
We kunnen dus ook als samenleving iets betekenen in de veerkracht van anderen: "Bel eens aan bij je buren en vraag hoe het met hen gaat. Heb oog voor elkaar, steun elkaar. Vraag of ze een wandeling willen maken."
Want het klinkt banaal, maar wandelen helpt wel degelijk. "Als je regelmatig een fysieke activiteit uitoefent, dan zal dat inderdaad helpen. Het opvallende is: het is vaak de verbondenheid die mensen hebben tijdens het sporten die hen helpt."
Van Harmelen verwijst naar een onderzoek bij kinderen in sportclubs: "Zij voelen zich veel beter en kunnen beter omgaan met stress, en dat blijkt voornamelijk te maken te hebben met de verbondenheid van een club. Je hoort ergens bij, je hebt een team en dat helpt."
Inzetten op verbinding
Al zal enkel wandelen je veerkracht niet per se versterken.
"Eigenlijk zijn er allemaal kleine radertjes waaraan je kan draaien om je veerkracht te versterken. Wandelen is daar een van. Dagelijks wandelen is zeer gezond, stressverlagend en het zorgt er ook voor dat je beter slaapt. Maar goed eten, niet te veel alcohol drinken en gewoon gezond leven zijn ook voorbeelden van zulke radertjes."
Maar Van Harmelen blijft benadrukken: "Als mensen echt hun veerkracht willen versterken, moet je het veel meer zoeken in verbondenheid met de samenleving, met de cultuur waarin je opgroeit of woont."

