Een interview met Egbert Lachaert, oud-voorzitter van de Vlaamse liberalen, zet het thema van de politieke herverkaveling weer op de politieke agenda. Een herverkaveling moet leiden tot grotere partijen – dat is de natte droom- om zo de versplintering van het politieke landschap tegen te gaan, en blok te vormen tegen de grote partijen aan de uitersten van het politieke spectrum. Maar de pogingen om ze door te voeren, mislukken keer op keer en leiden tot één 'boulevard of broken dreams'.
De natte droom van Vlaamse politici: politieke herverkaveling
Samenvatting:
Oud-Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert blikt terug op mislukte pogingen om liberalen en CD&V te laten fuseren tot één grote centrumrechtse partij, als tegengewicht voor de N-VA.
Lachaert zegt dat de N-VA de voorbije jaren vooral van onderuit kiezers en politici van de liberalen heeft overgenomen en raadt nu een nauwere samenwerking met MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez aan.
De Vlaamse meerderheidspartijen willen via een spoeddecreet dwarsligger Jinnih Beels (Vooruit) uit de Antwerpse deputatie zetten, de oppositie stapte daarom naar de Raad van State.
1. Boulevard of broken dreams
De theorie is eenvoudig: grote partijen kunnen veel makkelijker besturen. En op die manier kun je ook hervormingen doorvoeren.
"Bij het begin van Vivaldi heb ik gesprekken gevoerd met toenmalig CD&V-voorzitter Joachim Coens, waarbij de top van de beide partijen ook betrokken was." In Het Nieuwsblad kijkt Egbert Lachaert (oud-voorzitter van de liberalen, maar intussen onafhankelijk) terug op de beginperiode van Vivaldi. "Het idee was om te fuseren tot één centrumrechtse volkspartij à la CDU." In die periode domineerde die grote Duitse christendemocratische partij nog de Duitse politiek. "Daarmee hadden we een tegengewicht kunnen bieden tegen de 4 linkse partijen in de regering."
Ook Bart De Wever droomt al langer van grotere partijen. In 2021 pleit hij in de Krant van West-Vlaanderen voor het opnieuw invoeren van het meerderheidsstelsel, zoals in het Verenigd Koninkrijk. "Het heeft het grote voordeel dat het zal leiden tot een politiek landschap met pakweg 3 grote blokken."
Maar het idee van Egbert Lachaert, op dat moment voorzitter van de Open VLD, en Joachim Coens, is wel tegen de N-VA gericht. "Zowel CD&V als wij peilden op dat moment rond de 12 à 13 procent. Samen hadden we een blok van 25 procent gevormd, met de premier en enkele belangrijke ministers als uithangborden. Voor N-VA was dat een grote bedreiging geweest."
Enkele jaren later wordt er nog eventjes aan gedacht om 3 partijen - Open VLD, CD&V én de N-VA – bij elkaar te brengen. "Het idee was dat we met de 3 partijen een verkiezingskartel zouden vormen rond een vijftal inhoudelijke voorstellen, waar we ons allen achter schaarden." Maar dat heeft niets opgeleverd, zegt Lachaert. "Dat was te dicht tegen de verkiezingen, er was geen tijd meer. In mijn partij is dat ook afgeschoten, in de eerste plaats door Alexander De Croo. Dat zou het einde van zijn premierschap hebben betekend, om met de grootste oppositiepartij (N-VA, red.) in kartel te gaan."
In La Libre Belgique moet Lachaert wél toegeven dat de op een heel andere manier heeft plaatsgevonden. Niet van bovenaf, door de politieke leiders, maar van onderuit, door de kiezers.
Volgens Lachaert heeft de N-VA – van bij de oprichting in 2001 – de liberale partij leeggezogen. "Bart De Wever had al vanaf het begin van zijn partij onze eigen tegenstrijdigheid door: de Open VLD had een rechtse kiezersbasis, maar verdedigde tegelijkertijd een linkse visie! Hij begon ons dus aan te vallen en brak ons stukje bij beetje af. Hij nam onze kiezers over."
2. Is de N-VA dan een liberale partij of niet?
In de Zondag geeft Jan Peumans, oud-voorzitter van het Vlaams Parlement én éminence grise van de N-VA – aan dat hij zich heeft geërgerd aan die instroom van liberalen. Want niet alleen de kiezers zijn overgekomen. "Wij hebben veel te veel van deze liberalen binnengehaald."
Peumans ergert zich bijvoorbeeld aan de komst van Annick De Ridder. "Wat zegt zij onlangs in een interview? Dat wij een liberale partij zijn. Pardon? Nee, mevrouw, wij zijn een Vlaams-nationale partij die niet houdt van het hardvochtige liberalisme." Peumans vindt dat zijn partij veranderd is: "Vandaag is de N-VA een andere partij: liberaler, hardvochtiger".
Maar de voorzitter van de Franstalige liberalen, Georges-Louis Bouchez, vindt de N-VA nog altijd géén liberale partij. Dat zegt hij in de podcast Dwarsliggers van Doorbraak. "Het zijn nationalisten, dus hun visie op de economie is meer . Voor mij als liberaal kan het bijvoorbeeld niet dat de Vlaamse overheid een belang neemt in de luchthaven van Zaventem."
Lachaert vindt dat de herverkaveling nu anders moet verlopen. in Het Nieuwsblad raadt hij zijn oude partij aan met de Franstalige liberalen samen te werken. "Ik zou Anders aanraden veel meer aansluiting te zoeken bij Georges-Louis Bouchez. Het is nu eenmaal zo dat hij de belangrijkste stem is van het liberalisme, ook in Vlaanderen. Hij is verbaal heel sterk aanwezig en door zijn regeringsdeelname is hij relevant. Je kan niet om hem heen. Ofwel moet je een entente met hem sluiten, ofwel wordt het heel moeilijk."
Want een MR-Vlaanderen op eigen benen houdt risico’s in, zegt Lachaert in La Libre Belgique. "Een 'MR Vlaanderen' zou echter het risico lopen de rechtse politieke krachten te verdelen, die toch allemaal hetzelfde willen. En uiteindelijk zal links de verkiezingen winnen…"
3. Verslikt in het Decretum Beelsianum
Jan Peumans heeft – als notoir dwarsligger – wel sympathie voor Vooruit-politica Jinnih Beels. "Ook zij durft tegen de schenen te schoppen van mensen die dat niet graag hebben. De politiek heeft zulke mensen nodig. (…) Anderzijds, als je zoals Jinnih gedeputeerde bent, moet je een minimum aan loyauteit tonen en kan je niet voortdurend je partij uitkafferen." Zelfs voor Jan Peumans zijn er grenzen aan het dwarsliggerschap.
De Vlaamse politieke partijen van de meerderheid - Vooruit op kop - hebben zich wel in de eigen voet geschoten met hun poging om dwarsligger Beels uit de Antwerpse deputatie te verwijderen. Ze hebben vrijdag een spoedbehandeling gevraagd van een decreet dat ook op het provinciale niveau een constructieve motie van wantrouwen mogelijk moet maken. Dat instrument kán gebruikt worden om onbestuurbaarheid te vermijden, of om dwarsliggers uit hun mandaat te verwijderen. De oppositie heeft het decreet intussen naar de Raad van State gestuurd.
Dat zo'n instrument ontbreekt op het provinciale niveau is een lacune. Maar dat de lacune uit de wet wordt gehaald toevallig op het moment dat Vooruit het instrument nodig heeft om Beels uit haar positie te duwen, laat niets aan de verbeelding over. Erger nog, het mandaat van Beels wordt aan de CD&V geschonken, net het duwtje dat die partij nodig heeft om het decreet goed te keuren.
In 1964 werd de Lex Degrelliana goedgekeurd. Dat was een wet uit 1964 die de verjaringstermijn van de doodstraf voor de notoire en naar Spanje gevluchte Waalse collaborateur Léon Degrelle met 10 jaar verlengde. De wet was in algemene termen geschreven, maar de toepassing was toegespitst op één persoon. Vandaar de naam.
Met het Decretum Beelsianum heeft de Vlaamse politiek weer getoond dat op cruciale momenten toch weer een koehandel in politieke postjes belangrijker is dan goed besturen. Ook voor de kiezer is dat een 'boulevard of broken dreams'.


