Vandaag treedt een nieuwe noodwet in werking die de overbevolking in de Belgische gevangenissen moet aanpakken. Begin deze week zaten 13.725 mensen in de gevangenis. De druk op het gevangeniswezen blijft daarmee bijzonder groot.
Nieuwe noodwet moet overvolle gevangenissen ontlasten, maar effect lijkt beperkt
Het probleem van de overbevolking is al jaren bekend. Ondanks verschillende maatregelen blijft een structurele oplossing uit. Directeurs voerden actie, het gevangenispersoneel legde het werk herhaaldelijk neer, de koning bracht een bezoek aan de gevangenis in Antwerpen, … Toch blijft de situatie aanslepen en neemt de druk in de gevangenissen verder toe.
Maandag zaten er exact 13.725 mensen in een Belgische gevangenis. In totaal is er maar plaats voor 11.064 gedetineerden. Met andere woorden: er is een capaciteitstekort van 2.661 plaatsen.
Die overbevolking heeft grote gevolgen. Zo moeten sommige gedetineerden op een matras op de grond slapen. Momenteel zijn er 665 zogenoemde grondslapers. Dat gebeurt bovendien vaak in verouderde gevangenisgebouwen, waar mensen soms vlak naast een toilet liggen.
Met een nieuwe noodwet voor de gevangenissen, die vandaag in werking treedt, hoopt minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) meer grip te krijgen op die problematische situatie. Twee jaar geleden, in augustus 2025, publiceerde de minister al eens een eerste noodwet.
De impact van de eerste noodwet volstaat dus duidelijk niet om het probleem van overbevolking onder controle te krijgen, een probleem waar ons land overigens al ruim 3 decennia mee kampt. Vandaar dus de Noodwet 2.0, die 5 concrete maatregelen telt.
1. Meer veroordeelden onder elektronisch toezicht
Mensen die veroordeeld worden tot een gevangenisstraf van maximaal 18 maanden, zullen die straf in principe niet meer in de gevangenis uitzitten. Zij krijgen voortaan elektronisch toezicht en dragen dus een enkelband.
Ook veroordeelden met een straf tot 10 jaar komen sneller in aanmerking voor een enkelband. In principe zullen zij de laatste 18 maanden van hun straf onder elektronisch toezicht doorbrengen.
Voor wie veroordeeld is voor terrorisme, zedenfeiten, ernstige geweldsmisdrijven of drugsdelicten geldt die regeling niet.
2. Snellere terugkeer van gedetineerden zonder verblijfsrecht
Vorige maand raakte bekend dat dit jaar al een recordaantal van 1.239 gedetineerden zonder verblijfsvergunning werd teruggestuurd naar het land van herkomst.
Met de nieuwe noodwet wil de regering die aanpak verder uitbreiden. De Dienst Vreemdelingenzaken kan deze gedetineerden voortaan al vanaf 12 maanden voor het einde van hun straf terugsturen. Tot nu toe kon dat pas vanaf 6 maanden voor het strafeinde.
Daarnaast kunnen veroordeelden met een straf tot 3 jaar al na 1/3e van hun straf worden teruggestuurd. Als onmiddellijke terugkeer niet mogelijk is, kunnen zij vanuit de gevangenis worden overgebracht naar een gesloten centrum.
3. Minder vervroegde vrijlatingen wegens overbevolking
De vorige noodwet maakte het mogelijk om bepaalde gedetineerden vervroegd vrij te laten vanwege de overbevolking in de gevangenissen.
Die regeling wordt nu afgebouwd. Vanaf eind 2027 zal ze niet langer worden toegepast. Bovendien wordt de groep gedetineerden die ervoor in aanmerking komt aanzienlijk kleiner.
4. Minder beoordelingsruimte voor de strafuitvoeringsrechter
Voor gevangenisstraffen tot 3 jaar beslist een strafuitvoeringsrechter in principe hoe lang een straf effectief wordt uitgevoerd. Daarbij beoordeelt de rechter onder meer of er redenen zijn om een voorwaardelijke vrijlating te weigeren.
De nieuwe noodwet legt daarvoor strengere voorwaarden op. Een strafuitvoeringsrechter zal zich moeten baseren op “een concreet en waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van anderen.” Een algemene inschatting van het risico op recidive volstaat dus niet. Er moet sprake zijn van een zichtbaar risico, zoals bijvoorbeeld betrokkenheid bij een vechtpartij in de gevangenis.
De rechter moet zich daarbij baseren op het advies van de gevangenisdirecteur, het parket en een maatschappelijke enquête. Daardoor krijgt de strafuitvoeringsrechter minder ruimte om zelfstandig een afweging te maken. Eigenlijk wordt de rol van de magistraat deels uitgehold tot het bevestigen van een beslissing die anderen al namen.
5. Duidelijkere regels voor geïnterneerden
Een hardnekkig probleem in het Belgische gevangeniswezen is de aanwezigheid van geïnterneerden. Dat zijn mensen die strafbare feiten hebben gepleegd, maar wegens een psychiatrische problematiek ontoerekeningsvatbaar werden verklaard. Zij worden juridisch niet verantwoordelijk geacht voor hun daden.
Hoewel er brede consensus bestaat dat geïnterneerden niet thuishoren in een gevangenis, verbleven vorige maand nog altijd 1.061 van hen achter de tralies. België werd daarvoor al meermaals veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Met een aanpassing van de interneringswet wil de regering nu duidelijker vastleggen wanneer een geïnterneerde opnieuw naar de gevangenis kan worden gestuurd. In het verleden gebeurde dat soms omdat iemand zich niet hield aan opgelegde voorwaarden, zoals bv. een verbod op alcoholgebruik.
Volgens de nieuwe regels kan een terugkeer naar de gevangenis alleen nog wanneer het gedrag van de betrokkene de fysieke of psychische integriteit van anderen ernstig in gevaar heeft gebracht.
Zal de nieuwe noodwet veel veranderen?
Of de nieuwe noodwet in de praktijk een groot verschil zal maken, is voorlopig onduidelijk. Binnen het gevangeniswezen wordt geschat dat de maatregelen mogelijk voor een uitstroom van ongeveer 200 tot 250 gedetineerden kunnen zorgen. Tegelijk blijft het aantal nieuwe gedetineerden toenemen.
Ook over de impact van het nieuwe Strafwetboek, dat in september in werking trad, bestaat nog onduidelijkheid. In het nieuwe Strafwetboek staat dat de gevangenisstraf een ultimum remedium is, een straf die alleen mag uitgesproken worden als er geen alternatieven zijn.
Daarnaast werd onlangs het ontwerp van Wetboek van Strafuitvoering voorgesteld. Dat ontwerp moet echter nog de volledige politieke besluitvorming doorlopen. Daardoor is het nog onduidelijk welke maatregelen uiteindelijk effectief zullen worden ingevoerd.
Toenemende druk vanuit de rechtbanken
De druk op het gevangeniswezen neemt intussen niet alleen toe door de groeiende gevangenispopulatie. Ook verschillende gerechtelijke uitspraken zetten de overheid onder druk om de overbevolking aan te pakken.
Zo kreeg de Orde van Vlaamse Balies (OVB) recent gelijk van de rechtbank in Gent in een procedure over de Gentse gevangenis. De Belgische staat moet de overbevolking daar binnen zes maanden terugbrengen tot maximaal 110 procent van de capaciteit. Gebeurt dat niet, dan kan een dwangsom worden opgelegd die kan oplopen tot maximaal 45 miljoen euro. De OVB liet al weten te onderzoeken of zij gelijkaardige procedures kan starten voor andere gevangenissen.
Dwangsommen lopen verder op
Ook de Ordre des Barreaux Francophones et Germanophone (OBFG), de Franstalige en Duitstalige tegenhanger van de OVB, trok eerder naar de rechter met een vergelijkbare zaak. Ook zij kregen gelijk.
De Belgische staat werd daarbij veroordeeld tot het betalen van een dwangsom. Volgens de OBFG is dat bedrag ondertussen opgelopen tot meer dan 360 miljoen euro. Om de betaling ervan veilig te stellen, liet de organisatie enkele maanden geleden beslag leggen op de gevangenis van Vorst.
In tegenstelling tot de dwangsom in de Gentse zaak is dit bedrag niet begrensd en blijft het stijgen zo lang het probleem niet is opgelost. Volgens een berekening kan die dwangsom bij ongewijzigd beleid tegen het einde van de legislatuur de kaap van 1 miljard euro bereiken.



